Zandvoort

Uit Somda RailWiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

Zandvoort is het station van de gelijknamige badplaats. De verkorting van het station is Zvt.

Stationsnaambord Zandvoort.jpg
schematische weergave van het emplacement Zandvoort

Geschiedenis

In 1889 wordt het station Zandvoort Dorp gebouwd. Er was slechts een perron en geen stationsgebouw of andere faciliteiten. Dit zinde het gemeentebestuur van Zandvoort niet en liet een eigen gebouw bij de halte neer zetten. Dit was echter geen succes en al in 1895 wordt het gebouw gesloten. Ook het succes van de tram en de groei van Zandvoort, wordt besloten om een modern en nieuw station te bouwen ter vervanging van de twee oude stations. Het nieuwe wordt 300 meter richting de duinen een nieuw station gebouwd. Er wordt een nieuwe aftakking naar het westen gemaakt van de bestaande spoorlijn. Hiermee komt het station haaks te liggen op het oude emplacement. Dit station is naar alle waarschijnlijkheid ontworpen door D.A.N. Margadant. De bouw van dit station begint in augustus 1907 en wordt op 1 april 1909 geopend. Als eerste wordt begonnen met de aanleg van de betonnen fundering van het perron. In het voorjaar van 1908 wordt de grond opgehoogd ten behoeve van de aanleg van het spoor. Op het perron wordt een hulpstation gebouwd. Dit hulpstation bestaat uit een houten gebouw met een lengte van 39,2 meter en een breedte van 5,5 meter. In dit gebouw kunnen de plaatskaarten worden gekocht. De telegrafist heeft hier zijn bureau. Ook kan er bagage in een depot worden bewaard. De stationschef heeft hier zijn kantoor. Voor de reizigers is er een wachtkamer met toilet. Dit hulpstation blijft bijna een jaar in gebruik. Nadat het stationsgebouw gereed is gekomen, wordt het hulpstation afgebroken. Na de afbraak begon de bouw van de overkapping. Het perron is voorzien van twee sporen, de sporen 1 en 2.

Het station is vrij groot uitgevoerd in vergelijking met vergelijkbare stations. Het grote gebouw past bij de allure die Zandvoort wil uitstralen richting de (internationale) badgasten. Vanwege de ligging op een duin liggen de sporen verdiept ten opzichte van het stationsgebouw. Het gebouw staat haaks op de sporen. Het gebouw is opgetrokken uit rode bakstenen en heeft afhankelijk van de functie van het gedeelte een, twee of drie bouwlagen. Bij diverse constructieve punten zoals in plinten, cordonlijsten, gevelbekroningen en in deur- en vensteromlijstingen natuursteen toegepast. Boven diverse deuren zijn tableaus aangebracht die wijzen op de functie van de deur. Daarnaast zijn er tableaus met diverse voorstellingen die verwijzen naar de spoorwegen en naar Zandvoort als vissersdorp en badplaats. De verschillende dakvormen zijn belegd met rode muldenpannen. Vanaf de straatzijde is er aan de linkerkant een goederenloods met een half schilddak. Naast de goederenloods is onder andere de passage waar men door heen loopt als men vanaf het perron richting de uitgang loopt. Dit is door middel van een tegeltableau boven de deuren aan de perronzijde aangegeven. Boven de passage is de dubbele bovenwoning van de stationschef. Naast de passage is haaks op het stationsplein de stationshal. De stationshal is voorzien van een zadeldak. De hal is te bereiken door middel van drie dubbele paneeldeuren. Om de reizigers te beschermen tegen de regen, is er een kleine luifel. Boven deze luifel zijn een aantal glas-in-loodramen met gemeentewapens van enkele gemeenten in Noord-Holland. In de stationshal zijn de drie loketten. De muren aan de binnenzijde zijn gedeeltelijk opgetrokken uit rode en gele geglazuurde bakstenen. Aan de rechterzijde van de loketten is een trap naar de perrons. Halverwege de trap is het mogelijk om via twee natuurstenen trappen aan de weerszijden een galerij te bereiken. Aan de rechterzijde zijn de wachtkamers, welke eveneens is voorzien van een half schilddak. In 19 zijn de wachtkamers verbouwd tot dienstwoning. Achter dit gebouw is een watertoren van waaruit stoomlocomotieven hun tender konden vullen met water. De betonnen waterbak bevond zich in de uitkragende bovenzijde. Het schilddak is voorzien van een ornament. Aan de spoor- en straatzijde is in de bovenzijde een klok geplaatst.

Aan de spoorzijde is evenwijdig aan het gebouw een overkapping van gietijzer. Op het dak van de overkapping ligt mastiek. Door middel van glazen platen is er een verbinding tussen het gebouw en de overkapping. Naar het perron toe is eveneens een overkapping, welke niet is verbonden met de andere overkapping, maar er wel tegen aan is gezet. Het perron van spoor 1 heeft een lengte van 280 meter en spoor 2 heeft een lengte van 235 meter.

Op 1 juni 1921 wijzigt de naam van het station van Zandvoort naar Zandvoort Bad. Na de staking van het spoorvervoer in juli 1944, wordt door de Duitse bezetter de rails in het station en van de spoorlijn naar Haarlem grotendeels verwijderd. Op 22 mei 1955 verandert de naam van het station in Zandvoort aan Zee.

In 197 wordt begonnen met het aanleggen van een drietal opstelsporen. Deze zijn gelegen in de bocht naar het voormalige station Zandvoort Bad, naast het spoor dat toegang geeft tot het goederenemplacement. Hiermee is het mogelijk om rijtuigen buiten de spits af te koppelen van de treinen naar Zuid-Nederland. De afgekoppelde rijtuigen worden buiten de spits op deze opstelsporen neergezet. De opstelsporen worden niet voorzien van bovenleiding, zodat een rangeerlocomotief nodig is om met de rijtuigen te rangeren. Tegelijkertijd wordt de beveiliging tot aan Amsterdam Singelgracht gemoderniseerd. Op 10 mei 1975 komt de NX-beveiliging in dienst, waarmee een eind komt aan het bedienen van wissels vanuit Post T, welke ter hoogte van het middenspoor was gesitueerd.

Met de komst van de langere rijtuigen in 1981, wordt de spoorlengte van spoor 1 met 20 meter verlengd naar 300 meter, zodat er nog steeds treinen van 10 rijtuigen langs spoor 1 kunnen staan. Dit is mogelijk door het verplaatsen van seinen en stootjukken. In augustus 1996 wordt de overkapping op het perron verwijderd. Ook wordt op het perron gesloopt. In maart 2001 worden de gesloten loketten verwijderd ten behoeve van een museum. Sinds mei 2000 heet het station weer Zandvoort. In 2001 wordt het gebouw aangewezen als Rijksmonument. In december 2004 wordt aan de achterzijde van de dienstwoningen begonnen met de bouw van een lift. Door diverse problemen wordt de lift pas in februari 2006 in gebruik genomen. In 201 worden de kastjes voor het bedienen van de remproefseininstallatie verwijderd en in april 2019 geschonken aan het Spoorwegmuseum in Utrecht. In het voorjaar van 2020 zullen aan weerszijden van het eilandperron twee tijdelijke zijperrons worden aangelegd. Hierdoor is het mogelijk om aan beide zijden van een trein in of uit te stappen. De zijperrons krijgen de nummers 10 (langs spoor 1, lengte 216 meter) en 20 (langs spoor 2, lengte 214 meter). De kiosk en de abri zullen een aantal meters in de richting van Overveen worden verplaatst. De kiosk en abri vervangen de oude kiosk en abri. Met het verplaatsen hiervan ontstaat er meer ruimte bij de trap naar boven om bij de Eltzbacherstraat uit te komen. Deze trap wordt verbreed van 2,5 meter naar 10 meter. Ook zal de kiosk op het perron tijdens drukke dagen worden verwijderd. Rond 22 april 2020 zijn deze werkzaamheden aan het perron afgerond.


Voor de beveiliging beschikte het station over in totaal 1 seinhuis.

  • Post T

Post T is gelegen ter hoogte van de overweg met de Vondellaan ter hoogte van het middenspoor bij wissel 5. Deze post wordt in gebruik genomen. Vanuit deze post worden de wissels 1A, 1B, 3A, 3B, 5, 7 en 11 bediend. Daarnaast zijn er de handwissels 9, 13, 15, 17, 19, 21, 23 en 25. Ook de stopontspoorblokken behorend bij de wissels 9 en 13 worden vanuit Post T bediend. De sleutel van stopontspoorblok bij wissel 23 is in beheer bij het seinhuis. Aan seinen wordt bediend de seinen A 1-2, Av, B1 en B2. Bij sein A 1-2 is een waarschuwingslicht dat wordt bediend vanuit Post T. Ook worden twee overwegen bediend vanuit het seinhuis, namelijk de overweg in de Van Lennepweg en de Vondellaan. Met ingang van 10 mei 1975 is de klassieke beveiliging in Zandvoort komen te vervallen en wordt de beveiliging vanuit Haarlem geregeld door middel van het NX-tableau met CVL.


Laad- en losplaats

Tussen de stations Zandvoort-Dorp en Zandvoort-Bad wordt een laad- en losplaats aangelegd. Er is een goederenloods met zijlading langs spoor . Hiernaast is een spoor voor kolenhandelaren. In noordelijke richting zijn er diverse opstelsporen. Tegen het talud van de Van Lennepweg wordt een stortbunker voor huisafval aangelegd. Onder het viaduct met de Van Lennepweg is een aftakking naar de P.E.N. (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland).

In 1995 wordt begonnen met het opbreken van de sporen. In 199 zijn alle sporen opgebroken en wordt de grond verkocht aan de gemeente. De gemeente laat er woningen op bouwen. In 2008 wordt het Engelse wissel dat toegang tot het emplacement bij spoor 2 vervangen door een normaal wissel met spoor 3.

  • P.E.N. (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland)


  • VAM

In 1949 wordt een stortbunker voor de VAM gebouwd aan de Van Lennepweg, naast de verhoogde laad- en losplaats. In deze bunker rijden de vuilniswagens achterwaarts naar binnen en kunnen het afval via een trechter in de klaarstaande wagons laten vallen. Om te voorkomen dat er veel stof door de bunker dwarrelde, is er een stofafzuiger achter de trechter geplaatst. Via een gat in de vloer kon het personeel via klimijzers naar het bordes van de wagonruimte. Vanaf dit bordes kon er op de wagons geklommen worden om de deksels te openen of te sluiten. In de wagonruimte is plaats voor 1 wagon. De sporen in de wagonruimte liggen tussen straattegels. De wagons worden er met een locomotief in geduwd. Wanneer de wagon vol was, werd deze omgewisseld voor een lege wagon. Het spoor is door middel van een roldeur af te sluiten. De wagons worden elke werkdag aan- en afgevoerd naar Haarlem, waar de vuilniswagens worden gecombineerd met de wagons van Haarlem Goederen en Noordwijkerhout.

Tot 1992 in gebruik geweest. Op die dag reed een vuilniswagen de gevel uit het gebouw, waardoor instortingsgevaar ontstond. De sloop van het gebouw begon in 1992.


Spoorlijnen

Het station is gelegen aan de spoorlijn naar Haarlem.


Dienstregeling

In de zomerdienst van 1882, 1883, 1887 en 1888 rijden vier treinparen door naar Amsterdam, zodat er een rechtstreekse verbinding tussen Zandvoort en Amsterdam mogelijk is. Vanaf 1 juni 1889 verzorgt de HIJSM de treindiensten op de spoorlijn. In 1903 wordt de dienstregeling uitgebreid. Zo rijden er in enkele treinen doorgaande rijtuigen van en naar Duitsland. Deze worden in Amsterdam gekoppeld aan de treinen naar Berlijn of Frankfurt. In 1929 rijden voor het laatst rijtuigen van en naar Duitsland.

Als in 1935 het mogelijk is om de spoorlijn elektrisch te berijden, worden de stoomlocomotieven vervangen door het Materieel'24 in de samenstelling mBD + ABec + Cec + mCd. Dit materieel doet tot 1959 dienst op de spoorlijn in de stoptreindienst.

Op 10 juli 1944 wordt het spoorvervoer gestaakt op de spoorlijn. De bovenbouw tussen Overveen en Zandvoort wordt verwijderd. Vanaf 15 augustus 1945 is er weer treinverkeer mogelijk tussen Overveen en Haarlem over enkelspoor. Vanaf 3 juni 1946 kan Zandvoort weer worden bereikt met de trein. Met Materieel'24 is er een uurdienst met Amsterdam, aangevuld met enkele spitsdiensten. In de jaren '50 wordt het oude materieel bij defecten vervangen door stroomlijnmaterieel. Vanaf 1959 worden de combinaties Materieel '24 vervangen door . In 1962 wordt Zandvoort het begin- en eindpunt voor de getrokken exprestreinen naar Maastricht, de treinen van de serie 800. De treinen worden gereden door elektrische locomotieven, voornamelijk van de serie 1200 met rijtuigen Plan E. De stoptreinen tussen Zandvoort en Amsterdam komen te vervallen met de exprestreinen. Omdat er slechts twee perronsporen zijn zonder mogelijkheid om te kunnen omlopen, wordt er gewerkt met een wissellocomotief. Nadat een trein is aangekomen, wordt aan de achterzijde een locomotief aangekoppeld. Deze heeft staan wachten op het middenspoor 3, dat in het verlengde van het eilandperron ligt. Na het vertrek van de trein in de richting van Overveen gaat de aangekomen locomotief naar het middenspoor en wacht op de volgende trein. Vanaf 196 wordt het programma Strandvervoer ingevoerd. In dit programma wordt extra materieel en personeel ingezet op zomerse dagen tussen Amsterdam en Zandvoort. In 1966 worden de getrokken treinen vervangen door Materieel'54, waarbij een vierdelig treinstel naar Maastricht rijdt en een tweedelig treinstel naar Heerlen. In 1969 keren de getrokken treinen terug. Zij bestaan uit een stam van 8 rijtuigen Plan E, getrokken door locomotieven uit de serie 1100, 1200 of 1300.

Met het ingang van de dienstregeling 1970/1971 gaat de serie 900 rijden tussen Zandvoort en Heerlen. Hiermee ontstaat een halfuursdienst tussen Zandvoort en Amsterdam. Bijna alle treinen bestaan in deze dienstregeling uit 4 rijtuigen, waarbij de A en RD van het type Plan E zijn en de rijtuigen B van het type Plan W zijn. Door de inzet van de getrokken treinen komen bijna alle spitstreinen tussen Zandvoort en Haarlem te vervallen. Slechts enkele vroege treinen worden gereden door treinstellen, omdat de getrokken treinen niet in Zandvoort overnachten, maar in Haarlem (3 treinen) en Amsterdam (2 treinen). In de avond rijdt trein 2367 vanuit Amsterdam met een treinstel ElD5 Materieel'40. Tot aan 1975 rijdt de serie 900 vanuit Zandvoort niet verder dan Amsterdam, zodat deze treinen met treinstellen worden uitgevoerd. Door de regelmatige halfuursdienst wordt het aantal extra treinen verminderd. De strandtreinen worden vanaf dat moment gereden door twee combinaties van twee gekoppelde treinstellen ElD4 Materieel'46. Deze worden behandeld op spoor 2, dat precies lang genoeg is. Op deze manier wordt een kwartierdienst geboden. Een jaar later zijn de rijtuigen Plan W vervangen door rijtuigen Plan E. Deze treinen worden getrokken door locomotieven van de serie 1200 en af en toe door een locomotief van de serie 1300. Deze treinen komen aan op spoor 1, dat lang genoeg is voor 10 rijtuigen Plan E en twee locomotieven. Het kortere spoor 2 kan 8 rijtuigen en 2 locomotieven aan. Iedere trein bestaat uit één of meer versterkingsrijtuigen. In rustigere uren is het nodig dat er rijtuigen worden afgekoppeld en dat deze in drukkere periodes weer worden aangekoppeld. Het rangeerwerk wordt verzorgd door een rangeerlocomotief van de serie 600 die was gestationeerd in Haarlem. De versterkingsrijtuigen zijn dus altijd aan de zijde van Limburg geplaatst. In het weekend werden er geen rijtuigen aan- of afgekoppeld en was de rangeerlocomotief niet aanwezig in Zandvoort. Wanneer een locomotief defect was, werd overgegaan op 'keren op de eigen loc', waarbij de rangeerlocomotief de rijtuigen terugtrekt richting Overveen, de elektrische locomotief naar het middenspoor kan rijden, de rangeerlocomotief plaatst de rijtuigen weer langs het perron en de elektrische locomotief koppelt weer aan nadat de rangeerlocomotief is vertrokken. Deze manoeuvre nam wel de nodige tijd in beslag alvorens de trein weer terugkeerde richting Limburg. Wanneer er nog rijtuigen bijgeplaatst moesten worden, werd de tijd wel erg krap. In het weekend werd de trein door de locomotief achteruit het middenspoor opgereden bij afwezigheid van de rangeerlocomotief. De elektrische locomotief kon omlopen en de trein weer terugduwen naar het perron. Aan deze werkwijze kwam een eind na de invoering van de NX-beveiliging in 1975. In de winterdienst van de dienstregeling 1971/1972 wordt treinstel Materieel'40 vervangen door 2 treinstellen Plan U. Met het ingaan van de dienstregeling 1973/1974 worden de treinstellen Plan U vervangen door . Vanaf de dienstregeling 1975/1976 gaat de serie 900 tot Eindhoven rijden met getrokken materieel. Bij mooi weer is het noodzakelijk om vanuit Amsterdam en soms vanuit Utrecht voortreinen te laten rijden. In de weekenden reden tussen 9:30 en 11:30 in de zomer zes treinen per uur per richting. Deze treinen bestonden uit zowel treinstellen als getrokken treinen. Bij hele grote drukte, zoals bij races op het circuit, reden tot wel 8 treinen per uur per richting. In 1976 rijdt trein 2367 tussen Amsterdam en Zandvoort voor het laatst. In 1977 wordt trein 2367 vervangen door trein 18854 vanuit Haarlem naar Zandvoort. Ook deze trein rijdt met treinstellen.

In de dienstregeling 1981/1982 maken de nieuwe locomotieven van de serie 1600 hun opwachting in de intercity's tussen Zandvoort en Limburg. De oude rijtuigen Plan E worden langzaamaan vervangen door nieuwe rijtuigen ICR. Hiermee keert Plan W terug in deze series als versterkingsrijtuig. In de dienstregeling 1982/1983 zijn de rijtuigen Plan E vervangen door de nieuwe rijtuigen. Ook trein 18854 rijdt niet meer. Als in mei 1983 het Materieel'46 niet meer ingezet mag worden in Noord Holland als gevolg van de opening van de Hemtunnel, moet er ander materieel worden gezocht voor het rijden van de strandtreinen. De door dit materieel gereden spitstreinen is gedeeltelijk vervangen door getrokken treinen, maar dit is in het strandvervoer niet wenselijk. De oplossing werd gevonden in de nieuwe of tot driedelige verlengde treinstellen SGM, dat vanaf dat moment bijna 40 jaar het strandvervoer zal verzorgen. De spitstreinen van de serie 18800 worden vanaf mei 1983 gereden door het Materieel'54. Dit materieel wordt ook af en toe ingezet in het strandvervoer. Een bijzondere inzet van materieel vond plaats tussen 28 maart en 31 maart 1986. Er werden tijdens dit paasweekeinde twee stammen Plan E met energiewagen tussen twee locomotieven serie 2200 ingezet. De inzet van het dieselmaterieel was noodzakelijk in verband met de vervanging van de bovenleidingconstructie tussen Haarlem en Zandvoort. In 1986 gaan de nieuwe dubbeldekkers de spitstreinen rijden. Ook worden zij in het weekend ingezet in het strandvervoer. Met hun 6 rijtuigen bieden de stammen meer capaciteit dan de 8 rijtuigen Materieel'54. Al in 19 worden de stammen vervangen door in het strandvervoer. De vervanging lag in het feit dat er nauwelijks stammen DDM-1 aanwezig waren rondom Amsterdam in het weekend. Ook de rijtijden om binnen een uur heen en weer te rijden waren niet altijd haalbaar voor dit materieel.

Als gevolg van meer reizigers tussen Eindhoven en Amsterdam is het soms noodzakelijk om treinen te verlengen naar 11 of 12 rijtuigen. De meeste perrons die te klein waren voor deze lange treinen werden verlengd om zo genoeg ruimte te hebben. Het verlengen van het perron in Zandvoort was niet zonder meer mogelijk, daar het perron ingeklemd ligt tussen de overweg en het stationsgebouw. In de loop der jaren was het maximum qua perronlengte wel bereikt met het verplaatsen van seinen en stootjukken. Ook de boog vlak voor het station speelde een rol. Met ingang van 6 januari 1991 gaan in de ochtend de treinen en in Haarlem keren. In de avond gebeurt dit met de treinen en . Voor doorgaande reizigers zal er een pendeltrein gaan rijden, bestaand uit . In de loop van 1992 wordt een derde trein verlengd tot 12 rijtuigen. Deze rijdt de treinen en . In 1992 stroomt het DD-AR in. In de zomer worden zij direct ingezet in het strandvervoer. Door de kleinere stammen is dit materieel beter in staat om de rijtijden te kunnen halen. Met ingang van de dienstregeling 1995/1996 eindigen de getrokken treinen in Haarlem in plaats van Zandvoort. In plaats daarvan gaat de serie tussen Haarlem en Zandvoort rijden met de speciaal verbouwde SGM-treinstellen El2 2026 en El2 2028. Een jaar later, in de dienstregeling 1996/1997 rijden er geen extra treinen voor het strandvervoer. Na protesten van de gemeenten keren de strandtreinen in de dienstregeling 1997/1998 weer terug. Met ingang van de dienstregeling 1998/1999 zijn er ook andere tweedelige treinstellen SGM te zien op deze verbinding. In de zomer worden zij versterkt met een driedelig treinstel. Om de omlooptijd van een uur te halen, wordt er niet gestopt in Overveen. In de ochtend worden er reizigers naar Zandvoort gebracht en wordt er leeg terug gereden. In de middag wordt er leeg naar Zandvoort gereden om de reizigers af te voeren.

In de dienstregeling 2006 worden de extra strandtreinen van de serie 15400 in beide richtingen open gesteld voor reizigers. In de dienstregeling 2007 gaat de serie 5400 het hele jaar rijden tussen Amsterdam en Zandvoort. In de zomer gaan er strandtreinen rijden vanuit Haarlem in de serie 15400.


Stoppende treinen

In de huidige dienstregeling (2020) stoppen de volgende treinseries te Zandvoort:

Treinserienummer Beginpunt Eindpunt Materieel
5400 Amsterdam Centraal Zandvoort SGMm
15400 Haarlem Zandvoort SLT


Passerende treinen

In de huidige dienstregeling (2020) stoppen alle treinseries in Zandvoort.


Fotogalerij


Bronnen

Spoorwegen in en rond Amsterdam - J.M. ten Broek - Maandblad: Op de Rails, 87e Jaargang - 2019 Blz: 437-444 Uitgave: NVBS ISSN: 0030-3321