700 - Rangeerlocomotieven serie 700 (oud)

Uit Somda RailWiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

In 1948 werd opdracht gegeven om uiteindelijk 125 locomotieven te bestellen bij de English Electric Company Ltd. Zij worden gebouwd door Dick Kerr Works in Preston. Deze 125 locs zouden verdeeld worden uiteindelijk verdeeld over 3 series. De serie 500 met 1 compressor en enkel een locomotiefrem, de serie 600 met twee compressoren en een doorgaande treinrem en de serie 700. Deze komen zonder dieselmotoren en tractiemotoren aan in Nederland.


Geschiedenis

In de Tweede Wereldoorlog werden door de Engelse fabrieken locomotieven gebouwd voor het Engelse ministerie van bevoorrading en werden ingezet door het Engelse War Department. Deze locs kwamen via Engeland, Frankrijk (Calais), België (Antwerpen) en Duitsland (Goch, Emmerich en Kleve) naar Nederland (Nijmegen). De eerste locomotieven in Nederland was de WD 70264, welke op 29 mei 1945 haar Nederlandse carrière in Nijmegen begon. In augustus 1945 kwam de tweede locomotief aan in Nijmegen, de WD 70269. Deze locomotief ging op 18 augustus 1945 naar Utrecht. De locs deden toen nog dienst voor de Britse militaire dienst. De WD 70269 kwam eind september 1945 in dienst voor de NS. In maart 1946 werd door de NS besloten om 7 locs uit de serie 70260-70273 over te nemen. De nummering werd hierdoor aangepast naar een nummering in de serie 500, 501-508. De 509 en 510 kwamen voort uit de ruil van de ex WD locs 70214 en 70217. Deze locs waren bij de NS genummerd als 521 en 522. Deze locs kwamen eind 1945 naar Nederland, nadat ze eerst in Frankrijk waren ingezet. In april 1946 gingen de locs terug naar het War Department, omdat de NS de locs minder goed kon gebruiken. De locs werden aangedreven door een blinde as, welke de eerste as aandreef. De locs zijn uiteindelijk naar België gegaan. De laatste loc van dit type 231 werd in 1966 gesloopt. De locs 70270-70273 hebben nooit voor de NS dienst gedaan, al heeft 70273 wel onder het nummer 511 gereden in 1949. Hier ontstond een doublure met de nieuwe 511, welke op 18 juli 1949 werd afgeleverd door Dick Kerr Works. De oude 511 deed dienst tot september 1949 en is toen terug gezonden naar Engeland. Haar loopbaan beëindigde ze in 1974 in Denemarken. De 70270 is in Frankrijk en Duitsland geweest en keerde daarna terug naar Engeland. De 70271 en 70272 zijn nooit uit Engeland weggeweest. De locomotieven van de serie 500 waren oorspronkelijk genummerd in de serie WD 70260-70273, welke in 1944 bij de werkplaats van de LMS (London, Midland and Scottish Railways) te Derby werden gebouwd. Van deze locomotieven kwamen er 14 terecht bij het War Department en de overige zes gingen naar de LMS en werden daar genummerd in de serie 7120-7125.

In 1948 werd opdracht gegeven om uiteindelijk 125 exemplaren te bestellen bij de English Electric Company Ltd. Zij worden gebouwd door Dick Kerr Works in Preston. Deze 125 locs zouden verdeeld worden uiteindelijk verdeeld over 3 series. Tijdens de bouw wil de NS graag locomotieven zelf voorzien van diesel- en tractiemotoren. De dieselmotor wordt geleverd door Thomassen in De Steeg en Stork in Zwolle. De tractiemotoren door . De locomotieven waren oorspronkelijk genummerd als 551 - 565, doch bij aflevering voorzien van de nummers 451 - 465. Ook deze nummers moesten zij weer afstaan en werden genummerd in de serie 701 - 715. Als eerste komt in januari 1952 locomotief 451 aan in Nederland. In maart 1952 komen de drie volgende locomotieven aan in Nederland. Zij worden in eerste instantie opgeborgen in de dieselloods van de Utrechtse werkplaats. Door Thomassen worden de locomotieven 454, 459, 452, 463 en 461 voorzien van dieselmotoren. Door Stork in Zwolle wordt als eerste de 458 van dieselmotoren voorzien.

Op 11 oktober 1952 organiseerde de NS een materieelshow in 's-Hertogenbosch in het kader van de najaarsvergadering van het Koninklijk Instituut voor Ingenieurs. De 458 reed mee in deze materieelshow.


Technische gegevens

De locomotieven hebben een lengte van 9,068 meter, een hoogte van 3.800 meter en een breedte van meter. De locomotieven hebben een gewicht van 48,5 ton. De locomotieven hebben drie assen, welke met een koppelstang gekoppeld zijn. De locomotieven hebben de asindeling C. De locomotieven kwamen motorloos aan uit Engeland. Wel zijn zij voorzien van een generator en elektromotoren. In Nederland werden zij voorzien van een tweetaktdieselmotor met 4 cilinders van het type 4 STT 24/36 van 400 pk. Deze motoren werden gebouwd door Stork-Thomassen. Deze motoren werden zowel in De Steeg (Thomassen) als in Zwolle (Stork) ingebouwd. Om de benodigde elektriciteit te kunnen genereren zijn de locomotieven voorzien van een hoofdgenerator van EEC, type EE 801/6 F. Deze levert een continu vermogen van 200 kW ( pk), 430 volt, A bij 680 omw/min. Door de generator worden twee tractiemotoren van spanning voorzien. Deze twee tractiemotoren zijn van EEC, type EE 506 4 B en leveren een vermogen van ieder 115 pk (83 kW). Op de hoofdgenerator is een hulpgenerator geplaatst, welke een vermogen levert van 6,5 kW. De hulgenerator zorgt ervoor dat de verlichting werkt en dat de batterijen opgeladen worden, welke geplaatst zijn aan weerszijden van de motorhuif. De koellucht wordt via twee luchtfilters aangezogen. De smeerolie wordt aangevoerd door een pomp, die aangesloten is via een tandwieloverbrenging op de motor. Deze as drijft daarnaast ook de koelwaterpomp en de brandstofpomp aan. De koelwaterpomp maakt deel uit van een gesloten systeem dat de motor koelt en ook de cabine kan verwarmen. De motor kan daarnaast gekoeld worden met jaloezieën, die aan de voor- en zijkant zijn gemonteerd. De brandstoftank heeft een inhoud van 1.500 liter. Daarnaast is er een dagtank met een inhoud van 340 liter.

De locomotief is voorzien van een compressor met een zuigerverplaatsing van 700 liter per minuut, welke een hoofdreservoir vult. Vanuit dit reservoir worden de remmen, fluit en dodeman inrichting voorzien van lucht. Ook de zandbakken, welke gevuld zijn met droog zand om doorslippen van de wielen te voorkomen bij gladde spoorstaven, worden van lucht voorzien. De locomotieven zijn niet voorzien van een doorgaande treinrem. Dit houdt in dat alleen de locomotief remt, wanneer de machinist de remkraan bedient. Naast deze treinrem waren de locomotieven ook voorzien van een handrem. Ze waren echter wel voorbereid op een treinrem, door de aanwezigheid van een Westinghouse compressor.

De locomotieven zijn voorzien van de fabrieksnummers 1833 - 1847.


Uitvoering

De locomotief is opgebouwd uit twee frameplaten, welke met bufferbalken en dwarsverbindingen aan elkaar verbonden zijn. Hier bovenop is aan een zijde de voetplaat met cabine geplaatst. Tussen de cabine en motorcompartiment bevinden zich de brandstoftanks. De hoofdtank heeft een inhoud van 1.500 liter, terwijl de dagtank een inhoud heeft van 340 liter. De War Department locs waren ook voorzien geweest van een handpomp, om zo brandstof te kunnen tanken op plaatsen die met een vrachtwagen te bereiken waren, zonder dat de loc terug moet naar het depot. Bij de NS is deze voorziening verwijderd. De dagtank wordt door de brandstofpomp gevuld vanuit de hoofdtank. Tegen de brandstoftank is de hoofdgenerator geplaatst, met daar boven op de hulpgenerator. In het midden is de dieselmotor geplaatst. Aan de voorzijde van de locomotief is de ventilator geplaatst.

Het motorcompartiment is te bereiken via de deuren aan de zijkant, alsmede aan de bovenkant via schuifdaken. Een kleine schoorsteen is te vinden aan de voorzien. De uitlaatgassen worden via een rooster door de kleine schoorsteen geleid.

De bovenbouw rust op een onderstel, voorzien van 3 assen. De buitenste twee assen worden aangedreven door een tractiemotor. Door middel van drijfstangen wordt de middelste as aangedreven.

De locomotieven waren identiek aan de serie 500 en waren evenmin uitgerust met een treinrem. Ze waren echter wel voorbereid op een treinrem, door de aanwezigheid van een Westinghouse compressor.

De locomotieven waren in het groen afgeleverd met rode bufferbalken en drijfstangen.


Inzet

Alle locomotieven werden gedurende hun actieve bestaan gestationeerd in de Rotterdamse werkplaats Feijenoord. Vanaf hun aflevering werden de locomotieven nog verspreid ingezet over de depots Amersfoort, Utrecht en Eindhoven. Hier verzorgden zij hun rangeerwerkzaamheden.

Vanuit hun thuisbasis Feijenoord rangeerden de locomotieven op de verschillende raccordementen en rangeerterreinen die de Rotterdamse havens kenden. Zij waren onder andere actief op de Rechter Maasoever, de Waalhaven, industriegebied Pernis en het goederenstation Rotterdam Noord. De concentratie van de locomotieven bij de werkplaats Feijenoord had te maken met de problemen die de motoren kenden. Vooral in de winter met vorst was de dieselmotor nauwelijks aan de praat te krijgen. De rangeerders die dienst op de locomotieven deden waren wel zeer te spreken over locomotieven, met name omdat de motor sneller op toeren kwam in vergelijking met hun soortgenoten uit de serie 500 en 600. Met ingang van de dienstregeling 1972/1973 worden de locomotieven teruggetrokken uit de rangeerdienst.


Onderhoud

De rangeerlocomotieven zijn bij lijnwerkplaats Feijenoord in onderhoud. Per 1 november 1971 zijn de locomotieven 701 en 709 toebedeeld aan de Roosendaalse werkplaats. Hier krijgen zij ook hun dagelijks onderhoud. Het groter onderhoud wordt uitgevoerd bij de werkplaats Rotterdam Feijenoord. De locomotieven 702 - 708 en 710 - 715 krijgen hun dagelijks en groot onderhoud in de werkplaats Rotterdam Feijenoord.


Revisie

Bijzondere uitvoeringen

Om beter zichtbaar voor het wegverkeer werden de locomotieven voorzien van geel/zwarte strepen.


Wijzigingen

Vernummeringen

De locomotieven waren oorspronkelijk bedoeld als serie 551-565, in aansluiting van de lopende bestelling locomotieven serie 511 - 520 en 521 - 545. Deze nummers hebben de locomotieven echter nooit gedragen. Door de vervolgbestelling serie 600 moesten de locomotieven opnieuw vernummerd worden. Hiervoor werd de serie 451 - 465 bedacht en aldus afgeleverd. Door de bestelling in april 1953 van de tramlocomotieven serie 451 - 460 moesten de locomotieven opnieuw vernummerd worden en werden ze aansluitend aan de serie 600 in de serie 700 genummerd. De locomotieven behielden hun volgnummer. De 551 werd aldus de 451 en uiteindelijk de 701 etc.

Oorspronkelijk nummer Nieuw nummer Uiteindelijk nummer
551 451 701
552 452 702
553 453 703
554 454 704
555 455 705
556 456 706
557 457 707
558 458 708
559 459 709
560 460 710
561 461 711
562 462 712
563 463 713
564 464 714
565 465 715


Schadegevallen

  • De 707 loopt op augustus 1971 schade op. Op 1 oktober 1971 wordt de locomotief afgeleverd na herstel en revisie.


Afvoer

Door hun afwijkende motoren en generatoren en de afname van het goederenvervoer, besloot de NS begin jaren '70 de locomotieven buiten dienst te stellen. De eerste twee locomotieven gingen in mei 1972 aan de kant in Tilburg. Het zijn de 701 en 705. Op 9 mei 1972 wordt de 701 naar Tilburg overgebracht en terzijde gesteld. Op 29 mei 1972 wordt de 705 naar Tilburg overgebracht en terzijde gesteld. De 705 wordt op 7 augustus 1972 samen met de locomotoren 207 en 272 via Tilburg Goederenstation naar Rotterdam Zuid Goederenstation overgebracht. De 701 wordt op 1972 van Tilburg naar Roosendaal overgebracht. Begin september 1972 is de locomotief van Roosendaal naar Rotterdam Zuid overgebracht. Op augustus 1972 worden de locomotieven 701 en 705 naar het werkplaatsterrein van Rotterdam Feijenoord overgebracht.

De overige locomotieven werden een jaar later afgevoerd. Met ingang van de nieuwe dienstregeling in 1973 werden de nog resterende locomotieven terzijde gesteld. Op 14 mei 1973 kwamen de 704 + 709 naar Tilburg voor stalling aldaar. In juni en juli 1973 werden de nog resterende locomotieven terzijde gesteld in Roosendaal. Op werden de 704 + 709 van Tilburg naar Roosendaal overgebracht en gestald in afwachting van verkoop. Een koper diende zich echter niet aan en de locomotieven werden gesloopt.


Sloop

Op 10 januari 1974 zijn de eerste locomotieven afgevoerd naar de sloper. Het zijn de in Roosendaal staande locomotieven 706 en 713 die naar sloper in worden overgebracht. Op 17 januari 1974 worden de locomotieven 711 en 715 naar de sloper overgebracht. Op 4 februari 1974 zijn de locomotieven 703 en 714 vanuit Roosendaal naar Uithoorn overgebracht. Op 7 februari 1974 gaan de locomotieven door naar sloper Koek in Mijdrecht. Op 18 februari 1974 zijn de locomotieven 707 en 708 naar sloper in overgebracht. Als laatste locomotief is op 14 mei 1974 de 702 naar sloper Hollandia in Amsterdam overgebracht.


Museumlocomotieven

Van de vijftien gebouwde locomotieven is geen enkel exemplaar bewaard gebleven.


Afleverdata

Nummer Aflevering In dienst In revisie Uit revisie Terzijde Sloop(rit)
701 januari 1952 januari 1953 9 mei 1972 19 juli 1976
702 7 maart 1952 oktober 1952 14 februari 1972 4 april 1972 6 juli 1973 14 mei 1974
703 7 maart 1952 januari 1953 14 juni 1973 7 februari 1974
704 7 maart 1952 1952 14 mei 1973
705 1952 december 1952 29 mei 1972 19 juli 1975
706 20 december 1952 20 juni 1973 10 januari 1974
707 1952 juli 1971 1 oktober 1971 15 juni 1973 18 februari 1974
708 oktober 1952 6 juni 1973 18 februari 1974
709 1952 14 mei 1973
710 1952 28 juni 1973
711 1952 8 juni 1973 17 januari 1974
712 1953 22 juni 1973
713 oktober 1952 21 juni 1973 10 januari 1974
714 1953 13 juni 1973 7 februari 1974
715 1953 15 juni 1973 17 januari 1974