Nummersysteem van Nederlandse Spoorwegen: verschil tussen versies

Uit Somda RailWiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
(cat.)
(Nummerschema in 1936 en 1950.)
Regel 1: Regel 1:
 
= Het nummersysteem van 1921 =
 
= Het nummersysteem van 1921 =
 +
 +
Met de komst van de [[Mat'34 - Treinstellen materieel 1934 (DE-III)|dieseltreinstellen in 1934]] was het gebruikte nummersysteem hier niet op voorbereid. De bestaande nummerreeksen hielden geen rekening met het begrip treinstel. Ook het nummeren in van de afzonderlijke rijtuigen bleek niet mogelijk, omdat er geen nummerseries waren voor motorrijtuigen en aanhangrijtuigen in de categorie dieselmaterieel. Zodoende moest er nagedacht worden over nieuwe nummerseries voor treinstellen. Er wordt besloten om alle motorrijtuigen en aanhangrijtuigen behorend tot een treinstel het zelfde nummer te geven. Omdat de driedelige dieseltreinstellen de eerste treinstellen van de NS waren, werd besloten om ze vanaf 1 te nummeren. Om de rijtuigen te onderscheiden naar hun functie, werden er letters toegevoegd. De letters verwijzen naar de klasse van het betreffende rijtuig en naar de eventuele aanwezigheid van een bagageafdeling. Al vrij snel bleek het treinstelnummer voor verwarring te zorgen met de klasse-aanduiding. In april 1934 is besloten om de treinstellen 1 - 10 te vernummeren naar 41 - 50. Bij de komst van de eerste [[Mat'35 - Treinstellen Materieel 1935| elektrische treinstellen]] in 1935 werd het bestaande nummerschema van motorrijtuigen en aanhangrijtuigen gevolgd. In oktober 1936 wordt opdracht gegeven om de treinstellen te nummeren in de serie 201 - 208.
  
 
== Algemeen nummersysteem Nederlandse Spoorwegen van 1921 – 1950 ==
 
== Algemeen nummersysteem Nederlandse Spoorwegen van 1921 – 1950 ==
Regel 133: Regel 135:
 
| stoompontwagens
 
| stoompontwagens
 
|}
 
|}
 
  
  
Regel 176: Regel 177:
 
| Nieuw-breed-materieel als in gebruik op de lijn Ede – Wageningen
 
| Nieuw-breed-materieel als in gebruik op de lijn Ede – Wageningen
 
|}
 
|}
 +
 +
In 1936 komt er een nieuw nummersysteem voor de treinstellen, waarbij een indeling van honderdtallen werd gehanteerd. Materieel dat qua inrichting en techniek van elkaar afweek, begon met een nieuw tiental. Met de aflevering van de treinstellen van het type [[Mat'40 - Treinstellen Materieel 1940|Materieel'40]] werd het systeem verfijnd. Hierbij werd gekozen om de tweedelige treinstellen [[Mat'36 - Treinstellen Materieel 1936|Materieel'36]] tijdens hun verlenging niet te vernummeren naar de serie 600, maar in de serie 400. De verlengde driedelige treinstellen behouden hun nummers in de serie 600. Dit nummersysteem hield geen rekening met het wisselen van rijtuigbakken qua samenstelling in een treinstel. Dit omdat het wisselen van rijtuigbakken niet zo eenvoudig was als bij losse rijtuigen, zoals toegepast bij het [[Mat'24 - Materieel 1924 (Blokkendoos)|Materieel'24]]. Het oliemotormaterieel (omBC/omC) werd niet in dit nummerschema opgenomen, maar behield hun eigen nummering. Pas met het [[#Algemeen nummersysteem Nederlandse Spoorwegen van 1950 – heden|nummerplan vanaf 1950]] worden zij opgenomen in het nummerschema voor dieselmaterieel.
 +
 +
{| class="wikitable" style="width:800px;"
 +
|+ Treinstellen
 +
! colspan="2" | dieseltreinstellen
 +
|-
 +
! style="width:20%;" | Serie
 +
! style="width:80%;" | Categorie
 +
|-
 +
! 11 – 199
 +
| dieseltreinstellen
 +
|-
 +
! colspan="2" | elektrische treinstellen
 +
|-
 +
! 201 - 399
 +
| tweedelige treinstellen
 +
|-
 +
! 401 - 599
 +
| driedelige treinstellen
 +
|-
 +
! 601 - 799
 +
| vierdelige treinstellen
 +
|-
 +
! 801 – 999
 +
| vijfdelige treinstellen
 +
|-
 +
|}
 +
  
 
== Algemeen nummersysteem Nederlandse Spoorwegen van 1950 – heden ==
 
== Algemeen nummersysteem Nederlandse Spoorwegen van 1950 – heden ==
  
In 1950 kwam een nieuwe indeling tot stand die nog deels nog steeds op het nummersysteem van 1921 gebaseerd is. In 1953 wordt het nummersysteem voor de locomotieven aangepast. De nummers 1 - 1000 zijn gereserveerd voor locomotoren en rangeerlocomotieven. De nummers 1001 - 2000 zijn gereserveerd voor elektrische locomotieven en de nummers 2001 - 3000 zijn gereserveerd voor de diesellocomotieven.  
+
In 1950 kwam een nieuwe indeling tot stand die nog deels nog steeds op het nummersysteem van 1921 gebaseerd is. De nieuwe nummering is noodzakelijk omdat na de Tweede Wereldoorlog vele samenstellingen van het materieel zijn gewisseld en daarbij gaten zijn ontstaan in de bestaande nummering van het materieel. Kenmerkend voor deze operatie is dat er zo min mogelijk vernummerd moest worden en dat de vernummeringen in een zo kort als mogelijk tijdsbestek wordt uitgevoerd. Op 5 en 15 augustus 1950 wordt de schilderopdracht omschreven, welke op 5 september nader wordt toegelicht met de chef van de [[Hoofdwerkplaats Haarlem|Haarlemse werkplaats]]. Na deze toelichting wordt het schema verder uitgewerkt door de NS, omdat het wenselijk was om de vernummering centraal te organiseren. Op 11 september 1950 wordt vast gelegd dat in overleg met de Haarlemse werkplaats alle rijtuigbakken die in onderhoud zijn in de [[Revisieloods Amsterdam Zaanstraat]], [[Lijnwerkplaats Leidschendam|Leidschendam]], [[Onderhoudsbedrijf Maastricht|Maastricht]] en [[Lijnwerkplaats Utrecht|Utrecht]] alsmede de rijtuigbakken die nog niet hersteld zijn, vernummerd moeten worden. Om de tijd van de vernummering zo kort als mogelijk te houden, wordt er voor gekozen om het materieel door twee schilders te vernummeren die het land rond reizen in plaats van af te wachten wanneer het materieel een werkplaats binnenkomt. Besloten wordt om op 18 september 1950 te beginnen met het vernummeren. Het materieel wordt op de grotere stations voorzien van de nieuwe nummers.
 +
 
 +
{| class="wikitable" style="width:800px;"
 +
|+ Treinstellen
 +
! colspan="2" | dieseltreinstellen
 +
|-
 +
! style="width:20%;" | Serie
 +
! style="width:80%;" | Categorie
 +
|-
 +
! 11 – 199
 +
| dieseltreinstellen binnenland
 +
|-
 +
! 1001 – 1199
 +
| dieseltreinstellen buitenland
 +
|-
 +
! colspan="2" | elektrische treinstellen
 +
|-
 +
! 201 - 399
 +
| elektrische tweedelige treinstellen
 +
|-
 +
! 401 - 599
 +
| elektrische driedelige treinstellen
 +
|-
 +
! 601 - 799
 +
| elektrische vierdelige treinstellen
 +
|-
 +
! 801 – 899
 +
| vijfdelige treinstellen
 +
|-
 +
! 901 – 999
 +
| stroomlijnpostrijtuigen
 +
|-
 +
! 1201 - 1399
 +
| elektrische tweedelige treinstellen buitenland
 +
|-
 +
|}
 +
 
 +
 
 +
In 1953 wordt het nummersysteem voor de locomotieven aangepast. De nummers 1 - 1000 zijn gereserveerd voor locomotoren en rangeerlocomotieven. De nummers 1001 - 2000 zijn gereserveerd voor elektrische locomotieven en de nummers 2001 - 3000 zijn gereserveerd voor de diesellocomotieven.  
  
  
Regel 389: Regel 457:
 
== UIC nummersysteem op rijtuigen (1968)  (UIC1) ==
 
== UIC nummersysteem op rijtuigen (1968)  (UIC1) ==
 
== UIC nummersysteem op tractievoertuigen (2000) (EVN) ==
 
== UIC nummersysteem op tractievoertuigen (2000) (EVN) ==
 +
 +
 +
 +
== Bronnen ==
 +
 +
<small>
 +
'''De (ver)nummering van het stroomlijnmaterieel''' - {{Sc|P.W. van der Vlist, J.M. ten Broek}} - ''Maandblad: Op de Rails, 87e Jaargang - 2019 Blz: 429-436''  Uitgave: [[Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen|NVBS]] ISSN: 0030-3321''<br>
 +
  
 
[[Categorie:Materieel]]
 
[[Categorie:Materieel]]
 
[[Categorie:Materieel Alba NS]]
 
[[Categorie:Materieel Alba NS]]
 
[[Categorie:NS]]
 
[[Categorie:NS]]

Versie van 22 mrt 2020 om 02:40

Het nummersysteem van 1921

Met de komst van de dieseltreinstellen in 1934 was het gebruikte nummersysteem hier niet op voorbereid. De bestaande nummerreeksen hielden geen rekening met het begrip treinstel. Ook het nummeren in van de afzonderlijke rijtuigen bleek niet mogelijk, omdat er geen nummerseries waren voor motorrijtuigen en aanhangrijtuigen in de categorie dieselmaterieel. Zodoende moest er nagedacht worden over nieuwe nummerseries voor treinstellen. Er wordt besloten om alle motorrijtuigen en aanhangrijtuigen behorend tot een treinstel het zelfde nummer te geven. Omdat de driedelige dieseltreinstellen de eerste treinstellen van de NS waren, werd besloten om ze vanaf 1 te nummeren. Om de rijtuigen te onderscheiden naar hun functie, werden er letters toegevoegd. De letters verwijzen naar de klasse van het betreffende rijtuig en naar de eventuele aanwezigheid van een bagageafdeling. Al vrij snel bleek het treinstelnummer voor verwarring te zorgen met de klasse-aanduiding. In april 1934 is besloten om de treinstellen 1 - 10 te vernummeren naar 41 - 50. Bij de komst van de eerste elektrische treinstellen in 1935 werd het bestaande nummerschema van motorrijtuigen en aanhangrijtuigen gevolgd. In oktober 1936 wordt opdracht gegeven om de treinstellen te nummeren in de serie 201 - 208.

Algemeen nummersysteem Nederlandse Spoorwegen van 1921 – 1950

Hoofd- en lokaalspoorwegmaterieel
Serie Categorie
1 – 500 trammaterieel
501 – 1000 lokaal spoormaterieel met maximumsnelheid tot 60 km/h mag lopen
1001 – 2000 lokaalspoormaterieel dat in treinen met meer dan 60 km/h mag lopen
2001 – 2500 2-assig materieel zonder closet
2501 – 3000 2-assig materieel met closet
3001 – 3500 3-assig materieel zonder closet met beperkt gebruik waarin meerdere voertuigen op draaistellen lopen
3501 – 4000 3-assig materieel met closet met beperkt gebruik waarin meerdere voertuigen op draaistellen lopen
4001 – 5000 overig 3-assig materieel
5001 – 6000 4-assige coupé-rijtuigen, postrijtuigen en bagagewagens zonder closets
6001 – 7000 4-assige coupé-rijtuigen, postrijtuige60em;n en bagagewagens met closets
7001 – 8000 4-assig materieel voor D-treinen mei overgangsbruggen en vouwbalgen
8001 – 9000 elektrisch materieel (aanhangrijtuigen)
9001 – 10000 elektrisch materieel (motorrijtuigen)


Goederen- en Dienstmaterieel
gesloten goederenwagens
Serie Categorie
1 – 26000 gesloten goederenwagens 10, 15, 175 en 20 tons
wagens voor groente 15 en 175 tons
26001 – 27000 koel- en vleeswagens
open goederenwagens
35000 – 70000 open goederenwagens 10, 15, 175, 20, 215 en 30 tons
overige goederenwagens
70001 – 78000 veewagens
78001 – 80000 (luxe) paardenwagens
80001 – 85000 zandwagens 10, 15, en 20 tons
85001 – 90000 plattewagens (rongenwagens) 10, 15, 20, 30 en 35 tons
90001 – 95000 houtwagens (schamelwagens)
dwarsliggerswagens
marmer-, rijtuig- en containerswagens
95001 – 97000 hekkenwagens enz.
97001 – 100000 ketel- en beerwagens
dienstmaterieel
155001 – 155200 gaswagens
157001 – 157100 ongevallenwagens
157801 – 157900 montage- en hulpmontagewagens
158001 – 158300 waterwagens
163001 – 163100 wielenwagens (voor rijtuigen en wagenwielassen)
163101 – 163200 wielenwagens (voor loc- en tenderwielassen)
174101 – 174200 railswagens
174501 – 175000 dwarsliggerswagens
175201 – 175300 creosootwagens
176001 – 176100 gewichtswagens
179001 – 179100 zelflossers
184001 – 184100 stoompontwagens


Tramwegmaterieel
Personen materieel:
(Rijtuigen, postbagagewagens, bagagewagens)
Serie Categorie
1 – 100 Smalspoor materieel.
101 – 200 Oud S.S.-materieel:
Den Haag – Scheveningen
201 – 300 Materieel op de lijnen:
Nunspeet – Zwolle/Kampen en
Gouda – Schoonhoven
301 – 400 Oud H.S.-materieel op de lijnen:
Den Haag – Scheveningen
Egmond – Alkmaar – Bergen
Kwadijk – Volendam
401 – 500 Nieuw-breed-materieel als in gebruik op de lijn Ede – Wageningen
Goederenmaterieel:
1 – 1000 Smalspoor materieel.
1001 – 2000 Oud S.S.-materieel:
Den Haag – Scheveningen
2001 – 3000 Materieel op de lijnen:
Nunspeet – Zwolle/Kampen en
Gouda – Schoonhoven
3001 – 4000 Oud H.S.-materieel op de lijnen:
Den Haag – Scheveningen
Egmond – Alkmaar – Bergen
Kwadijk – Volendam
4001 – 5000 Nieuw-breed-materieel als in gebruik op de lijn Ede – Wageningen

In 1936 komt er een nieuw nummersysteem voor de treinstellen, waarbij een indeling van honderdtallen werd gehanteerd. Materieel dat qua inrichting en techniek van elkaar afweek, begon met een nieuw tiental. Met de aflevering van de treinstellen van het type Materieel'40 werd het systeem verfijnd. Hierbij werd gekozen om de tweedelige treinstellen Materieel'36 tijdens hun verlenging niet te vernummeren naar de serie 600, maar in de serie 400. De verlengde driedelige treinstellen behouden hun nummers in de serie 600. Dit nummersysteem hield geen rekening met het wisselen van rijtuigbakken qua samenstelling in een treinstel. Dit omdat het wisselen van rijtuigbakken niet zo eenvoudig was als bij losse rijtuigen, zoals toegepast bij het Materieel'24. Het oliemotormaterieel (omBC/omC) werd niet in dit nummerschema opgenomen, maar behield hun eigen nummering. Pas met het nummerplan vanaf 1950 worden zij opgenomen in het nummerschema voor dieselmaterieel.

Treinstellen
dieseltreinstellen
Serie Categorie
11 – 199 dieseltreinstellen
elektrische treinstellen
201 - 399 tweedelige treinstellen
401 - 599 driedelige treinstellen
601 - 799 vierdelige treinstellen
801 – 999 vijfdelige treinstellen


Algemeen nummersysteem Nederlandse Spoorwegen van 1950 – heden

In 1950 kwam een nieuwe indeling tot stand die nog deels nog steeds op het nummersysteem van 1921 gebaseerd is. De nieuwe nummering is noodzakelijk omdat na de Tweede Wereldoorlog vele samenstellingen van het materieel zijn gewisseld en daarbij gaten zijn ontstaan in de bestaande nummering van het materieel. Kenmerkend voor deze operatie is dat er zo min mogelijk vernummerd moest worden en dat de vernummeringen in een zo kort als mogelijk tijdsbestek wordt uitgevoerd. Op 5 en 15 augustus 1950 wordt de schilderopdracht omschreven, welke op 5 september nader wordt toegelicht met de chef van de Haarlemse werkplaats. Na deze toelichting wordt het schema verder uitgewerkt door de NS, omdat het wenselijk was om de vernummering centraal te organiseren. Op 11 september 1950 wordt vast gelegd dat in overleg met de Haarlemse werkplaats alle rijtuigbakken die in onderhoud zijn in de Revisieloods Amsterdam Zaanstraat, Leidschendam, Maastricht en Utrecht alsmede de rijtuigbakken die nog niet hersteld zijn, vernummerd moeten worden. Om de tijd van de vernummering zo kort als mogelijk te houden, wordt er voor gekozen om het materieel door twee schilders te vernummeren die het land rond reizen in plaats van af te wachten wanneer het materieel een werkplaats binnenkomt. Besloten wordt om op 18 september 1950 te beginnen met het vernummeren. Het materieel wordt op de grotere stations voorzien van de nieuwe nummers.

Treinstellen
dieseltreinstellen
Serie Categorie
11 – 199 dieseltreinstellen binnenland
1001 – 1199 dieseltreinstellen buitenland
elektrische treinstellen
201 - 399 elektrische tweedelige treinstellen
401 - 599 elektrische driedelige treinstellen
601 - 799 elektrische vierdelige treinstellen
801 – 899 vijfdelige treinstellen
901 – 999 stroomlijnpostrijtuigen
1201 - 1399 elektrische tweedelige treinstellen buitenland


In 1953 wordt het nummersysteem voor de locomotieven aangepast. De nummers 1 - 1000 zijn gereserveerd voor locomotoren en rangeerlocomotieven. De nummers 1001 - 2000 zijn gereserveerd voor elektrische locomotieven en de nummers 2001 - 3000 zijn gereserveerd voor de diesellocomotieven.


Verwijzingen

Voor de indeling van bakcodes wordt naar Bakcodes NS verwezen.
Voor de indeling van draaistellen wordt naar Draaistelcodes NS verwezen.
Voor de plan indeling wordt naar Plan indeling NS verwezen.
Voor de actuele kenmerken wordt naar EVN / NVR (voorheen het twaalfcijferige UIC kenmerk) verwezen.

Invoering UIC nummersysteem vanaf 1965

UIC nummersysteem op wagens (1965) (UIC1)

Bij de invoering van het nieuwe uniforme nummersysteem van 1965 werden de nieuwe letterkenmerken vooraf gegaan door een punt in de tabel aangegeven met •, bijvoorbeeld • Gs voor gesloten wagen ter onderscheiding van de oude letterkenmerken.

Oorspronkelijke NS
nummerserie
Oorspronkelijke NS
soortnaam
Algemeen omschrijving
wagentype
UIC kenmerknummer
5de tot en met 7de (8ste) cijfer
UIC kenmerk
soortnaam
Conversie overzicht oorspronkelijke NS nummering naar de UIC 1 nummering voor wagens (1965)
100 – 1749 GW normale gesloten wagens 133 ◦ • Gls
301 – 5475 S-CHR, Ghs 121 ◦ (indien RIV) • Gs-v
128 ◦ (indien EUROP)
5700 – 8099 S-CHO 120 ◦ (indien RIV) • Gs
125 ◦ (indien NS-MT)
127 ◦ (indien EUROP)
8102 – 12774 CHD, CHDG geen
13801 – 13830 XCH-GZ speciale gesloten wagens 200 ◦ • Hdg
13831 – 13900 X-CHG normale gesloten wagens 103 ◦ • Glm
14063 – 14901 CHO. CHOM geen
15198 – 20250 (X)-CHE geen
20251 – 20750 X-CHG 103 ◦ • Glm
20751 – 20990 S-CHH 156 ◦ Gbls
20991 – 21000 S-CHK speciale gesloten wagens 212 ◦ • Hbcs-v
24576 – 24998 CH(R)MK normale gesloten wagens 101 ◦ • Gl
102 ◦ (indien NS-MT)
26531 – 26555 S-CHIZ koelwagens 802 ◦ • Ibdlps
26601 – 26700 Ibces 801 ◦ • Ibces
  nieuw wagentype 815 ◦ • Ibbccs
26701 – 26800 Ics 803 ◦ • Ibes
26801 – 26820 S-CHV 807 ◦ • Ics
26821 – 26830 S-CHV 806 ◦ • Icms
27421 – 27830 CHIB normale gesloten wagens geen
28401 – 28407 S-CHI koelwagens 805 ◦ • Iblps
30000 – 30899 Hbs normale gesloten wagens 150 ◦ • Gbs
151 ◦ (indien NS-MT)
31002 – 31375 H(R)MK 101 ◦ • Gl
102 ◦ (indien NS-MT)
32000 – 32394 Hbs 150 ◦ • Gbs
151 ◦ (indien NS-MT)
37000 – 37029 Hbcs speciale gesloten wagens 213 ◦ • Hbcs
38000 – 38129 Hbis 211 5 • Hbis-w
  nieuw wagentype 211 6 • Hbis
40001 – 40210 GRU wagens met openlegbaar dak 560 0 • T-x
40501 – 40525 GSDW 560 1 • T
40601 – 40649 Tb 560 2 • T-u
40650 – 40699 Tb 570 2 • Ts-u
40700 – 40701 Te-t 560 3 • T-t
49000 – 49024 F-v speciale open wagens 600 ◦ • F-z
49100 – 49124 Fs-v 610 ◦ • Fs-z
50000 – 50221 Fds normale open wagens 551 ◦ • Eds-v
50250 – 51399 Eds 550 ◦ • Eds
52722 – 59360 GTM geen
59500 – 59699 Fads speciale open wagens 678 ◦ • Fads
61001 – 61620 GTM normale open wagens geen
61651 – 66840 GTU normale open wagens 500 ◦ (indien RIV) • E
505 ◦ (indien NS-MT)
508 ◦ (indien EUROP)
67001 – 69600 GTO 501 ◦ (indien RIV)
507 ◦ (indien EUROP)
84001 – 84100 S-LWR normale platte wagens 2-assig 334 ◦ • Kbs-w
84101 – 84500 S-LWO 333 ◦ • Kbs
87461 – 87462 LWP 342 ◦ • Kbms
87510 – 87600 LWGK 302 4 • Kb-v
87601 – 88000 LWR 302 3 • Kb-w
  nieuw wagentype 335 ◦ • Kbss
336 ◦ • KIs
89202 – 89250 HTSV normale open wagens 4-assig 380 ◦ • R
89301 – 89380 S-HTS 391 0 • Rs
89500 – 89544 S-HTSV 391 3 • Rs-v
90001 – 90004 KWK kuilwagens 989 ◦ • Uai
90100 – 90101 Ld 909 ◦ • Ui
90200 Sds 939 ◦ • Uais
90300 Saad 999 ◦ • Uai-w
92321 – 92356 HBU speciale platte wagens 2- en 3-assig 402 ◦ • Lalp
93821 – 93970 HHD 405 ◦ • Lbk
94801 – 94880 S-HH 411 0 • Lbs
94881 – 94900 411 1 • Lbs-z
94901 – 94950 HHD 405 ◦ • Lbk
  nieuw wagentype 412 ◦ • Lips
97000 – 97059 Lacs 413 ◦ • Laes
99000 – 99129 U, Ucs-y, silowagens 912 ◦ • Ucs, • Uces
99200 – 99539 Ucs, Uces
99540 – 99739 Ubcs 910 ◦
Opmerkingen:
zie ook tabel: Nationale indextoevoeingen bij UIC 1 nummering voor wagens (1965).
deze te slopen wagens werden niet meer van UIC1 kenmerken voorzien.
werden omgebouwd tot S-wagens.
werden omgebouwd tot 20-tons wagens.
Bij NS-wagens gestationeerd in Zeeuws-Vlanderen werdt achter NS nog extra -MT toegevoegd (NS-MT) en hadden een ander UIC kenmerknummer voor het 5de tot en met 7de
◦ positie 8ste cijfer.
Bij kenmerk Algemene eigenschapsbetekenis van de nationale indexletter
Nationale indextoevoegingen bij UIC 1 nummering voor wagens (1965)
• …-v v = In het algemeen kan gesteld worden dat deze code werd toegekend het verouderde wagentype ten opzicht van het nieuwe standaard wagentype. Deze oudere wagens hebben praktisch altijd een geringer beladingseigenschap dan de standaard wagens.
• …-y y = Depotwagen (deze index letter was al voor het UIC 1 tijdperk ingevoerd)
Bijzondere eigenschapsbetekenis van de nationale indexletter Standaardwagen (ter onderscheiding van)
• Eds-v v = 38 m3 inhoud • Eds (40 m3)
• F-z
• Fs-z
z = met kiepbakken • F (= geen kiepbakken)
• Gs-v v = 21 ton Gs (28 ton)
• Hbis-w w = met tussenwand • Hbis (= zonder tussenwand)
• Hbcs-v v = lang 11,6 m en 21 ton • Hbcs (12,7 m en 26,5 ton)
• Kb-w
• Kbs-w
w = lang 13,9 m • Kbs (12,5 m)
• Kb-v v = lang 13 m • Kbs (12.5 m)
• Lbs-z z = ingericht voor soda-containers • Lbs (voor overige autolaadkisten)
• Rs-v v = 42 ton • Rs (56 ton)
• T-x x = met bijbehorend dekzeil • T (schuifdak)
• T-u
• Ts-u
u = luikendak • T (schuifdak)
• T-t t = roldak • T (schuifdak)
• Uai-w w = 8 assen • Uai (6 assen)

UIC nummersysteem op dienstmaterieel (1965) (UIC1)

UIC nummersysteem op rijtuigen (1968) (UIC1)

UIC nummersysteem op tractievoertuigen (2000) (EVN)

Bronnen

De (ver)nummering van het stroomlijnmaterieel - P.W. van der Vlist, J.M. ten Broek - Maandblad: Op de Rails, 87e Jaargang - 2019 Blz: 429-436 Uitgave: NVBS ISSN: 0030-3321