Wagenwerkplaats Blerick

Uit Somda RailWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Als gevolg van de uitbreiding van het spoorwegnetwerk en de groei van het aantal goederentreinen, ontstond er een behoefte aan werkplaatsen waar reparaties aan het goederenmaterieel konden worden uitgevoerd. Een van deze werkplaatsen werd in Blerick gebouwd. Thans is de werkplaats in gebruik als bewaarplaats voor museummaterieel.


Geschiedenis

In de laatste jaren van de 19e eeuw groeit het spoorvervoer explosief. De Staatsspoorwegen zochten daarop een plaats om een werkplaats voor goederenmaterieel te bouwen in het zuiden van Nederland. De keus viel daarbij op Blerick. De werkplaats werd gevestigd tussen de spoorlijnen Nijmegen - Venlo en Eindhoven - Venlo. De werkplaats is te bereiken via een stamlijn vanaf het station van Blerick. De bouw van de werkplaats begon in 18. Het gebouw is gebouwd in de bouwstijl van het Traditionalisme. De werkplaats bestaat uit een loods met sheddaken. Om de sheddaken te ondersteunen, zijn in de loods gietijzeren kolommen. De gebouwen zijn opgetrokken uit bakstenen. In de gevels zijn hoge, rondboogvormige vensteropeningen met kozijnen van gietijzer. Om de loods te kunnen betreden, zijn aan de spoorzijde segmentboogvormige, houten poorten als deuren ingehangen. Aan de rechterzijde van de voorgevel is een aanbouw met plat dak, waarin de kantoren zijn gevestigd. Op 1 maart 1889 wordt de werkplaats geopend en fungeert als centrale werkplaats voor goederenmaterieel in Zuid-Nederland. In de werkplaats worden reparaties en revisies uitgevoerd. Ook het brandweermaterieel van de spoorwegen vond onderdak in de hallen van de wagenwerkplaats. In de werkplaats waren bankwerkers, schilders, smeden en timmerlieden aan het werk. In de eerste jaren was dit allemaal handwerk en na verloop van tijd kwamen er machines in de werkplaats waarmee het werk werd vergemakkelijkt. Voor de verlichting werd gebruik gemaakt van een olie-gasfabriek op het terrein. Na de Tweede Wereldoorlog komen er meer en zwaardere machines in de werkplaats, waarmee het werk verricht. Hierdoor kon het tempo omhoog tot 20 à 25 wagons die per dag konden worden hersteld en/of gereviseerd. In 1951 wordt deel van de activiteiten overgeplaatst naar de Hoofdwerkplaats Amersfoort. Door de afname van het goederenvervoer, werd de centrale werkplaats in Blerick gesloten. Door de afname waren er minder goederenwagons om te onderhouden en te repareren. Dit betrof vooral de kolenwagons van het type GTU. Het werk werd overgeplaatst naar het centraal gelegen Amersfoort, waar de hoofdwerkplaats van het goederenmaterieel was gevestigd. Een deel van de medewerkers werd naar Amersfoort overgeplaatst. Sinds die tijd staan de hallen leeg. Aan het eind van de jaren ’80 wordt het terrein van de voormalige werkplaats gebruikt voor het stallen van afgevoerde diesellocomotieven.

Uitbreiding

In 1920 wordt de werkplaats uitgebreid.


Materieel in onderhoud

De werkplaats in Blerick heeft voornamelijk open goederenwagons van de types GTG, GLY, GL, GLG, GTM, GTMK, GTML, GTMW, GTU, GTUK, GTUW, GTAW, GTO, GTOW voor het kolenvervoer. Vanaf 1961 kwamen zelflossers van de types Eds en Fds in onderhoud in Blerick.


Sluiting

Op 1 maart 1969 wordt de werkplaats gesloten. Op 28 februari 1969 worden de laatste wagons afgeleverd. Het klein onderhoud wordt verplaatst naar de lijnwerkplaatsen. Het onderhoud van de locomotoren wordt overgeplaatst naar het Exploitatiesteunpunt in Venlo, wat ook het halfjaarlijkse onderhoud aan koelwagens gaat uitvoeren. Het onderhoud wordt uitgebreid met een gehele, inwendige reinigingsbeurt. Hiervoor wordt een speciale wasinstallatie ingericht. De werkplaatsgebouwen zullen worden verhuurd. Een gedeelte wordt verhuurd aan Van Gend & Loos.


Na de sluiting

Na dat de werkplaats in 1969 zijn deuren sloot, is de werkplaats regelmatig gebruikt om materieel al dan niet tijdelijk onder te brengen. Zo vinden de rijtuigen van het Materieel '24 er een tijdelijke plaats. Het zijn de A 5501, A 5508, A 5510, mP 9225, mDW 169 307, mDW 169 308 en mDW 169 309. Deze rijtuigen zijn in de loop van 1969 afgevoerd. Ook de Bolkoprijtuigen B 6111, B 6115 en B 6116 en B 6157. Ook het afgevoerde treinstel El2 440 vindt er een tijdelijk onderkomen. In de loop van augustus en september is dit materieel verplaatst naar andere plaatsen, zoals de Watergraafsmeer.

Het gebouw wordt in aangewezen als rijksmonument.

In 2007 wordt de werkplaats verkocht aan BOEi (Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van industrieel erfgoed). In 2010 meldt het Spoorwegmuseum zich als nieuwe huurder. Vanwege de uitbreiding van de collectie en de ontruiming van de loods in Amersfoort, wordt nieuwe ruimte gezocht. Dit wordt in Blerick gevonden. Het verwaarloosde gebouw is vervolgens gerestaureerd, omdat de huurinkomsten het onderhoud en verzekering van het gebouw kon dekken. Na het opstarten van een herbestemmingstraject is er samen met de BankGiro Loterij en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn er middelen ingebracht om de restauratie mogelijk te maken. De werkzaamheden omvatten onder andere de renovatie van het dak, zodat water niet meer het gebouw binnen kan dringen. De gevels zijn aan de buitenzijde gerestaureerd. Alle ramen zijn geschilderd en op het buitenterrein is nieuwe bestrating aangelegd. Binnen zijn er nieuwe vloeren neergelegd en zijn er nieuwe installaties geplaatst. Sporen uit het verleden, zoals schade uit de oorlogsjaren, zijn zoveel als toelaatbaar was, zichtbaar gemaakt. Op 30 januari 2014 is de viering van de afronding van de restauratie. Tijdens deze ceremonie wordt de sleutel overgedragen aan het Spoorwegmuseum. Zij gebruiken de loods als depot voor het museum in Utrecht. Daarnaast zijn er sporen in de loods verhuurd aan de Werkgroep 1501/Stichting Klassieke Locomotieven. De voormalige kantoren van de wagenmakerij zijn ook opgeknapt en verhuurd.