Mat'24 - Materieel 1924 (Blokkendoos)

Uit Somda RailWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Vanwege het succes van het elektrische materieel op de Hofpleinlijn en de ervaringen in het buitenland, werd besloten om op de lijn Amsterdam - Rotterdam (de Oude Lijn) ook elektrisch te gaan rijden. Door de Eerste Wereldoorlog werden deze plannen uitgesteld. In 1923 kwamen de eerste 10 rijtuigen in dienst. Het materieel kreeg als bijnaam Blokkendoos en Stofzuiger. Blokkendoos naar het uiterlijk en Stofzuiger naar het geluid dat de motoren maakten.

Inhoud

Geschiedenis

Nadat besloten was om de Oude Lijn te elektrificeren met 1.500 Volt gelijkstroom in plaats van de gebruikte 10 000 volt wisselstroom van de Hofpleinlijn, werd in juni 1922 een proefserie van 10 doorgangrijtuigen (Bd 7501 - 7510) besteld. Dit waren de eerste stalen rijtuigen van de NS, hoewel zij nog wel voorzien zijn van een houten dak. Deze rijtuigen werden in 1923 geleverd. Deze 10 rijtuigen werden ingezet in stoomtreinen om ze te kunnen testen. De rijtuigen bevielen zo goed, dat er diverse vervolgbestellingen volgden om in elektrische treinen te rijden. In 1925 werden deze rijtuigen aangepast om dienst te doen als elektrisch tussenrijtuig. Door de verschillende fabrieken werden tussen 1922 en 1932 in totaal 261 rijtuigen gebouwd, te verdelen in 130 motorrijtuigen en 131 tussenrijtuigen. Er kwamen echter maar 129 tussenrijtuigen in dienst, omdat de Bec 8524 en Bec 8525 begin september 1926 werden vernield door brand. De rijtuigen waren nog niet door de NS afgenomen en stonden opgeslagen in de oude locomotiefloods Beukelsdijk bij Rotterdam Delftsche Poort. In 1927 worden door Beijnes de Bec 8524 en Bec 8525 opnieuw geleverd. Omdat de verbrandde rijtuigen niet overgedragen waren aan de NS, worden de vrijgekomen rijtuignummers opnieuw gebruikt, zonder de rijtuigen te vernummeren of te voorzien van de eindnoot II. Door de bouwtijd van 10 jaar en de grote hoeveelheid rijtuigen, zijn er diverse verschillen ontstaan in de loop der jaren. De eerste rijtuigen zijn geleverd met een houten dak. Dit werd vanaf 19 gewijzigd naar een stalen dak. De eerste motorrijtuigen waren voorzien van slechts een stroomafnemer, vanaf 19 werden er standaard twee stroomafnemers geplaatst. De draaistellen ondergingen ook diverse wijzigingen. Zo werden de glijlagers in 19 vervangen door rollagers.

Er zijn vier fabrieken betrokken bij de bouw van de rijtuigen: Beijnes uit Haarlem en Werkspoor uit Amsterdam. Uit Duitsland waren de fabrieken van Waggon- und Maschinenbau Görlitz in Görlitz en HAWA in Hannover betrokken. De verdeling was als volgt:

Beijnes

  • Bd 7505 - Bd 7507;
  • mBD 9003 - mBD 9020
  • Bec 8516, Bec 8519 - Bec 8525;

Görlitz

  • Ces 8101

HAWA

  • Bd 7501 - Bd 7504;

Werkspoor

  • Bd 7508 - Bd 7510;
  • mBD 9001, mBD 9002
  • mC 9001, mC 9020, mC 9021
  • mCd 9417, mCd 9421
  • Cec 8546


Door Beijnes waren in 1926 de rijtuigen Bec 8516, Bec 8519 - Bec 8525 gebouwd, maar nog niet aan de NS overgedragen. Zij werden daarom te Gennep (Bec 8516, Bec 8519 - Bec 8523) en Rotterdam (Bec 8524I, 8525I.) opgeborgen in de locloods aan de Beukelsdijk te Rotterdam DP waar zij echter in september 1926 door brand verwoest werden. In 1927 werden zij vervangen door de Bec 8524II, 8525II.

Voor de elektrische installatie van de motorrijtuigen waren Siemens Schuckert Werke, Vickers en Westinghouse betrokken. Deze installaties werden in licentie gebouwd door De verdeling van deze installaties was als volgt:

Siemens Schuckert Werke

Vickers

Westinghouse/Heemaf

  • mC 9001, mC 9020, mC 9021
  • mCd 9417, mCd 9421
  • Cec 8546

De eerste soorten rijtuigen die werden geleverd, waren twee motorrijtuigen (mBD en mC) en drie tussenrijtuigen (Aec, Bec en Cec). Hiermee werden vaste stammen van vijf rijtuigen (mBD + Bec + Aec + Cec + mC) gevormd. In de spits reden twee van zulke dergelijke combinaties gekoppeld. In 1927 bleek dat een dergelijke combinatie te weinig derde klas capaciteit had. Vanwege de geringe trekkracht van de motorrijtuigen, was het niet mogelijk om nog een derde klas tussenrijtuig bij te plaatsen. Daarom werd op basis van een Cec rijtuig een motorrijtuig geconstrueerd, de mCd. Een van de koppen is voorzien van een volledige stuurstand. Omdat de vouwbalgopening in het begin niet tochtdicht te krijgen was bij de stuurstand, reden deze rijtuigen in het midden van de trein. Vanaf 1931 werd de vouwbalgconstructie aangepast en hiermee verdween ook het tochtprobleem. Hierdoor konden de mCd rijtuigen ook voorop in een trein rijden. In 1933 was de samenstelling van een stam mBD + Bec + Aec + Cec + mCd + mC. Bij minder reizigersaanbod kon het mC rijtuigen komen te vervallen, zodat zij als versterkingsrijtuigen dienst doen. Mocht het nodig zijn, dan kan er ook nog een Cec rijtuig worden bijgeplaatst, zodat een achtwagen treinstam ontstaat. Voor de geëlektrificeerde IJmuiderlijn werden in 1927 vier motorrijtuigen (mABD) en drie stuurstandrijtuigen (Ces) besteld. Op deze manier hoeft er geen extra motorrijtuig meegevoerd te worden of het mABD rijtuig om te lopen op het eindstation. Voor de lijnen in Noord Holland voldeed de bagageruimte van de motorrijtuigen mBD niet. Voor de lijnen Amsterdam - Alkmaar en Haarlem - Uitgeest werden 10 motorrijtuigen (mB4D) besteld met een grotere bagageruimte. De lengte nam hierbij toe van 2,5 meter naar 3,25 meter. Dit ging ten koste van een coupé afdeling. Deze rijtuigen zijn de eerste nieuw gebouwde rijtuigen met een stalen dak en aangepaste zwanenhalsdraaistellen. De gebogen hals liggers zijn hierbij vervangen door rechte hals liggers. In deze draaistellen werd gebruik gemaakt van rollagers in plaats van de tot dan toe gebruikte glijlagers. Deze motorrijtuigen waren voornamelijk te zien met de ABecm rijtuigen, welke beter in de behoefte van eerste en tweede klas voorzagen. De eerder gebruikte Aec en Bec rijtuigen waren regelmatig onvoldoende bezet. Door de toenemende vraag naar derde klas capaciteit en de tegelijkertijd afnemende vraag naar eerste en tweede klas capaciteit, leidde er toe dat in 1938 een aantal Aec rijtuigen werden verbouwd tot ABec rijtuigen. Vier Aec rijtuigen werden gedeklasseerd tot Bec rijtuig. Tussen 1939 en 1941 wijzigde een aantal Bec rijtuigen naar Ce8c rijtuigen. In deze periode verdwijnt ook het onderscheid tussen Cec, Ces en Cesc rijtuigen. Dit worden allen Cec rijtuigen. Een aantal mBD rijtuigen worden vanaf 1941 verbouwd tot mCD rijtuig. Hierdoor wijzigt de benaming van mCd rijtuig naar mCv rijtuig. De v wordt gebruikt voor vouwbalg.

Order overzicht Materieel '24

Order dd in dienst rijtuigen bak type bakcode
vanaf 1950
fabriek draaistel type zitpaatsen Bijz.
mechanisch elektrische 1ste
klasse
2de
klasse
3de
klasse
1 juni
1922
1923 Bd 7501, 7502 [1] II 552 Hawa Heemaf L [10] 64 HK [7]
1924 Bd 7503, 7504 [2] II 552 Hawa Heemaf L 64 HK
1923 Bd 7505 − 7507 [3] II 552 Beijnes Heemaf L 64 HK
1923 Bd 7508 − 7510 [4] II 552 Werkspoor Heemaf L 64 HK
2 oktober
1922
1924 mBD 9001, 9002 I 505 Werkspoor Westinghouse M [10] 40 HK
1924 mBD 9003 I 505 Beijnes Vickers [6] M 40 HK
1924 mC 9001 V 503 Werkspoor Westinghouse M 88 HK
1924 mC 9002 − 9003 V 503 Beijnes Vickers M 88 HK
1924 Aec 8501 III 551 Werkspoor Westinghouse L 24 HK
1923 Aec 8502 III 551 Beijnes Vickers L 24 HK
1923 Bec 8501 II 552 Beijnes Vickers L 64 HK
1923 Bec 8502 II 552 Werkspoor Westinghouse L 64 HK
1923 Cec 8501 IV 556 Hawa Westinghouse L 88 HK
1923 Cec 8502 IV 556 Hawa Vickers L 88 HK
3 juli
1924
1925 mBD 9004 I 505 Beijnes Heemaf M 40 HK
1925 mC 9004 − 9010 V 503 Werkspoor Heemaf M 88 HK
1925 mC 9011 − 9017 V 503 Beijnes Heemaf M 88 HK
1925 Cec 8503 − 8505 IV 556 Werkspoor Heemaf L 88 HK
1925 Cec 8506, 8507 IV 556 Hawa Heemaf L 88 HK
1925 Cec 8508, 8509 IV 556 Görlitz Heemaf L 88 HK
4 november
1925
1926 Bec 8513 − 8515 II 552 Beijnes Heemaf L 64 HK
1926 Bec 8517 − 8518 II 552 Beijnes Heemaf L 64 HK
1927 Bec 8516 II 552 Beijnes Heemaf L 64 HK
1926 Bec 8517, 8518 II 552 Beijnes Heemaf L 64 HK
1927 Bec 8519 − 8523 II 552 Beijnes Heemaf L 64 HK
5 februari
1925
1927 Aec 8503 − 8521 III 551 Werkspoor Heemaf L 42 HK
6 april
1925
Bec 8524I, 8525I [5] II 552 Beijnes Heemaf L 64 HK
7 april
1925
1926 mBD 9005, 9006 I 505 Beijnes Vickers M 40 HK
1927 mBD 9007 − 9020 I 505 Beijnes Vickers M 40 HK
1927 mBD 9021 − 9027 I 505 Werkspoor Heemaf M 40 HK
1926 mC 9018 − 9021 V 503 Werkspoor Heemaf M 88 HK
1927 mC 9022 − 9027 V 503 Werkspoor Heemaf M 88 HK
8 maart
1926-03
1927 mABD 9001 − 9004 VI 501 Görlitz Heemaf M 14 24 HK
1927 Ces 8101 − 8103 VII 555 Görlitz Heemaf L 88 HK
1927 Cec 8510 − 8526 IV 556 Görlitz Heemaf L 88 HK
6A oktober
1926
1927 Bec 8524II, 8525II II 552 Beijnes Heemaf L 64 HK
9 januari
1927
1927 mBD 9028 II 505 Beijnes Vickers M 40 HK
1927 mC 9028 − 9031 V 503 Werkspoor Heemaf M 88 HK
1927 mC 9032 − 9034 V 503 Beijnes Vickers M 88 HK
1927 Aec 8522 III 551 Werkspoor Heemaf L 42 HK
1927 Bec 8526 II 552 Beijnes Heemaf L 64 HK
1927 Cec 8527 IV 556 Werkspoor Heemaf L 88 HK
1928 mC 9035 − 9037 V 503 Hawa Heemaf M 88 HK
10 september
1927
1928 mCd 9401 − 9410 VIII 504 Beijnes Vickers M 88 HK
1928 mCd 9411 − 9423 VIII 504 Werkspoor Heemaf M 88 HK
1928 Aec 8523, 8524 III 551 Werkspoor Heemaf L 42 HK
11 november
1927
1928 Bec 8527, 8528 II 552 Beijnes Heemaf L 64 HK
1928 Cec 8528 − 8531 IV 556 Werkspoor Heemaf L 88 HK
1928 Cec 8532 − 8534 IV 556 Beijnes Heemaf L 88 HK
12 september
1928
1929 mBD 9029, 9030 I 505 Beijnes Heemaf M 40 HH[8]
1929 mC 9038 V 503 Werkspoor Heemaf M 88 HH
1929 mCd 9424 VIII 504 Werkspoor Heemaf M 88 HH
1929 Aec 8525 − 8527 III 551 Werkspoor Heemaf L 42 HH
1929 Bec 8529 − 8531 II 552 Beijnes Heemaf L 64 HH
1929 Cec 8535, 8536 IV 556 Beijnes Heemaf L 88 HH
13 februari
1930
1931 mBD 9151 − 9161 IX 506 Beijnes Vickers W [11] 32 SH [9]
1931 mCd 9425 − 9432 XII 504 Beijnes Heemaf W 88 SH
1931 mCd 9433 − 9442 XII 504 Werkspoor Heemaf W 88 SH
1931 ABec 8501 − 8511 X 554 Werkspoor Heemaf V [11] 24 24 SH
1931 Bec 8532, 8533 XIII 552 Beijnes Heemaf V 64 SH
1931 Cec 8537 − 8555 XI 557 Werkspoor Heemaf V 88 SH
14 september
1931
1932 mCd 9443, 9444 XII 504 Beijnes Heemaf W 88 SH
1932 mCd 9445 − 9447 XII 504 Werkspoor Heemaf W 88 SH

[1] sinds 1925 Bec 8503, 8504
[2] sinds 1925 Bec 8505, 8506
[3] sinds 1925 Bec 8507 - 8509
[4] sinds 1925 Bec 8510 - 8512
[5] In september 1926 door brand verwoest in de locloods aan de Beukelsdijk te Rotterdam DP en met order 6A vervangen.
[6] Dit motorrijtuig kreeg motoren van SSW met rollager oplegging.
[7] HK=Houten dak, klassieke vouwbalgophanging.
[8] HH=Houten dak, Hongaarse vouwbalgophanging.
[9] SH=Stalen dak, Hongaarse vouwbalgophanging.
[10] Draaistel type zwanenhals bij aflevering uitgerust met glijlagers.
[11] Draaistel type draagjuk uitgerust met rollagers.

Technische gegevens

De rijtuigen hebben een lengte van 19,8 meter. De motorrijtuigen hebben een gewicht variërend van 60 tot 64 ton. De tussenrijtuigen hebben een gewicht variërend van 39 tot 42 ton. De motorrijtuigen zijn elk voorzien van vier tractiemotoren. Afhankelijk van de fabrikant, zijn dit tractiemotoren van Westinghouse of Vickers. De motoren van Westinghouse zijn van het type TM 8. Zij leveren per stuk een vermogen van 154 kW (210 pk) met omwentelingen per minuut. In totaal heeft een motorrijtuig de beschikking over 616 kW (840 pk). De motoren van Vickers zijn van het type . Zij leveren per stuk een vermogen van kW (pk) met omwentelingen per minuut. In totaal heeft een motorrijtuig de beschikking over kW (pk). De motoren zijn opgehangen volgens . De rijtuigen zijn ontworpen voor een snelheid van 115 kilometer per uur. In de normale treindienst zal een snelheid van 100 kilometer per uur worden aangehouden. Afhankelijk van het soort rijtuig, beschikt een rijtuig over 32 tot 88 zitplaatsen. Onder de motorrijtuigen is een twee compressor opgenomen. Deze kan liter lucht per minuut leveren. Deze lucht wordt gebruikt voor de luchtdrukrem en diverse elektro-pneumatische apparatuur. Voor het leveren van stroom voor de stuurstroom en verlichting, is onder het rijtuig een omvormer opgenomen van , type. Deze zet de 1.500 Volt bovenleidingspanning om in 100 Volt spanning voor de stuurstroom en 24 Volt voor de verlichting. De omvormer levert een vermogen van kW. Daarnaast zijn onder een motor rijtuig de schakelkasten en relaiskasten geplaatst. Ook de aanzetweerstanden, rijschakelaars en de volgordewals hebben een plekje onder de motorrijtuigen. De motorrijtuigen zijn voorzien van een stroomafnemer, type van . Vanaf 1928 werden twee stroomafnemers op het dak geplaatst. Om te voorkomen dat er een te hoge stroom door het treinstel komt te lopen, is op het dak een smeltveiligheid van Ampère geplaatst.


Uitvoering

De rijtuigen zijn opgetrokken uit een geklonken stalen geraamte. Het geraamte is voorzien van opgeklonken paneelplaten en stalen dak togen. Voor de stijfheid is het onderstel voorzien van een vloer. Het onderstel vormde een aparte constructie ten opzichte van de bak opbouw. Het dak is van hout. Na 1931 werden de daken ook van staal gemaakt. De kopwand is voorzien van twee stalen klapdeuren in het midden. De motorrijtuigen zijn aan een zijde voorzien van een cabine met stuurstand. Aan de andere zijde van het rijtuig is een eenvoudige hulpstuurstand geplaatst, welke alleen gebruikt wordt bij het aan- of afkoppelen van rijtuigen. Deze stuurstand is aan de rechterzijde van de midden doorloop geplaatst. Aan de linkerzijde was een normaal raam geplaatst. De mCd rijtuigen 9401 - 9447 zijn aan de rechterzijde van de vouwbalgen voorzien van een stuurstand. Deze rijtuigen kunnen in het midden van langere combinaties geplaatst worden, zodat er door de hele trein gelopen kan worden. Voor de diensten over de IJmuiderlijn werden voor de tweewagencombinaties de Ces 8101 - 8103 gebouwd. Dit waren stuurstandrijtuigen met een cabine. De vloer werd afgedekt met , waar bovenop was gelegd, terwijl de onderzijde werd voorzien van geluiddempende . Om veilig en droog naar het andere rijtuig te lopen, zijn de rijtuigen voorzien van vouwbalgen naar klassiek ontwerp. Vanaf 1929 zijn de vouwbalgen vervangen door “Hongaarse” vouwbalgen. Door het rechthoekige uiterlijk kregen de rijtuigen hun bijnaam “Blokkendoos”. Aan de buitenzijde is het mogelijk door middel van koersborden aan de buitenzijde onder de ramen de bestemming en route aan te geven. De rijtuigen Bd 7501 - Bd 7510 zijn vanwege hun internationale inzet voorzien van ladders en internationale sluitseinhouders. Aan weerszijden van de toiletramen is bij deze rijtuigen aan de ene zijde de tekst NS aangebracht, met daaronder Nederland. Aan de andere zijde staat de klasse aanduiding en het rijtuignummer. De bufferbalken zijn voorzien van normaal stoot- en trekwerk. Op de bufferbalk zijn ook de stuurstroomkabels aangebracht, zodat alle rijtuigen aan elkaar gekoppeld kunnen worden en de commando’s vanaf de voorste cabine kan worden doorgegeven naar achterop lopende motorrijtuigen.

De eerste series motordraaistellen van het type M en het loopdraaistel type L waren geklonken draaistellen van het zwanenhals type. De laatste series draaistellen zijn gebouw volgens de draagjuk principe, een constructievorm die we tot en met materieel '54 zullen terugvinden. Deze motordraaistellen aangeduid als type W en loopdraaistellen waren van het V en van meet af aan van rollagers. Verder was er per looprijtuig 1 draaistel voorzien van een asgenerator voor het opwekken van de benodigde spanning in het rijtuig voor de verlichting etc. Voor de beremming zijn de rijtuigen voorzien van een éénleidingrem met Knorr remkraan. Tevens is op een balkon een handrem aanwezig.

De besturing geschiedde elektro-pneumatisch door middel van een volgordewals. Het maken en verbreken van de stroomkringen verliep via weerstanden met behulp van hoogspanningsrelais. Deze werden aangestuurd door de stuurstroom, afkomstig van het laagspanningscircuit. Deze werd opgewekt met behulp van een motorgenerator. Deze tractiestroom regeling is een ontwerp van Westinghouse, welke later door de NS en Heemaf is verbeterd en toegepast tot aan Plan V. Deze regeling wordt aangestuurd door een volgordewals. Deze wals neemt een zekere stand in, afhankelijk van de ingestelde rijstand van de rijcontroller. Hierdoor werd de rijwals bediend, welke op elektro-pneumatische wijze de rijschakelaars bediend. De rijweerstanden werden op deze manier geopend en gesloten. Door het afschakelen van deze weerstanden gaat er een grotere stroom naar de motoren lopen, waardoor de snelheid toeneemt. De volgordewals kent vier rijstanden. De eerste is de R van rangeerstand. Hierbij worden de tractiemotoren via de lijnschakelaars ingeschakeld en blijven de weerstanden voorgeschakeld. De tweede rijstand is de S van seriestand. Hierbij staan alle tractiemotoren in serie en worden de weerstanden afgeschakeld. Elke motor krijgt hier een spanning van 375 Volt. De derde rijstand is de parallelstand. De motoren worden per twee parallel geschakeld en krijgen zo hun maximale spanning van 750 Volt na het afschakelen van de weerstanden. Als vierde rijstand is er een zwakveldstand. De motoren blijven parallel geschakeld, maar de weerstand van het motorveld wordt verkleind door de parellelschakeling van een weerstand. Om tot acceptabele rijtijden te komen, mogen drie tussenrijtuigen meegevoerd worden met twee motorrijtuigen.

De rijtuigen waren zijn voorzien van open afdelingen in het interieur. Deze werden gescheiden door middel van tussenschotten met schuifdeuren. In het interieur is gebruik gemaakt van djatihout voor de zichtbare, blanke panelen. Het paneelwerk is bekleed. Voor de verlichting wordt gebruik gemaakt van gloeilampen. Deze worden afgeschermd met lichtschermen. De rijtuigen Bd 7501 - Bd 7510 kunnen met stoom verwarmd worden. Hiervoor werden zij uitgerust met een lage druk stoomverwarming. Op de bufferbalk werd hiervoor een normale stoomverwarmingskraan aangebracht en een kraan met een vaste halve stoomkoppeling. Alle andere rijtuigen zijn voorzien van verwarmingselementen die onder de banken zijn geplaatst. Deze zijn aangesloten op de 1.500 Volt leiding. In de derde klasse zijn houten banken te vinden, in de opstelling 3 + 2 in de breedterichting. In de tweede klas zijn de banken bekleed met groen pluche, in de opstelling 2 + 2 in de breedterichting. In de eerste klas zijn de banken bekleed met donkerrood pluche, in de opstelling 1 + 2 in de breedterichting. De deuren waren geplaatst aan de kopeinden. Dit waren vaak dubbele klapdeuren. Rijtuigen met een stuurstand zijn vaak voorzien van een extra klapdeur voor de machinist, zodat er drie deuren naast elkaar zijn geplaatst. De bagage afdelingen van de betreffende rijtuigen zijn eveneens uitgevoerd als klapdeuren.

De rijtuigen die tussen 1924 en 1928 zijn geleverd, zijn in het olijfgroen/crème afgeleverd. De rijtuigen die na 1928 zijn afgeleverd, net zoals de serie Bd 7501 - Bd 7510 zijn in het donkergroen afgeleverd, omdat de lichte kleur nogal snel vervuilde. De olijfgroen/crèmekleurige rijtuigen zijn na 1928 ook donkergroen geschilderd. De rijtuigen Bd 7501 - Bd 7510 zijn onder alle ramen voorzien van een klasse aanduiding. De donkergroene rijtuigen zijn voorzien van witte opschriften tussen de ramen en zwarte klasseborden met witte cijfers. De olijfgroen/crèmekleurige rijtuigen hebben zwarte opschriften tussen de ramen zwarte klasseborden met witte cijfers. De klasseborden zijn bij alle rijtuigen onder de ramen aangebracht. In 1956 zijn enkele rijtuigen geschilderd in grasgroen met rode biezen aan de onderzijde. De klasseborden eerste klas zijn wit met zwarte cijfers en de tweede klas borden zijn zwart met witte cijfers. Nadat de rijtuigen zijn teruggetrokken uit de elektrische dienst en verbouwd zijn naar getrokken rijtuig, werden zij blauw geschilderd. Enkele rijtuigen deden in het blauw dienst in de elektrische dienst, terwijl enkele groene rijtuigen in de getrokken dienst werden ingezet. De opschriften zijn wit, terwijl de klasseborden onveranderd bleven. De eerste klas rijtuigen zijn voorzien van een eerste klas streep boven de ramen. De rijtuigen die verbouwd zijn tot motorpost, motorkonvooiwagen en andere dienstwagens zijn roodbruin geschilderd en werden voorzien van witte opschriften een gele band net onder de ramen.


Bd 7501 − Bd 7510 (type II)

Het rijtuig is opgedeeld in 4 afdelingen. Elke afdeling is voorzien van 16 zitplaatsen, zodat aan 64 reizigers een zitplaats kan worden geboden. De ene helft van het rijtuig is toegankelijk voor rokers en de andere helft niet. In het midden van het rijtuig zijn de toiletten geplaatst. Door het gehele rijtuig loopt een middengang. De afdelingen worden van elkaar gescheiden door tussenschotten. Deze schotten zijn met een schuifdeur af te sluiten. Het rijtuig heeft 8 ramen in de zijwand. Om de ramen te openen, werd gebruik gemaakt van een evenwichtsinrichting met spanveer. Aan de binnenzijde is het rijtuig djatihout voorzien voor de zichtbare panelen.

De banken zijn voorzien van groen pluche en staan in de opstelling 2 + 2. Voor de kussens werd gebruik gemaakt van groen pluche op de banken. Voor de verwarming wordt in eerste instantie gebruik gemaakt van stoomverwarming. Bij de ombouw in 1925 naar de elektrische dienst wordt de stoomverwarming vervangen door elektrische verwarming. Na hun verbouwing worden de rijtuigen opgenomen in de nummerserie Bec 8503 - Bec 8512.

mBD 9001 − mBD 9030 (type I)

Een mBD rijtuig bevat een volledige elektrische installatie. De beide draaistellen zijn elk voorzien van twee tractiemotoren. Vanaf de cabine is een bagageafdeling geplaatst, met een lengte van meter en een draagvermogen van 2,5 ton. Na de bagageafdeling bevindt zich het balkon met dubbele klapdeuren, dat toegang geeft tot een open afdeling met 40 zitplaatsen. Aan het eind van het rijtuig is een balkon met dubbele klapdeuren en een hulpstuurstand.

De banken zijn voorzien van groen pluche en staan in de opstelling 2 + 2. Voor de kussens werd gebruik gemaakt van groen pluche op de banken. De rijtuigen worden elektrisch verwarmd. De rijtuigen mBD 9001 - mBD 9028 zijn zonder torpedoventilatoren op het dak in dienst gesteld. Omdat de ventilatie ontoereikend was met de ramen, zijn deze vanaf 1928 op het dak geplaatst. De rijtuigen mBD 9001 - mBD 9028 zijn met een stroomafnemer geleverd, vanaf de mBD 9029 zijn er twee stroomafnemers op het dak geplaatst. Daarnaast waren deze rijtuigen bij hun aflevering geheel groen geschilderd. De eerder afgeleverde rijtuigen zijn tussen 1929 en 1934 ook donkergroen geschilderd en voorzien van twee stroomafnemers. Vanaf 193 zijn de donkergroene rijtuigen voorzien van een rode streep boven de bufferbalk. Omdat dit de zichtbaarheid onvoldoende vergrootte, werden boven de frontramen gele driehoeken geplaatst.

Vanaf 1941 worden de rijtuigen mBD 9101 - mBD 9127 (uitgezonderd de mBD 9112) verbouwd tot mCD rijtuig. Zij worden ondergebracht in de serie mCD 9101 - mCD 9127.

Aec 8501 − Aec 8527 (type III)

Het rijtuig is opgedeeld in afdelingen. Elke afdeling is voorzien van zitplaatsen, zodat aan 42 reizigers een zitplaats kan worden geboden. De ene helft van het rijtuig is toegankelijk voor rokers en de andere helft niet. In het midden van het rijtuig is een toilet geplaatst. Tegenover het toilet is een urinoir geplaatst. Door het gehele rijtuig loopt een middengang. De afdelingen worden van elkaar gescheiden door tussenschotten. Deze schotten zijn met een schuifdeur af te sluiten. Het rijtuig heeft 7 ramen in de zijwand. Om de ramen te openen, werd gebruik gemaakt van een evenwichtsinrichting met spanveer. Aan de binnenzijde is het rijtuig djatihout voorzien voor de zichtbare panelen.

De banken zijn voorzien van pluche en staan in de opstelling 1 + 2. Voor de kussens werd gebruik gemaakt van rood pluche op de banken. Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van elektrische verwarming.

In 1938 zijn de rijtuigen Aec 8501 - Aec 8504 verbouwd tot eerste/tweede klas rijtuig ABec 8521 - ABec 8524. Drie afdelingen met 6 zitplaatsen werden verbouwd tot twee afdeling met 8 zitplaatsen en een afdeling met 6 zitplaatsen. Deze verbouwde rijtuigen deden vooral dienst tussen Haarlem en Zandvoort. De rijtuigen Aec 8524 - Aec 8527 werden gedeklasseerd tot tweede klas rijtuig. Dit was alleen aan de buitenzijde zichtbaar door tweede klasseborden te plaatsen. Aan het interieur werd niets gewijzigd. Vanaf 1941 werden de resterende Aec rijtuigen verbouwd tot ABec rijtuig, met uitzondering van de Aec 8509.

Bec 8501 − Bec 8533 (type II)

Het rijtuig is opgedeeld in 4 afdelingen. Elke afdeling is voorzien van 16 zitplaatsen, zodat aan 64 reizigers een zitplaats kan worden geboden. De ene helft van het rijtuig is toegankelijk voor rokers en de andere helft niet. In het midden van het rijtuig zijn de toiletten geplaatst. Door het gehele rijtuig loopt een middengang. De afdelingen worden van elkaar gescheiden door tussenschotten. Deze schotten zijn met een schuifdeur af te sluiten. Het rijtuig heeft 8 ramen in de zijwand. Om de ramen te openen, werd gebruik gemaakt van een evenwichtsinrichting met spanveer. Aan de binnenzijde is het rijtuig djatihout voorzien voor de zichtbare panelen. De rijtuigen Bec 8532 en Bec 8533 zijn afgeleverd met stalen dak in plaats van een houten dak, zoals de overige rijtuigen.

De banken zijn voorzien van groen pluche en staan in de opstelling 2 + 2. Voor de kussens werd gebruik gemaakt van groen pluche op de banken. Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van elektrische verwarming. De rijtuigen Bec 8503 - Bec 8512 zijn de verbouwde rijtuigen Bd 7501 - Bd 7510.

De rijtuigen Bec 8522 - Bec 8531 deden tussen 1939 en 1941 dienst als derde klas rijtuig. Alleen aan de buitenzijde was dit te zien, doordat de klasseborden zijn vervangen door derde klas borden. De aanduiding wijzigde naar Ce8c.

Cec 8501 − Cec 8555 (type IV)

Het rijtuig is opgedeeld in afdelingen. Elke afdeling is voorzien van zitplaatsen, zodat aan 88 reizigers een zitplaats kan worden geboden. Het hele rijtuig is toegankelijk voor rokers. In het midden van het rijtuig zijn de toiletten geplaatst. Door het gehele rijtuig loopt een middengang. De afdelingen worden van elkaar gescheiden door tussenschotten. Deze schotten zijn met een schuifdeur af te sluiten. Het rijtuig heeft 9 ramen in de zijwand. Om de ramen te openen, werd gebruik gemaakt van een evenwichtsinrichting met spanveer. Aan de binnenzijde is het rijtuig djatihout voorzien voor de zichtbare panelen. De rijtuigen Cec 8537 tot en met Cec 8555 zijn afgeleverd met stalen dak in plaats van een houten dak, zoals de overige rijtuigen.

De banken zijn van hout en staan in de opstelling 3 + 2. Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van elektrische verwarming. Vanaf 1938 worden de houten banken vervangen door comfortabele zitplaatsen. Deze zijn bekleed met groengrijs leerdoek.

mCd 9401 − mCd 9447 (type VIII, XII)

Het rijtuig is opgedeeld in afdelingen. Elke afdeling is voorzien van zitplaatsen, zodat aan 88 reizigers een zitplaats kan worden geboden De ene helft van het rijtuig is toegankelijk voor rokers en de andere helft niet. In het rijtuig zijn geen toiletten geplaatst. Door het gehele rijtuig loopt een middengang. De afdelingen worden van elkaar gescheiden door tussenschotten. Deze schotten zijn met een schuifdeur af te sluiten. Om de ramen te openen, werd gebruik gemaakt van een evenwichtsinrichting met spanveer. Aan de binnenzijde is het rijtuig djatihout voorzien voor de zichtbare panelen. De rijtuigen mCd 9425 tot en met mCd 9447 zijn afgeleverd met stalen dak in plaats van een houten dak, zoals de overige rijtuigen.

De banken zijn van hout en staan in de opstelling 3 + 2. Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van elektrische verwarming. De stuurstandzijde van het rijtuig is voorzien van een complete stuurstand. Aan de buitenzijde zijn de rijtuigen herkenbaar door de drie klapdeuren en de vouwbalg voor de cabine. In de begin jaren na aflevering kon men deze niet tochtvrij krijgen. Vanaf 1931 was vouwbalgconstructie aangepast, zodat dit probleem was verholpen.

In 1941 worden de mBD rijtuigen 91 verbouwd tot mCD rijtuigen. Hierdoor wijzigt de benaming van de rijtuigen mCd 9401 - mCd 9447 naar mCv. Hierbij wordt de d van doorloop vervangen door de v van vouwbalg. Na de klasse aanpassing van 1956 wijzigt de benaming van mCv naar mC van de nog resterende rijtuigen. Hiermee komt het omloop technische verschil met de mC rijtuigen te vervallen.

mC 9001 − mC 9038 (type V)

Het rijtuig is opgedeeld in 3 afdelingen met drie compartimenten. Elke afdeling is voorzien van zitplaatsen, zodat aan 88 reizigers een zitplaats kan worden geboden. In het rijtuig mocht niet worden gerookt. In het rijtuig zijn geen toiletten geplaatst. Door het gehele rijtuig loopt een middengang. De afdelingen worden van elkaar gescheiden door tussenschotten. Deze schotten zijn met een schuifdeur af te sluiten. Om de ramen te openen, werd gebruik gemaakt van een evenwichtsinrichting met spanveer. Aan de binnenzijde is het rijtuig djatihout voorzien voor de zichtbare panelen. De rijtuigen mC 9001 - mC 90 zijn in het groen-crème afgeleverd. Vanaf de mC 90 zijn de rijtuigen donkergroen geschilderd. De rijtuigen zijn allen met houten daken en een stroomafnemer afgeleverd.

De banken zijn van hout en staan in de opstelling 3 + 2. Vanaf 1937 worden de houten banken bekleed met leerdoek. Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van elektrische verwarming. De stuurstandzijde van het rijtuig is voorzien van een complete stuurstand. Aan de buitenzijde zijn de rijtuigen herkenbaar door de drie klapdeuren.

mABD 9001 − mABD 9004 (type VI)

Een mABD rijtuig bevat een volledige elektrische installatie. De beide draaistellen zijn elk voorzien van twee tractiemotoren. Vanaf de cabine is een bagageafdeling geplaatst, met een lengte van meter en een draagvermogen van 2,5 ton. Deze is via een dubbele klapdeur te bereiken. Na de bagageafdeling bevindt zich het balkon met dubbele klapdeuren, dat toegang geeft tot een afdeling eerste klas met zitplaatsen. Na een tussenschot is een afdeling twee de klas met zitplaatsen. Aan het eind van het rijtuig is een balkon met dubbele klapdeuren en een hulpstuurstand. De rijtuigen zijn allen met houten daken en een stroomafnemer afgeleverd.

De banken zijn voorzien van groen pluche en staan in de opstelling 2 + 2 in de tweede klas. In de eerste klas zijn de banken voorzien van rood pluche in een opstelling van 1 + 2. Voor de kussens werd gebruik gemaakt van groen pluche op de banken. De rijtuigen worden elektrisch verwarmd.

In 1930 zijn de rijtuigen vernummerd in de serie mABD 9801 - mABD 9804. Dit was nodig om verwarring te voorkomen met de mBD rijtuigen uit de serie 9001 - 9030 in verband met de mechanische kilometer regestratie. Na 1950 worden de rijtuigen ingedeeld in de serie mBD 9001 - mBD 9004. Na de klasse verhoging in 1956 veranderd de aanduiding in mAD. In 1958 worden de vier rijtuigen verbouwd tot motorpost rijtuig en genummerd in de serie mP 9231 - mP 9234.

Ces 8101 − Ces 8103 (type VII)

Het rijtuig is opgedeeld in afdelingen. Elke afdeling is voorzien van zitplaatsen, zodat aan 88 reizigers een zitplaats kan worden geboden De ene helft van het rijtuig is toegankelijk voor rokers en de andere helft niet. In het rijtuig zijn geen toiletten geplaatst. Door het gehele rijtuig loopt een middengang. De afdelingen worden van elkaar gescheiden door tussenschotten. Deze schotten zijn met een schuifdeur af te sluiten. Om de ramen te openen, werd gebruik gemaakt van een evenwichtsinrichting met spanveer. Aan de binnenzijde is het rijtuig djatihout voorzien voor de zichtbare panelen. De rijtuigen zijn allen met houten daken afgeleverd.

De banken zijn van hout en staan in de opstelling 3 + 2. Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van elektrische verwarming. De stuurstandzijde van het rijtuig is voorzien van een complete stuurstand, welke afsluitbaar is. Aan de buitenzijde zijn de rijtuigen herkenbaar door de drie klapdeuren. Na 1945 verviel het onderscheid tussen Cec en Ces rijtuigen. De voormalige Ces rijtuigen worden op de zelfde manier ingedeeld als de Cec rijtuigen.

mB4D 9151 − mB4D 9161 (type IX)

Een mB4D rijtuig bevat een volledige elektrische installatie. De beide draaistellen zijn elk voorzien van twee tractiemotoren. De draaistellen zijn ten opzichte van hun voorgangers aangepast. De gebogen hals liggers werden vervangen door rechte hals liggers. De glijlagers zijn vervangen door rollagers. Dit waren ook de eerste rijtuigen die meteen met een stalen dak zijn afgeleverd. Vanaf de cabine is een bagageafdeling geplaatst, met een lengte van meter en een draagvermogen van 3,25 ton. Na de bagageafdeling bevindt zich het balkon met dubbele klapdeuren, dat toegang geeft tot een open afdeling met 32 zitplaatsen. Aan het eind van het rijtuig is een balkon met dubbele klapdeuren en een hulpstuurstand. De rijtuigen zijn allen met stalen daken en twee stroomafnemers afgeleverd.

De banken zijn voorzien van groen pluche en staan in de opstelling 2 + 2. Voor de kussens werd gebruik gemaakt van groen pluche op de banken. De rijtuigen worden elektrisch verwarmd. De rijtuigen zijn bij hun aflevering geheel groen geschilderd. Zij zijn voorzien van een rode streep boven de bufferbalk. Boven de frontramen gele driehoeken geplaatst voor een beter zichtbaarheid.

Met de klasse aanpassing van 1956 veranderde de benaming naar mBD. Het onderscheid met de oorspronkelijke mBD rijtuigen kwam hier mee te vervallen. In 1958 werden een aantal rijtuigen verbouwd tot mP 9221 − mP 9228.

ABec 8501 − ABec 8511 (type X)

Het rijtuig is opgedeeld in afdelingen. Elke afdeling is voorzien van zitplaatsen, zodat aan 48 reizigers een zitplaats kan worden geboden. De eerste en tweede klasse boden aan elk aan 24 reizigers een zitplaats. Het rijtuig is toegankelijk voor rokers en de andere helft niet. Aan de tweede klas zijde van het midden balkon is een toilet geplaatst. Tegenover het toilet is een urinoir geplaatst. Door het gehele rijtuig loopt een middengang. De afdelingen worden van elkaar gescheiden door tussenschotten. Deze schotten zijn met een schuifdeur af te sluiten. Om de ramen te openen, werd gebruik gemaakt van een evenwichtsinrichting met spanveer. Aan de binnenzijde is het rijtuig djatihout voorzien voor de zichtbare panelen. De rijtuigen zijn allen met stalen daken afgeleverd.

De banken zijn voorzien van pluche en staan in de opstelling 1 + 2 in de eerste klas. Voor de kussens werd gebruik gemaakt van rood pluche op de banken. In de tweede klas zijn de banken voorzien van . Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van elektrische verwarming.

Vanaf 1938 wijzigt de aanduiding van ABec naar ABecm. De m wordt gebruikt om de midden instap aan te geven, ter onderscheiding van de verbouwde Aec rijtuigen naar ABec.

Cesc 8507 − Cesc 8510 (type XIV)

De Cesc rijtuigen zijn verbouwde Cec rijtuigen. De indeling is het zelfde, maar een zijde werd een balkon verlengd met een stuurstand. Hiermee werden de rijtuigen 95,5 centimeter langer dan de standaard rijtuigen. Het draaistel werd hierbij 95 centimeter opgeschoven richting het balkon. Het rijtuig is opgedeeld in afdelingen. Elke afdeling is voorzien van zitplaatsen, zodat aan 88 reizigers een zitplaats kan worden geboden. Het hele rijtuig is toegankelijk voor rokers. In het midden van het rijtuig zijn de toiletten geplaatst. Door het gehele rijtuig loopt een middengang. De afdelingen worden van elkaar gescheiden door tussenschotten. Deze schotten zijn met een schuifdeur af te sluiten. Om de ramen te openen, werd gebruik gemaakt van een evenwichtsinrichting met spanveer. Aan de binnenzijde is het rijtuig djatihout voorzien voor de zichtbare panelen.

De banken zijn van hout en staan in de opstelling 3 + 2. Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van elektrische verwarming. Vanaf 1938 worden de houten banken vervangen door comfortabele zitplaatsen. Deze zijn bekleed met groengrijs leerdoek.


Inzet

In de reizigersdienst

Hoewel het allemaal losse rijtuigen zijn, werden de meeste rijtuigen in vaste samenstellingen in gezet. Naar believen werden samenstelling aangevuld met reserve rijtuigen of een andere stam.

De eerste 10 rijtuigen werden in 1923 ingezet in de sneltreinen tussen Amsterdam en Maastricht en tussen Amsterdam en Roosendaal. Met ingang van de winterdienst van 1923 gaan twee rijtuigen dienst doen in de treinen naar Brussel en Parijs. In de zomerdienst van 1924 werd hier nog een rijtuig aan toegevoegd. In de loop van 1924 werden de drie rijtuigen uit deze omloop gehaald en vervangen door Franse rijtuigen.

Als op de sneltreinen tussen Amsterdam en Rotterdam gaan rijden, gaan er vijfwagen stammen rijden. De volgorde is mBD + Bec + Aec + Cec + mC. In de spits gaan twee gekoppelde stammen rijden. Voor de stoptreinen op het zelfde traject de samenstelling mBD + Cec + mC. Deze kunnen

Op 1927 is de geëlektrificeerde IJmuiderlijn in gebruik genomen. De hiervoor bestelde mABD 9001 - mABD 9004 en Ces 8101 - Ces 8103 kwamen hier in dienst. Zij reden hier als tweewagen treinen. In de spits werd een mC als versterking aan het Ces rijtuig gekoppeld.

Met de aflevering van de mCd rijtuigen vanaf 1928 worden de vijfwagenstammen verlengd tot zeswagen stammen in de samenstelling mBD + Bec + Aec + mCd + Cec + mC. Hiervoor zijn ook versterkingsrijtuigen beschikbaar.

Aan het eind van 1928 worden de zeswagen stammen uitgebreid met een zevende, Bec, rijtuig. In enkele treinen werd echter een restauratie rijtuig in de stam geplaatst in plaats van een Bec rijtuig. De samenstelling was hierbij als volgt: mBD + Bec + Bec + Aec + mCd + Cec + mC. Als er een restauratierijtuig van de Wagon Lits was opgenomen, reed het in de samenstelling: mBD + Bec + R + Aec + mCd + Cec + mC.

Vanaf 1931 komen er ABec rijtuigen op de baan voor de diensten in Noord Holland. Deze treinen rijden tussen Amsterdam en Alkmaar via Uitgeest. Inmiddels was gebleken dat aparte rijtuigen voor eerste en tweede klas onvoldoende bezet waren. Een gecombineerd rijtuig voorzag beter in deze behoefte. Deze treinen rijden in de samenstelling mB4D + ABec + Cec + mCd.

Vanaf 1934 werden de zevenwagen stammen verkleind tot zeswagen stammen. Het tweede Bec rijtuig kwam te vervallen en de mCd en Cec rijtuigen wisselden van plaats, zodat het mC rijtuig eventueel kon worden afgekoppeld. De trein werd dan bestuurd vanuit het mCd rijtuig. Op de lijn naar IJmuiden wordt het mABD rijtuig vervangen door een mBD rijtuig. In de spits blijft een mC rijtuig beschikbaar als versterking. De mABD rijtuigen schuiven door naar de diensten tussen IJmuiden Oost/Velsen en Uitgeest. Zij vormden ook op deze route een vaste combinatie met het Ces rijtuig.

In 1935 worden twee Aec rijtuigen verbouwd tot ABec rijtuigen. Zij doen dienst tussen Haarlem en Zandvoort. De treinen rijden daar in de samenstelling mBD + ABec + Cec + mCd. In de winterdienstregeling wordt de samenstelling van de stoptreinen op de Oude Lijn verkleind van mBD + Cec + mCd tot mBD + Cesc. Het Cesc rijtuig is een verbouwd Cec rijtuig. In afwachting van de aflevering van de acht treinstellen Materieel’35 worden vanaf 15 mei 1935 een aantal combinaties ingezet op de Hoekse Lijn tussen Rotterdam en Hoek van Holland. De standaard samenstelling is mBD + Cec + mCd. In de spits wordt deze stam aangevuld met diverse combinaties van rijtuigen. Zo is er een stam bestaande uit een Bec + Aec + mC. Een tweede stam is een Cec + mCd + mC. De kleinste versterkingsstam bestaat uit een mBD + Cesc. Deze is afkomstig van de stoptreindienst op de Oude Lijn. Eind september 1935 zijn deze acht treinstellen in dienst en nemen de gehele dienst over op deze spoorlijn.

In 1938 worden nog eens twee Aec rijtuigen verbouwd tot ABec rijtuigen.

Vanwege de beschadigde bruggen over de Maas en Waal in het traject Utrecht Centraal - Eindhoven wordt door een stoomlocomotief een compositie van de Oude lijn van Dordrecht via de Langstraatspoorlijn (Lage Zwaluwe - 's-Hertogenbosch) naar 's-Hertogenbosch gesleept. Hiermee kon er gependeld worden naar Eindhoven. Deze compositie werd elke week uitgewisseld voor onderhoud. Op 30 december 1940 eindigde deze inzet, nadat het traject Utrecht - Eindhoven weer hersteld was en in dienst was gekomen.


Vanwege een tekort aan beschikbare stoomlocomotieven werden vanaf 194 combinaties gemaakt van drie motorrijtuigen. Deze worden gebruikt als trekkrachten voor reizigers- en goederentreinen. Een standaard samenstelling is er niet voor deze combinaties. Om zo veel mogelijk reizigers te kunnen vervoeren werden stoptreinen opgeheven en sneltreinen verlengd. Deze stopten op alle tussen gelegen stations.

Vanaf 1941 worden er drie samenstellingen geformeerd. Deze bestaan uit drie, vijf of zeven rijtuigen. Tussen IJmuiden en Amsterdam rijdt een driewagen trein, bestaande uit een mABD + Cec + mC. Tussen Amersfoort en Amsterdam/Haarlem rijden vijfwagen treinen. Deze treinen bestaan uit een mB4D + ABec + Cec + Cec + mCd. Doordeweeks worden aan drukke treinen een Cec en mC aan de trein toegevoegd. In het weekend worden deze treinen verlengd tot achtwagen treinen. Een standaard driewagen trein wordt dan aan een vijfwagen trein gekoppeld. Op de tijden dat een post rijtuig meegevoerd moet worden in het weekend, bestaan de treinen uit de vijfwagenstam aangevuld met een Cec + mC + Postrijtuig serie Pd 7011 - 7020. Op de Oude Lijn gaan zevenwagen treinen rijden, bestaande uit een mBD + Bec + Aec + Cec + Cec + mCv + mCv. Voor de drukke, doordeweekse treinen worden deze treinen tussen Amsterdam en Dordrecht versterkt tot negenwagen treinen. Een Cec en mC worden aan deze trein toegevoegd. In het weekend wordt aan enkele treinen een postrijtuig uit de serie Pd 7011 - 7020 gekoppeld. Op de Hoekse Lijn rijden combinaties tot 10 rijtuigen, bestaande uit een mBD + mCv + mC + mC + mC + Cec + Cec + Cec + Cec + ABec. De treinen rijden zoveel als is mogelijk de dienstregeling van voorgaande jaren.


Vanaf 1943 wordt het steeds moeilijker om de dienstregeling te blijven rijden als gevolg van stroom tekorten, bombardementen en sabotage acties.

Met ingang van de zomerdienstregeling 1947 worden de composities tussen Amsterdam en Rotterdam vervangen door elektrische treinstellen Materieel’36 en Materieel’40. Tussen Amsterdam en Amersfoort rijdt een standaard compositie van vijf rijtuigen, bestaande uit mBD + ABec + Cec + Cec + mC. Als versterking is een combinatie van een mCv en ABec beschikbaar of een losse mCv. Tussen Amsterdam en Utrecht rijden een driewagen compositie, bestaande uit mBD + Cec + mC. Dit wordt later uitgebreid naar een vijfwagen compositie. mBD + Cec + ABec + Cec + mC. Tussen Hoek van Holland rijden ter vervanging van de stroomlijn treinstellen een compositie van vier rijtuigen: mBD + Cec + Cec + mC/mCv. De winterdienstregeling van 1947 laat een inkrimping zien van de lengte van de composities. Tussen Amsterdam en Amersfoort gaat een vierwagen compositie rijden. Het tweede Cec rijtuig is uit de compositie gerangeerd bij de aanwezigheid van een mCD rijtuig. Als er een mABD of mBD rijtuig is opgenomen, vervalt het ABec rijtuig en blijven er twee Cec rijtuigen in de compositie aanwezig. Op de Hoekse Lijn wordt de mBD vervangen door een mC rijtuig. Voor bagage wordt een stukgoederenwagon in de trein gerangeerd. Deze loopt in het midden van de trein.

Vanaf de winterdienstregeling 1948, ingaande op 8 oktober 1948, rijden twee composities van vier rijtuigen op de nieuw geëlektrificeerde lijn (Utrecht) - Den Dolder - Baarn. Deze bestaan uit mBD + ABec + Cec + mC. Een tweede Cec rijtuig wordt aan drukke treinen toegevoegd.


Vanaf 1950 zijn er composities van 2, 4 of 6 rijtuigen. Tussen Amsterdam en Zandvoort rijdt een compositie van vier rijtuigen, bestaand uit een mBD + ABec + Cec + mCv. Tussen Velsen en IJmuiden wordt gereden met een mBD + mCv. Tussen Amsterdam en Amersfoort rijdt een vierwagen compositie, bestaande uit een mBD + Bec + Cec + mCv. Als versterking rijdt een Cec + mC mee in de trein. Voor versterkingen zijn composities van twee rijtuigen beschikbaar. Een compositie bestaat uit een ABec + mC en een ander uit een Cec + mC.

Vanaf 1956 wordt de inzet in de elektrische dienst sterk verminderd. Als gevolg van de instroom van nieuwe treinstellen Materieel’54, wordt de inzet verminderd. De vrijgekomen rijtuigen worden verbouwd voor de getrokken dienst achter locomotieven. Een aantal motorrijtuigen wordt verbouwd tot dienstmaterieel, zoals mP of mK/mDW. De eerste verbouwde rijtuigen doen dienst achter stoomlocomotieven op het traject Venlo - Eindhoven, samen met een coupérijtuig uit de serie B 6401 - B 6485. De verbouwde tweede klas rijtuigen doen in eerste instantie dienst in militaire verlofgangers treinen. Zo rijden ze tussen Ede en Roosendaal, Utrecht en Bergen op Zoom en tussen Nijmegen en Eindhoven. De eerste klas rijtuigen zijn afkomstig van Plan D of Plan E.

In de zomerdienst van 1957 doen een aantal rijtuigen uit de series AB 5100, B 5200, B 5700 of de niet verbouwde rijtuigen uit de serie B 8100 dienst tussen Maastricht en Eijsden/Visé, samen met een vierdeurs bagagerijtuig uit de serie D 6300. Deze treinen worden getrokken door een stoomlocomotief uit de serie 6300.


De dienstregeling van 1959 is de laatste dag voor de elektrische dienst van de rijtuigen. Op 30 mei 1959 reden de laatste elektrische treinen. Vanaf 1 juni 1959 zijn de verbouwde rijtuigen alleen nog te zien in de getrokken dienst achter locomotieven.

Vanaf 1962 verschuift de inzet van de rijtuigen. Zij vervullen vaker een reserve rol of doen dienst als versterkingsrijtuig. Tegelijkertijd worden de eerste rijtuigen afgevoerd. Een vaste verbinding waarin de rijtuigen te zien zijn, is de sneltrein tussen Amsterdam en Alkmaar.

In de dienstregeling 1970/1971 wordt als gevolg van Spoorslag '70 opnieuw kortstondig een forse inzet gevraagd van het dan nog dienstvaardige materieel tot er voldoende nieuwe Plan V afgeleverd zijn. Zij doen onder ander dienst op de IJssellijn.

In de dienstregeling 1971/1972 worden de rijtuigen veelvuldig ingezet in de series 4300 (Zwolle - Roosendaal) en 4600 (Zwolle - Vlissingen). Met ingang van de winterdienstregeling op 25 september 1971 worden de rijtuigen vervangen door rijtuigen Plan E, die eigenlijk bedoeld zijn voor de inzet achter diesellocomotieven. In het voorjaar van 1972 worden de rijtuigen gebruikt voor kindertreinen tussen Den Haag en Valkenburg.

In de dienstregeling 1972/1973 vindt de laatste inzet plaats van de getrokken rijtuigen. Door de instroom van nieuwer materieel kan het oude materieel aan de kant worden gezet en gesloopt. Enkele rijtuigen konden hun leven nog rekken door verbouwingen tot dienstmaterieel. De 9 nog aanwezige rijtuigen tweede klas worden in stammen van drie rijtuigen ingezet. Een stam rijdt op werkdagen leeg vanuit Amersfoort met trein 3.9818 uit Amersfoort naar Bussum. Hier stappen reizigers in en gaan de rijtuigen als trein 9818 naar Amsterdam. In de avond keren de rijtuigen terug naar Amersfoort met trein 9863. De drie rijtuigen worden aangevuld met een rijtuig eerste klas uit de serie A 6000. Tussen Rotterdam en Venlo zijn eveneens drie rijtuigen aan te treffen. De laatste drie rijtuigen rijden tussen Maastricht en Den Helder.


Als dienstmaterieel

Vanaf 1956 worden enkele rijtuigen ook gebruikt in het dienstwagen park van de NS. Diverse afdelingen maken gebruik van verbouwde rijtuigen. Zo zijn er rijtuigen onder gebracht bij het Seinwezen, Weg & Werken.

Motorpost rijtuigen

De eerste diensten van de nieuwe motorpostrijtuigen vonden plaats in de late avonduren. Voor de PTT waren deze uren het belangrijkst, omdat hier een gat ontstond tussen de laatste reizigerstrein en de eerste post/goederentreinen in de nacht. Deze laatsten kregen een grote hoeveelheid post te verwerken, die door de instroom van de nieuwe motorpostrijtuigen werden ontlast. De motorposten reden op een gering aantal trajecten, waarbij de inzet juist bedoeld was om de capaciteit te vergroten. Hiermee werd het zware postvervoer uit de reizigerstreinen verbannen. Dit veroorzaakte steeds meer vertraging bij de NS. De omvang van de brievenpost bleef groeien. Om tot een snelle doorstroming te komen, bleef de PTT gebruik maken van reizigerstreinen. Hierdoor bleven problemen bestaan met het laden en lossen. Daarnaast werden de PTT medewerkers geconfronteerd met een minder efficiënte indeling van de beladingsruimte. Ook de bedrijfszekerheid van de tractiemotoren baarde zorgen. Hierdoor zag de NS zich genoodzaakt om de motorpostrijtuigen tot maximaal 1967 in te zetten. Dit is 5 jaar eerder dan gepland. Na lang wikken en wegen besloot de PTT om 20 nieuwe motorpostrijtuigen aan te schaffen ten faveure van het transport over de weg met auto's. De mP 9226 werd in Leidschendam gebruikt als waslocomotief. Voorzien van een afnemer voor een midden rail trok de Wl, zoals de mP inmiddels genoemd werd, stroomlijnmaterieel bij de werkplaats door de wasstraat. Deze inzet duurde tot 1974 en in 1975 werd het rijtuig gesloopt. De mP 9201, 9204 en 9225 werden gereserveerd voor de Dienst van Materieel en Werkplaatsen. Zij werden aangepast voor diverse proefdoeleinden. De mP 9233 werd magazijnwagen ATB bij de dienst Seinwezen en vervulde deze taak tot 1985. De mP 9206 en mP 9223 werden tijdelijk hulpwagen bij de ongevallenkranen van Utrecht en Eindhoven. Deze taak vervulden zij twee jaar, waarop zij vervangen werden door tot houtwagen verbouwde mP 9205, mP 9213 en mP 9212. Deze deden dienst bij de kranen van Utrecht, Eindhoven en Zwolle. De mP 9212 deed dienst tot 1979, terwijl de andere twee rijtuigen tot het laatst dienst deden en waren hiermee een van de laatste blokkendozen die door de NS werd ingezet.


Motorkonvooi rijtuigen/motordienstwagens

De rijtuigen mDW 169306 - 169310 werden tot 1967 ingezet en later gesloopt. Twee rijtuigen, de mDW 169306 en mDW 169310 worden in april 1968 weer in dienst gesteld. Zij werden in dienst gesteld om nieuwe machinisten te laten wegleren op baanvakken waar zij hun zelfstandige diensten zouden gaan rijden. Deze functie hebben zij tot 1981 vervuld. De mDW 169306 is bewaard gebleven en de mDW 169310 is later gesloopt. De mDW 169309 kwam in 1969 terecht op camping de Schaopvolte te Eext.


Proefrijtuigen

De aangepaste rijtuigen 978 2 811, 978 2 500 en 978 2 501 rijden vanaf hun aanpassingen in 1968 de konvooidiensten tussen de werkplaatsen van Leidschendam en Amsterdam Zaanstraat. Deze taak voeren zij uit tot hun taak in 19 wordt overgenomen door de .


Onderhoud

Vanaf de instroom van de rijtuigen zijn zij in onderhoud in de werkplaats Leidschendam. Alleen de rijtuigen voor Haarlem - IJmuiden, de mABD 9001 - 9004 en Ces 8101 - 8103, waren in Haarlem in onderhoud. Vanaf 1932 kwamen ook een aantal rijtuigen in onderhoud in de nieuwe Revisieloods Amsterdam Zaanstraat. Deze werd speciaal voor dit materieel gebouwd.

Na verbouwing tot getrokken rijtuigen, blijft het materieel in Amsterdam in onderhoud.


Revisie

Bijzondere uitvoeringen

Wijzigingen

  • Op 11 maart 1925 werd opdracht gegeven om de rijtuigen Bd 7501 - Bd 7510 om te bouwen voor de elektrische dienst. Hierbij werd de stoomverwarming vervangen door een elektrische verwarming.
  • In 1928 werden de rijtuigen in het donkergroen afgeleverd in plaats van het olijfgroen met crème. Voor de betere zichtbaarheid werden de koprijtuigen en stuurstandrijtuigen tevens voorzien van een brede rode band boven de bufferbalken. Boven de ramen werden gele driehoeken aangebracht.
  • Met de aflevering van de mBD 9029 en mBD 9030 in 1929, kregen de motorrijtuigen twee stroomafnemers op het dak. Tot die tijd werden de rijtuigen afgeleverd met één stroomafnemer. De al afgeleverde motorrijtuigen werden na die tijd ook voorzien van twee stroomafnemers.


  • In 1937 vond een wijziging plaats aan de motorrijtuigen met bagage afdeling welke op IJmuiden reden. Op deze verbinding kwamen veel klachten over een vislucht van de vis die vervoerd werd. Er werden in de mABD rijtuigen een houten bak geplaatst met zinken bekleding, waarin de manden met vis konden worden geplaatst.
  • In 1938 zijn vier Aec rijtuigen verbouwd tot ABec rijtuigen. Hierbij zijn drie afdelingen met 6 zitplaatsen verbouwd tot twee afdeling met 8 zitplaatsen en een afdeling met 6 zitplaatsen.
  • Bij de Cec rijtuigen 8501 - 8555 zijn vanaf 1938 de houten banken vervangen door comfortabele zitplaatsen.
  • Tussen 1939 en 1941 zijn de Bec rijtuigen 8522 - 8531 tijdelijk gewijzigd naar derde klas rijtuigen. Alleen aan de buitenzijde was dit kenbaar gemaakt met de derde klas borden.
  • In de zomer van 1947 zijn de voormalige motorrijtuigen CD 9121 en 9126 voorzien van een tractie-installatie. Als gevolg van schadegevallen in de oorlog van deze rijtuigen, zijn zij als normale rijtuigen opgebouwd door de Haarlemse werkplaats.
  • Vanaf januari 1956 zijn enkele rijtuigen al in het blauw geschilderd, voordat zij echt verbouwd werden naar getrokken rijtuig. De rijtuigen zijn hierbij voorzien van witte tweede klas borden en zwarte derde klas borden.
  • In 1956 maken de rijtuigen de klasse wijziging mee. De klasse aanduidingen verhuizen hierbij van de onderzijde naar de bovenzijde, tussen de ramen.
  • Bij een aantal rijtuigen werden vanaf 1956 in een lichtere kleur groen geschilderd. Aan de onderzijde werd een rode bies aangebracht. Dit waren onder andere de rijtuigen mBD 9011, mCD 9120, mC4D 9155, mCv 9419, mCv 9429, mC 9472, mC 9473, Bec 8517, Becm 8556 en Ces 8101
  • Bij een aantal motorrijtuigen uit de serie mC 9400 werden bij de stroomafnemers stroomlijn bekleding aangebracht.



  • Na zijn afvoer werd de A 5509 in 1973 voorzien van de draaistellen van het Bolkop rijtuig A 6005. Het rijtuig werd tevens verbouwd tot meetrijtuig voor remsystemen. Door deze verbouwing kwam het rijtuig niet meer in aanmerking om bewaard te blijven voor museale doelstellingen.


Ombouw van Cec naar Cesc

Voor de stoptreinen op de Oude Lijn zijn vanaf 1935 vier rijtuigen Cec voorzien van een stuurstand. Hiermee werden de rijtuigen 95 centimeter langer dan de overige rijtuigen. Het draaistel aan de stuurstand zijde werd ook richting de bufferbalk opgeschoven, zodat de radstand hierbij ook vergroot werd.

Nummer Cesc Nummer Cec Ombouw in Aflevering/In dienst
Cesc 8107 Cec 8501
Cesc 8108 Cec 8502
Cesc 8109 Cec 8506
Cesc 8110 Cec 8507


Ombouw van Aec naar ABec

Vanwege een minder grote vraag naar eerste klas zitplaatsen, zijn vanaf 1938 de Aec rijtuigen verbouwd tot ABec rijtuig, waarbij een afdeling tweede klas werd ingebouwd. Rijtuig Aec 8509 is vanwege oorlogsschade niet verbouwd.

Nummer ABec Nummer Aec Ombouw in Aflevering/In dienst Nummer ABec Nummer Aec Ombouw in Aflevering/In dienst Nummer ABec Nummer Aec Ombouw in Aflevering/In dienst
ABec 8521 Aec 8501 1935 ABec 8510 Aec 8510 ABec 8519 Aec 8519
ABec 8522 Aec 8502 1935 ABec 8511 Aec 8511 ABec 8520 Aec 8520
ABec 8523 Aec 8503 1938 ABec 8512 Aec 8512 ABec 8521 Aec 8521
ABec 8524 Aec 8504 1938 ABec 8513 Aec 8513 ABec 8522 Aec 8522
ABec 8505 Aec 8505 19 ABec 8514 Aec 8514 ABec 8523 Aec 8523
ABec 8506 Aec 8506 19 ABec 8515 Aec 8515 ABec 8524 Aec 8524
ABec 8507 Aec 8507 19 ABec 8516 Aec 8516 ABec 8525 Aec 8525
ABec 8508 Aec 8508 1942 ABec 8517 Aec 8517 ABec 8526 Aec 8526
ABec 8518 Aec 8519 ABec 8527 Aec 8527

Ombouw van Bec naar ABec

Nadat alle Aec rijtuigen al verbouwd zijn tot ABec rijtuigen, worden 20 Bec rijtuigen tussen 1941 en 1944 verbouwd tot ABec rijtuigen.


Nummer ABec Nummer Bec Ombouw in Aflevering/In dienst Nummer ABec Nummer Bec Ombouw in Aflevering/In dienst Nummer ABec Nummer Bec Ombouw in Aflevering/In dienst
ABec 8531 Bec 8514 ABec 8538 Bec 8521 ABec 8545 Bec 8528
ABec 8532 Bec 8515 ABec 8539 Bec 8522 ABec 8546 Bec 8529
ABec 8533 Bec 8516 ABec 8540 Bec 8523 ABec 8547 Bec 8530
ABec 8534 Bec 8517 ABec 8541 Bec 8524 ABec 8548 Bec 8531
ABec 8535 Bec 8518 19 ABec 8542 Bec 8525 ABec 8549 Bec 8532
ABec 8536 Bec 8519 19 ABec 8543 Bec 8526 ABec 8550 Bec 8533
ABec 8537 Bec 8520 19 ABec 8544 Bec 8527


Ombouw naar rijtuigen voor de getrokken dienst

Vanaf 195 worden alle rijtuigen verbouwd voor de getrokken dienst achter locomotieven. De tussenrijtuigen worden hierbij voorzien van bekabeling om de . De motorijtuigen werden ontdaan van de stroomafnemers op het dak en de tractie installatie. De motordraaistellen werden hierbij vervangen door loopdraaistellen. De meeste rijtuigen werden bij de verbouwing in de donkerblauwe kleur geschilderd behorende bij de getrokken rijtuigen. Enkele rijtuigen houden echter hun donkergroene kleur of de nieuwere lichtgroene kleur met rode biezen. De rijtuigen werden verdeeld in de series A 5000, A 5500, AB 5100, AB 5600, B 5200, B 5300, B 5600, BC 5700, B 5800 en BD 5900. De lage nummers tussen de 5000 en 5400 zijn rijtuigen die oorspronkelijk afgeleverd zijn met glijlagers. De rijtuigen die afgeleverd zijn met rollagers zijn genummerd in de series tussen de 5500 en 5900. Door van motorrijtuigen de vouwbalg kopwanden te wisselen met dichte kopwanden van rijtuigen die omgebouwd werden naar getrokken rijtuigen, ontstond op deze manier een grote serie aan getrokken rijtuigen. De motorrijtuigen die een dichte kopwand ontvingen, werden op hun beurt omgebouwd tot motorpostrijtuig of motorkonvooiwagen.

Rijtuigen A 5001 - A 5009

De serie A 5000 is ontstaan uit de oorspronkelijke Aec rijtuigen. Deze rijtuigen bieden aan 42 reizigers een zitplaats. Enkele rijtuigen zijn echter niet als zodanig in dienst gesteld. Zij zijn verbouwd tot montagewagens, maar kregen administratief wel deze nummers.

Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XXI
A 5001
A 5002 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
A 5003 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
A 5004 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
A 5005 Bec 8506
A 5006 Bec 8510
A 5007 Bec 8511
A 5008 Bec 8512
A 5009 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Rijtuigen A 5501 - A 5512

De serie A 5500 is ontstaan uit de oorspronkelijke Aec rijtuigen. Deze rijtuigen bieden aan 42 reizigers een zitplaats.

Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XXIIIA
A 5501 Bec 8507
A 5502 Bec 8509
A 5503 Bec 8513
A 5504 Bec 8514
A 5505 Bec 8515
A 5506 Bec 8516 december 1967
A 5507 Bec 8517 december 1959 december 1967
A 5508 Bec 8518 10 december 1956 11 juni 1969
A 5509 Bec 8519
A 5510 Bec 8520
A 5511 Bec 8521
A 5512 Bec 8522

Rijtuigen AB 5101 - AB 5111

De serie AB 5100 is ontstaan uit de oorspronkelijke Bec rijtuigen, welke aan het begin van de jaren 40 vernummerd zijn naar de serie ABec. Deze rijtuigen bieden aan 64 reizigers een zitplaats.

Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XXII
AB 5101
AB 5102
AB 5103
AB 5104
AB 5105
AB 5106 Bec 8538 december 1967
AB 5107
AB 5108
AB 5109
AB 5110
AB 5111

Rijtuigen AB 5601 - AB 5602 en AB 5611 - AB 5619

De serie AB 5600 is ontstaan uit de oorspronkelijke ABec (5611 - 5619) (Type XXX) en Bec (5601 - 5602) (Type XXXIII) rijtuigen. Deze rijtuigen bieden aan 48 (AB 5611) respectievelijk 64 (AB 5601) reizigers een zitplaats.

Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XXXIII
AB 5601 Bec 8547
AB 5602 Bec 8548
Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XXX
AB 5611 Becm 8551 januari 1956
AB 5612 Becm 8552
AB 5613 Becm 8553
AB 5614 Becm 8555
AB 5615 Becm 8556
AB 5616 Becm 8557
AB 5617 Becm 8558
AB 5618 Becm 8559
AB 5619 Becm 8560

Rijtuigen B 5201 - B 5208 en B 5211 - B 5241

De serie B 5200 is ontstaan uit de oorspronkelijke Bec en Ce8c rijtuigen (B 5201 - B 5208) (Type II). Deze rijtuigen bieden aan 64 reizigers een zitplaats. De rijtuigen B5211 - B5214 (Type XIV) en B5215 - B5241 (Type IV) zijn ontstaan uit de oorspronkelijke Cec rijtuigen. Deze rijtuigen bieden aan 88 reizigers een zitplaats. De rijtuigen B 5205 en B 5207 zijn niet afgeleverd. De Ce8c 8189 en Ce8c 8187 werden pas in 1959 verbouwd en genummerd in de serie B 5350

Type II
Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
B 5201 Ce8c 8181
B 5202 Ce8c 8182
B 5203 Ce8c 8184
B 5204 Ce8c 8189
B 5205 Ce8c 8187 12 mei 1950
B 5206 Ce8c 8188
B 5207 Ce8c 8189 12 mei 1905
B 5208 Ce8c 8190
Type XIV
Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
B 5211 Cesc 8107 5 november 1959 12 februari 1973
B 5212 Cesc 8108 22 januari 1957 20 april 1972
B 5213 Cesc 8109
B 5214 Cesc 8110
Type IV
Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
B 5215 Cec 8121 5 oktober 1959 1 december 1959 3 juni 1973
B 5216 Cec 8122
B 5217 Cec 8123
B 5218 Cec 8124
B 5219 Cec 8125
B 5220 Cec 8126
B 5221 Cec 8127 10 maart 1971
B 5222 Cec 8128
B 5223 Cec 8129
B 5224 Cec 8130
B 5225 Cec 8131
B 5226 Cec 8132
B 5227 Cec 8133 december 1971
B 5228 Cec 8134
B 5229 Cec 8135
B 5230 B 8136 1 november 1959
B 5231 Cec 8137
B 5232 Cec 8138
B 5233 Cec 8139
B 5234 Cec 8140
B 5235 B 8141 1 december 1959 mei 1972
B 5236 B 8142
B 5237 B 8143 1 augustus 1959
B 5238 B 8144
B 5239 Cec 8145
B 5240 Cec 8146 3 juni 1973
B 5241 Cec 8147 3 juni 1973

Rijtuigen Bz 5301 - Bz 5302

De serie Bz 5300 is ontstaan uit de oorspronkelijke Ces rijtuigen. Deze rijtuigen bieden aan 88 reizigers een zitplaats.

Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type VII
Bz 5301 Ces 8101 januari 1960
Bz 5302 Ces 8102

Rijtuigen B 5701 - B 5714

De serie B 5700 is ontstaan uit de oorspronkelijke Cec rijtuigen. Deze rijtuigen bieden aan 88 reizigers een zitplaats.

Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XI
B 5701 B 8148 december 1959
B 5702 Cec 8149
B 5703
B 5704 B 8151 1959
B 5705
B 5706 B 8153 december 1959 1971
B 5707 B 8154 17 mei 1972
B 5708 B 8155 februari 1960 10 mei 1972
B 5709 B 8156 september 1959 1971
B 5710 B 8157 augustus 1959
B 5711 september 1971
B 5712 B 8159 november 1959
B 5713 juni 1967
B 5714 B 8161 september 1959

Rijtuigen Bz 5801 - B 5871

De serie Bz 5800 is ontstaan uit de oorspronkelijke mC en mCd rijtuigen. Deze rijtuigen bieden aan 88 reizigers een zitplaats. De oorspronkelijke rijtuigen zijn te herkennen aan de plaatsing van de dak ventilatoren.

Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XXV
Bz 5801 mC 9001
Bz 5802
Bz 5803
Bz 5804
Bz 5805
Bz 5806 mC 9456
Bz 5807 oktober 1960
Bz 5808 december 1963
Bz 5809
Bz 5810 mC 9460
Bz 5811 mC 9463
Bz 5812 mC 9464
Bz 5813
Bz 5814 mC 9467 maart 1964
Bz 5815 mC 9471
Bz 5816 mC 9472
Bz 5817 mC 9473
Bz 5818 mC 9475
Bz 5819 mC 9476 december 1963
Bz 5820 mC 9477 december 1963
Bz 5821 mC 9478
Bz 5822 mC 9480
Bz 5823 mC 9481 december 1963
Bz 5824 mC 9466 mei 1959
Bz 5825 mC 9468 mei 1959
Bz 5826 mC 9470 mei 1959
Bz 5827 mC 9479
Bz 5828 mC 9482
Bz 5829
Bz 5830 mC 9469
Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XXVIII
Bz 5831 mCv 9401 mei 1959
Bz 5832 mCv 9402
Bz 5833 mCv 9403 december 1963
Bz 5834 mCv 9404
Bz 5835
Bz 5836 mCv 9406
Bz 5837 mCv 9407 mei 1959
Bz 5838 mCv 9408 december 1963
Bz 5839 mCv 9409
Bz 5840
Bz 5841 mCv 9411
Bz 5842 mCv 9412 december 1963
Bz 5843 mCv 9413 1972
Bz 5844 mCv 9414 1956 december 1963
Bz 5845 mCv 9415
Bz 5846
Bz 5847 mCv 9417
Bz 5848 mCv 9418 1966
Bz 5849 mCv 9419 december 1963
Bz 5850
Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XXXII
Bz 5851 mC 9474 december 1963
Bz 5852
Bz 5853
Bz 5854
Bz 5855
Bz 5856
Bz 5857
Bz 5858
Bz 5859
Bz 5860
Bz 5861 december 1963
Bz 5862
Bz 5863
Bz 5864 december 1963
Bz 5865
Bz 5866 december 1963
Bz 5867
Bz 5868
Bz 5869
Bz 5870
Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XIIA
Bz 5871

Rijtuigen BD 5901 - BD 5908

De serie BD 5900 is ontstaan uit de oorspronkelijke mBD rijtuigen. Deze rijtuigen bleven over nadat de overige mBD rijtuigen zijn verbouwd tot mP of mK. Deze rijtuigen bieden aan 40 reizigers een zitplaats.

Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type XXI
BDz 5901 mAD 9011
BDz 5902 mBD 9107
BDz 5903 mBD 9108
BDz 5904 mBD 9109
BDz 5905 mBD 9110
BDz 5906 mBD 9111
BDz 5907 mBD 9115
BDz 5908 mBD 9120

Rijtuigen B 5351 - B 5358

Aan het eind van 1959 worden de rijtuigen B 5201 - B 5208 nog een keer verbouwd. Na de verbouwing worden de rijtuigen ook vernummerd. Zij worden hierbij onder gebracht in de serie B 5350. De rijtuigen B 5355 en B 5357 zijn verbouwd uit de Ce8c rijtuigen 8187 en 8189. Deze zijn tot 1959 gebruikt in de elektrische dienst met de motorrijtuigen.

Nummer Ontstaan uit Ombouw in Aflevering/In dienst Buiten dienst
Type II
B 5351 B 5201 16 januari 1960
B 5352 B 5202 24 mei 1960
B 5353 B 5203
B 5354 B 5204
B 5355 B 5205 22 juli 1971
B 5356 B 5206
B 5357 B 5207 21 november 1959 3 juni 1973
B 5358 B 5208 3 juni 1973

Motorposten en Motorkonvooiwagens

In de periode 1956 - 1958 zijn door de firma Jansen uit Bergen op Zoom 20 motorwagens uit de series mCD 9100 (10 stuks), mCD 9151 (6 stuks) en de mBD 9001 - 9004 verbouwd tot motorpostrijtuigen. De PTT en NS waren in 1955 overeen gekomen om aparte treinen te laten rijden voor het post vervoer. Hiermee werd het vervoer van post minder afhankelijk van de normale postrijtuigen Plan C en Plan L. Ook de stroomlijnpost rijtuigen Pec werden hierop minder gebruikt. De rijtuigen werden hierbij vernummerd naar mP 9201-9210, 9221-9226 en 9231-9234. Deze verbouwing hield in dat de rijtuigen aan beide zijden een gesloten kop kregen en schuifdeuren in de zijwand. De ramen in de zijwand komen hiermee te vervallen. De kop met vouwbalg werd vervangen door een gesloten kop afkomstig uit de serie mC 9451. De kop met vouwbalg werd vervolgens op de mC's geplaatst. Deze rijtuigen werden zo verbouwd tot getrokken rijtuig serie Bz 5800. Op een zelfde wijze ontstonden uit vier mCD's en een mBD 5 motorkonvooiwagens, serie mK 9300.

In de motorpostwagens werd na het uitbreken van het interieur een toilet en een afdeling voor de postconducteurs gelegen. Langs de zijwand werden schappen aangebracht. De motorkonvooiwagens bleven leeg van binnen, na het demonteren van het interieur. Het draagvermogen van beide type motorwagens was 10 ton, bij een eigen gewicht van 59,2 ton. De motorrijtuigen die voorzien waren van een tractie installatie van Vickers, werd vervangen door een installatie van Heemaf. De twee stroomafnemers kregen elk een dak veiligheid ingebouwd van 1.000 Ampère. In tegenstelling tot de elektrische locomotieven behoefde de achterste stroomafnemer niet altijd op te staan. Voor het opzetten van de stroomafnemers was een druk van 5 bar genoeg. Deze is afkomstig uit het spaarreservoir. In de winter kon men met de twee stroomafnemers op rijden. Hierdoor werd de bovenleiding minder zwaar belast. Om dit mogelijk te maken, was een externe doorverbinding nodig langs de dak schakelaar. De rijcontroller had vier rijstanden en een mechanische dodemaninrichting. De eerste rijstand was de rangeerstand. Hierbij staan alle voorschakelweerstanden aan de bovenleiding geschakeld. Voor de tweede tot en met de vierde rijstand moesten de weerstanden worden afgeschakeld. De tweede rijstand is de serie-sterkveld, de derde rijstand de parallel-sterkveld en de vierde rijstand is de parallel-zwakveld. De vierde rijstand was echter buitendienst gesteld. Desondanks kon een los motorrijtuig een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur bereiken. De stuurstroom wordt verkregen uit een batterij, wanneer de stroomafnemers zijn neergelaten. Wanneer deze opgezet zijn, wordt de stuurstroom ingeschakeld door een schakelaar en wordt deze geleverd door de motorgenerator van 2,5 kW. Deze zorgde tevens voor het opladen van de batterij. Vanwege aders van de stuurstroomleidingen gewijzigd waren, konden deze niet met de normale motorrijtuigen rijden. Onderling met andere mP's of mK's was wel mogelijk met een genummerde stuurstroomkabel, die in elk rijtuig aanwezig is.

Voor de verwarming beschikte een rijtuig over twaalf kachels. Vier waren aanwezig in cabine 1, in cabine 2 bevonden zich zes kachels en in de dienstafdeling 2 kachels. Voor verlichting werd gezorgd door 3 groepen gloeilampen. In het midden van het rijtuig hing een groep van zes lampen. De twee andere groepen bevonden zich aan weerszijden van het rijtuig bij de schuifdeuren.

Vanwege de sterk stijgende vraag naar capaciteit in het postvervoer, werden in 1959 en 1960 de 5 motordienstwagens verbouwd tot motorpostrijtuig. Zij werden vervolgens als mP 9211 - 9213, mP 9227 en mP 9228 in dienst gesteld. Voor de vervanging van deze 5 motordienstwagens werden 5 nieuwe rijtuigen door Jansen verbouwd. Deze werden verbouwd uit de serie mC 9451. Deze rijtuigen werden voorzien van een kopwand uit de serie mCD 9101 of mBD 9011. De donorrijtuigen werden vervolgens omgebouwd tot getrokken rijtuig in de serie BDz 5900 door de Hoofdwerkplaats Tilburg. De motordienstwagens werden genummerd in de serie mDW 169306 - 169310. Deze wagens hadden een eigen gewicht van 50 ton.

Nummer mP of mK/mDW Ontstaan uit Dichte kopwand van Aflevering/In dienst Buiten dienst
mP 9201 mCD 9116 mC 9456 1956 november 1966
mP 9202 mCD 9101 mC 9458 1956 november 1966
mP 9203 mBD 9013 mC 9464 1957 november 1966
mP 9204 mCD 9106 mC 9476 1957 november 1966
mP 9205 mCD 9121 mC 9466 maart 1957 november 1966
mP 9206 mCD 9119 mC 9451 1957 1966
mP 9207 mCD 9103 mC 9455 1957 1966
mP 9208 mCD 9102 mC 9479 1957 1966
mP 9209 mCD 9104 mC 9477 1957 november 1966
mP 9210 mCD 9114 mC 9469 1957 november 1966
mP 9211 mDW 169301 n.v.t. 1959 1966
mP 9212 mDW 169302 n.v.t. november 1959 november 1966
mP 9213 mDW 169303 n.v.t. 1960 november 1966
mP 9221 mC4D 9151 mC 9468 1957 1966
mP 9222 mC4D 9157 mC 9481 23 april 1957 1966
mP 9223 mC4D 9156 mC 9457 1957 november 1966
mP 9224 mC4D 9159 mC 9480 1957 juni 1961
mP 9225 mC4D 9158 mC 9467 1958 november 1966
mP 9226 mC4D 9152 mC 9473 1958 november 1966
mP 9227 mDW 169304 n.v.t. 1960 mei 1966
mP 9228 mDW 169305 n.v.t. november 1995 1966
mP 9231 mAD 9004 mC 9470 januari 1958 november 1966
mP 9232 mAD 9003 mC 9463 februari 1958 november 1966
mP 9233 mAD 9002 mC 9472 februari 1958 1966
mP 9234 mAD 9001 mC 9475 1958 1966
Nummer mK/mDW Ontstaan uit Dichte kopwand van Aflevering/In dienst Buiten dienst
mK 9301 mCD 9113 mC 9460 oktober 1957 1959
mK 9302 mAD 9012 mC 9474 oktober 1957 1959
mK 9303 mCD 9118 mC 9482 oktober 1957 1960
mK 169304 mCD 9155 mC 9478 november 1957 1960
mK 169305 mCD 9160 mC 9471 december 1957 1960
mDW 169306 mBD 9452 mBD 9111 juli 1960 1967
mDW 169307 mBD 9453 mBD 9120 juni 1960 1967
mDW 169308 mBD 9459 mBD 9110 1960 1967
mDW 169309 mBD 9454 mAD 9011 1960 1967
mDW 169310 mBD 9462 mBD 9115 1960 1967


Dienstwagens

In 1967 worden de afgevoerde motorpostrijtuigen mP 9205, mP 9206, mP 9207, mP 9208, mP 9210, mP 9211, mP 9221 en mP 9222 en de motordienstwagens mDW 169.306, mDW 169.307, mDW 169.308, mDW 169.309 en mDW 169.310 naar Amersfoort overgebracht in afwachting tot ombouw naar ander dienstmaterieel. Het rijtuig mP 9206 wordt toegewezen aan de ongevallenkraan van Utrecht. Rijtuig mP 9223 wordt door de firma Jansen in Bergen op Zoom onder handen genomen. In november 1967 is het rijtuig enige tijd in de Amersfoortse werkplaats om onderdelen uit te laten nemen. Rijtuig mP 9233 werd verbouwd tot magazijnwagen voor de ATB.

In februari 1968 is de voormalige mP 9221 van Amersfoort naar de Watergraafsmeer overgebracht. De mP 9232 ging de andere kant op in afwachting van zijn verbouwing tot dienstwagen.

Magazijnwagens

Nummer magazijnwagen Ontstaan uit Aflevering/In dienst Buiten dienst
167006 BD 5903 1964/1965

Werkwagens

Nummer werkwagen Ontstaan uit Aflevering/In dienst Buiten dienst
167007 BD 5907 1964/1965
177107 mCD 9105 1953
177174 Bz 5301 november 1960
30 84 971 1 615-0
30 84 971 1 618-3 9154 1953

Slijprijtuig

In 1958 werd de mCv 9422 omgebouwd tot slijptrijtuig. Het rijtuig stond ter beschikking aan de dienst Weg en Werken (het latere Is8). Het rijtuig was bruin geschilderd. Onder het eerste raam van rechts was later een wit NS-logo aangebracht en onderhet raam links daarvan was eveneens later op drie regels Is 8 Depot Utrecht aangebracht. Onder het tweede raam van links was het nummer aangebracht. Tussen de draaistellen zijn twee slijpsteenopstellingen aangebracht. Door middel van luchtketels in het rijtuig werden deze met kracht op de spoorstaaf gedrukt. In de vloer zijn kijkvenster aangebracht om de slijpwerkzaamheden te volgen. Er kon met maximaal 50 kilometer per uur worden geslepen. Om het rijtuig heen waren twee omgebouwde witte tenders geplaats van de NS 4700-serie (4003 en 4025 (aanvankelijk zou de 4004 worden gebruikt, maar vanwege de slechte staat werd die van de 4025 gebruikt): de de 178 172 en 178 173. Deze waren bedoeld als wateropslag voor koeling en er werden slijpstenen in opgeborgen. De tenders kregen aan de zijde die normaal aan de locomotief vast zat normaal stoot- en trekwerk van de tenders van de 4021 en 4029. Rond 1966 bij de invoer van de UIC-nummering is het rijtuig 178 171 vernummerd in 80 84 974 1 020-5, tender 178 172 in 80 84 974 1 021-3 en tender 178 173 in 80 84 974 1 022-1. In 1985 is de trein afgevoerd, nadat het vervangen was door een slijptrein van Speno en van Plasser & Theur. Op 24 juni 1985 is het rijtuig verkocht aan sloperij Koek. De waterwagens werden een dag later, op 25 juni 1985, verkocht aan de gemeente Borsele voor de SGB.

Nummer slijprijtuig UIC-nummer Ontstaan uit Aflevering/In dienst In revisie Uit revisie Uit revisie Buiten dienst
178171 80 84 974 1 020-5 mCv 9422 1958 januari 1983 25 februari 1983 8 maart 1984 1985

Sproeirijtuig

Voor de sproeitrein wordt in 1965 de B 5814 verbouwd voor de dienst Weg en Werken (later Is8) tot 178166. Het rijtuig kreeg de draaistellen van het omBC-directierijtuig 11. Het rijtuig is bruin geschilderd met op de stelbalk een 20 cm hoge donkerblauwe bies, naar de kleur van de petten van de dienst. Later kreeg het rijtuig rechts een wit NS-logo. Het rijtuig had een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur. Rechts stond in het wit op drie regels de tekst Sproeitrein depot Zutphen IS 8 en links was het rijtuignummer aangegeven. Rond 1966 bij de invoering van de UIC-nummering werd het rijtuig vernummerd in 30 84 979 1 000-7 om later nog het nummer 30 84 974 1 023-0 te krijgen. In 1985 wordt het rijtuig buiten dienst gesteld. Het is vervangen door een speciaal daarvoor gebouwde verblijfswagen, die in 1984 al meereed. Het rijtuig werd op 24 juni 1985 verkocht aan sloperij Koek te Mijdrecht.

Nummer sproeirijtuig UIC-nummer Herzien UIC-nummer Ontstaan uit Aflevering/In dienst Buiten dienst
178166 30 84 979 1 000-7 30 84 974 1 023-0 B 5814 april 1965 1985

Wegleerrijtuigen

De mDW 169306 en mDW 169310 werden in april 1968 na hun afvoer een jaar eerder, weer in dienst gesteld. De rijtuigen zijn in eerste instantie bedoelt voor de konvooidiensten tussen de werkplaatsen van Leidschendam en Amsterdam Zaanstraat. Nadat hun taak hierbij is overgenomen door , zijn de rijtuigen bedoeld voor het wegleren van nieuwe machinisten. De 30 84 978 2 500-7 kreeg hierbij als depot Watergraafsmeer. Later verhuisde de motorwagen naar Eindhoven De 30 84 978 2 500-7 kreeg in 1980 als bijnaam 'Jaap', naar de Eindhovense groepsleider Jaap Mol. In 1981 werden de beide rijtuigen terzijde gesteld omdat zij aan revisie toe waren.

Nummer wegleerrijtuig Nummer mDW Aflevering/In dienst Buiten dienst
30 84 978 2 500-7 mDW 169306 april 1968 1981
30 84 978 2 501-5 mDW 169310 april 1968 1981

Hulpwagen ongevallenkraan

Ter vervanging van de oude wagens bij de ongevallenkranen die verspreidt in het land staan, werden in 1966 tijdelijk twee rijtuigen aangewezen om dienst te doen als hulpwagen. De keus viel op de mP 9206 en mP 9223. Met behoud van hun nummer hebben zij twee jaar dienst gedaan, alvorens vervangen te worden door 3 verbouwde mP's. Dit waren de mP 9205, mP 9213 en mP 9212. Zij deden dienst bij de ongevallenkranen van Utrecht, Eindhoven en Zwolle. De wagens werden ontdaan van hun stroomafnemers en tractie installatie. De postsorteerinrichting werd ook verwijderd en daarvoor in de plaats kwamen kasten om gereedschappen op te ruimen. De Utrechtse en Eindhovense hulpwagen waren de laatste Blokkendoosrijtuigen van de NS die nog ingezet werden.

Nummer Hulpwagen Nummer mP Aflevering/In dienst Behorend bij de kraan van Buiten dienst
9206 mP 9206 1966 1968
9223 mP 9223 1966 1968
30 84 975 1 512-9 mP 9205 1968 Utrecht
30 84 975 1 513-7 mP 9213 1968 Eindhoven
30 84 975 1 514-5 mP 9212 1968 Zwolle 1979

Montagewagens

In 1960/1961 worden er vier rijtuig omgebouwd tot montagewagen voor de dienst Elektrische Tractie.

Nummer montagewagen Herzien nummer UIC-nummer Herzien UIC-nummer Ontstaan uit Aflevering/In dienst Buiten dienst
' 974 1 610 ABec 8547 1953
157878 165073 (1953) 30 84 971 1 602-7 (1966) 30 84 974 1 611-2 (1968) Bec 8539 1953
157880 165075 (1953) 971 1 604 (1968) 974 1 027 (1968) mCv 9430 1952
165081 n.v.t. B 5831 juni 1960
165082 n.v.t. B 5834 juli 1960
165083 n.v.t. 30 84 971 1 613-4 (1967) 30 84 974 1 621-1 (1968) B 9410 november 1961
165084 n.v.t. B 9425 september 1961
178171 B 8508 1957
270116 B 5828 1964/1965
270117 B 5833 1964/1965
270118 B 5862 1962
270119 Bz 5844 1964/1965
270120 Bz 5801 1965

Proefrijtuigen

Na verbouwing en inzet van motorpostrijtuig of motorkonvooiwagen, kwamen diverse rijtuigen na deze inzet terecht bij diverse onderdelen van de NS. De mP 9201, mP 9202, mP 9205 en mP 9225 kwamen terecht bij afdeling Mw3 Voertuigtechniek. Drie daarvan kregen aanpassingen. De (ex-)mP 9201 werd aangepast dat alleen gekoppeld kon worden met de (ex-)mP 9204, de (ex-)mP 9204 kreeg een thrysistorinstallatie en de (ex-)mP 9225 lucht geveerde draaistellen. De Blokkendoosrijtuigen rijden de konvooitreinen tussen Leidschendam en Amsterdam Zaanstraat.

De mP 9204 wordt voorzien van vermogenselektronica van AEI voor een thrysistorinstallatie. De tractie-installatie van Heemaf blijft ook behouden. De installatie is door de Hoofdwerkplaats Tilburg ingebouwd en de thrysistoren worden gezien als alternatief voor de weerstandsvermogenregeling. Door het zoemende geluid, krijgt het rijtuig al snel de bijnaam 'Bromvlieg'. Het motorrijtuig wordt beproefd in de werkplaatskonvooitreinen. Deze rijden tussen de diverse werkplaatsen van de NS. In 1971 vind een aanpassing plaats in het rijtuig, zodat het ook elektro-dynamisch kan remmen. De toegevoegde weerstanden zijn als gevolg van ruimtegebrek op het dak geplaatst. De uitkomst van deze proeven worden gebruikt voor de aanschaf van het SGM-materieel. Het rijtuig werd voorzien van het nummer 30 84 978 2 812-6. In januari 1969 wordt het rijtuig vernummerd naar 30 84 978 1 802-8.

De mP 9201 werd geschikt gemaakt voor multiple rijden met de mP 9204. Hierdoor kon een goede vergelijking gemaakt worden van de rijeigenschappen en rijkarakteristieken van een weerstandschakeling en de pulssturing. Ook de effecten op het samen rijden werden hiermee onderzocht. Dit was van belang voor de nieuwe treinstellen Plan V die mogelijk met deze besturing uitgerust gaan worden. Op de bufferbalken is de tekst "Alleen koppelen met pulsrijtuig" te lezen. Het rijtuig werd voorzien van het nummer 30 84 978 2 811-8. In januari 1969 wordt het rijtuig vernummerd naar 30 84 978 1 801-0.

De mP 9225 werd in 1970 bij Werkspoor omgebouwd tot getrokken rijtuig met draaistellen met luchtvering tussen de bak en de draaistellen. Het rijtuig kwam voor deze verbouwing op 9 januari 1970 aan in Utrecht vanuit de hoofdwerkplaats Tilburg. Deze proef draaide om de vloerhoogte constant op perronhoogte te houden, onafhankelijk van de belading. Dit is voornamelijk van belang voor het nieuwe materieel dat in de randstad gaat rijden. Dit materieel zal een hoger reizigersgewicht te verwerken krijgen in verhouding tot het bakgewicht. De draaistellen waren hiertoe voorzien van lucht geveerde draaistellen, die ook op proef onder rijtuig Plan E B 6703 hebben gezeten. De draaistellen zijn door Werkspoor aangepast om onder het rijtuig geplaatst te kunnen worden. De tractie-installatie van het rijtuig werd uitgebouwd. Op 13 maart 1970 werd het rijtuig afgeleverd door Werkspoor en werd het naar Tilburg terug gebracht. Vanaf mei 1970 worden er proefritten gereden met het rijtuig. Het rijtuig wordt getrokken door een rijtuig dat nog wel is voorzien van een tractie-installatie. Er waren proefritten tot 100 kilometer per uur op de Hofpleinlijn met een maximum-'reizigers'-gewicht van 9.000 kg. Er zijn daarnaast ritten gereden met een maximumsnelheid van 150 kilometer per uur voor Intercitymaterieel. Luchtvering biedt bij deze snelheden meer voordelen dan schroefveren, wat zorgt voor een stabielere ligging op het spoor. Het rijtuig werd voorzien van het nummer 30 84 978 2 813-4. In januari 1969 wordt het rijtuig vernummerd naar 30 84 978 1 803-6.

Eind 1968 worden de rijtuigen vernummerd. Het volgnummer wordt met tien verlaagd en de 2 op de achtste positie wordt een 1. Vanwege de lange nummers die de rijtuigen toebedeeld krijgen, worden door Hoofdwerkplaats Tilburg de rijtuigen voorzien van de namen Jules, Jim en Cathérine. Dit naar de film uit 1961 van François Truffaut, Jules et Jim. Hierin gingen de drie hoofdpersonen in wisselende samenstellingen door het leven, net zoals de drie voormalige blokkendoosrijtuigen. Op 25 februari 1970 wordt de naam Cathérine op de mP 9225 aangebracht.

Nummer proefrijtuig Ontstaan uit Binnenkomst Aflevering/In dienst Nieuw nummer Buiten dienst Naam Datum naamgeving
30 84 978 2 811-8 mP 9201 1968 30 84 978 1 801-0 Jim
30 84 978 2 812-6 mP 9204 oktober 1968 30 84 978 1 802-8 1972 Jules
30 84 978 2 813-4 mP 9225 9 januari 1970 13 maart 1970 30 84 978 1 803-6 Cathérine 25 februari 1970

ATB-rijtuig

Rijtuig 30 84 984 0 805-0, ex-mP 9233, wordt van een ATB-opstelling voorzien en staat van 1967 tot 1982 in Amersfoort bij het tractiedepot. Het rijtuig wordt vervangen door de Stalen D 95 003.

In 1972 wordt de 30 84 978 1 802-8 voorzien van een ATB-meetopstelling, nadat het rijtuig is ondergebracht bij de afdeling Is9, de meettechnische afdeling van de NS. In het zelfde jaar wordt het rijtuig voorzien van camera's om de bovenleiding ten opzichte van de stroomafnemer te controleren. Later is het rijtuig ook voorzien van een opstelling voor de Telerail. In 1976 wordt de vermogenselektronica in de mP Jules, zoals de bijnaam van het rijtuig luidt, buiten dienst gesteld. Het rijtuig wordt omgenummerd tot 30 84 978 1 601-4. Het wordt overgedragen aan de Meetdienst van het Seinwezen en wordt NS-geel geschilderd. In 1984 vind een vernummering plaats naar 80 84 978 1 601-3. In 1991 wordt de functie van het motorrijtuig uitgebreid om ook de Telerail te kunnen testen. Het motorrijtuig doet dienst tot 19 juni 1992. Het rijtuig zou daarna enkele onderdelen afstaan aan de revisie van de mC 9002.

Meetrijtuig

In maart 1969 werd rijtuig A 5509 verbouwd tot meetrijtuig 30 84 978 1 804-4. Het rijtuig was bedoeld voor remproeven voor de dienst Mw3. Het eersteklasinterieur bleef in het rijtuig gehandhaafd. Het rijtuig was bruin geschilderd met direct onder de ramen een witte band. Onder het tweede raam van rechts was een wit NS-logo aangebracht. Eén raam links daarvan was in het wit de tekst Meetrijtuig Mw3 onder elkaar aangebracht. Het rijtuignummer was onder het tweede raam van links aangebracht. In 1973 zijn de draaistellen gewisseld met de A 6005.

Nummer meetrijtuig Ontstaan uit Aflevering/In dienst Buiten dienst
30 84 978 1 804-4 A 5509 maart 1969

Instructierijtuigen

Nummer instructierijtuig UIC-nummer Ontstaan uit Aflevering/In dienst Buiten dienst
159011 80 84 974 1 932-1 mCd 9423 1955
' 80 84 974 1 934-7
159016 80 84 974 1 937-0 BD 5902 1966 1984
159017 80 84 974 1 938-8 BD 5901 1966 augustus 1987
159018 80 84 974 1 939-6 BD 5905 1966

Terreinwagens

Het afgevoerde rijtuig Bz 5819 wordt in 1963 afgevoerd. Het rijtuig wordt op naar Utrecht overgebracht en op spoor 22 geplaatst. Het rijtuig heeft nog zijn oude, donkergroene kleur.

Nummer terreinwagen Ontstaan uit Aflevering/In dienst Standplaats Buiten dienst
5819 Bz 5819 196 Utrecht 19
30 84 984 0 501-5 30 84 974 1 621-1 1973 Maastricht 1974
30 84 984 0 700-3 974 1 027 1975 Maarn
80 84 984 1 934-6 80 84 974 1 939-6 Amersfoort maart 1985


Vernummeringen

De rijtuigen zijn als gevolg van diverse verbouwingen vernummerd. De eerste vernummering vond plaats in 1925, toen de eerste 10 rijtuigen werden opgenomen in de definitieve nummering en het aanpassen voor de elektrische dienst.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
Bec 8503 Bd 7501 Bec 8508 Bd 7506
Bec 8504 Bd 7502 Bec 8509 Bd 7507
Bec 8505 Bd 7503 Bec 8510 Bd 7508
Bec 8506 Bd 7504 Bec 8511 Bd 7509
Bec 8507 Bd 7505 Bec 8512 Bd 7510

Bij de motorrijtuigen vindt het onderhoud plaats op basis van de afgelegde kilometers. In 1930 beginnen de Nederlandse Spoorwegen hun kilometeradministratie te automatiseren met behulp van mechanische telsystemen. Deze telsystemen kunnen echter geen onderscheid maken tussen letters maar wel tussen cijfers en dus dienden de motorrijtuigen een uniek nummer te krijgen. Om deze reden worden de motorrijtuigen uit de series mABD 9001 - mABD 9004 en de mBD 9001 - mBD 9030 vernummerd. Terzijde zij nog opgemerkt dat het onderhoud van de looprijtuigen plaats vindt op basis van tijd. Om deze reden vond men het onnodig om de nummering van looprijtuigen aan te passen.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
mABD 9801 mABD 9001
mABD 9802 mABD 9002
mABD 9803 mABD 9003
mABD 9804 mABD 9004
Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
mBD 9101 mBD 9001 mBD 9116 mBD 9016
mBD 9102 mBD 9002 mBD 9117 mBD 9017
mBD 9103 mBD 9003 mBD 9118 mBD 9018
mBD 9104 mBD 9004 mBD 9119 mBD 9019
mBD 9105 mBD 9005 mBD 9120 mBD 9020
mBD 9106 mBD 9006 mBD 9121 mBD 9021
mBD 9107 mBD 9007 mBD 9122 mBD 9022
mBD 9108 mBD 9008 mBD 9123 mBD 9023
mBD 9109 mBD 9009 mBD 9124 mBD 9024
mBD 9110 mBD 9010 mBD 9125 mBD 9025
mBD 9111 mBD 9011 mBD 9126 mBD 9026
mBD 9112 mBD 9012 mBD 9127 mBD 9027
mBD 9113 mBD 9013 mBD 9128 mBD 9028
mBD 9114 mBD 9014 mBD 9129 mBD 9029
mBD 9115 mBD 9015 mBD 9130 mBD 9030

De verbouwde Aec 8501 - Aec 8504 zijn vanaf 1935 genummerd in de serie ABec 8521 - ABec 8524. Vanaf 1940 krijgen de rijtuigen weer hun oorspronkelijke volgnummer terug, als er meer Aec rijtuigen worden verbouwd tot ABec rijtuig.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
ABec 8521 Aec 8501
ABec 8522 Aec 8502
ABec 8523 Aec 8503
ABec 8524 Aec 8504

Door de verbouwing van een aantal Aec rijtuigen naar ABec rijtuigen ontstond er een overschot aan tweede klas rijtuigen. Hierop werden in 1935 een aantal Bec rijtuigen gedeklasseerd tot derde klas rijtuigen. Om het onderscheid aan te geven met de oorspronkelijke Cec rijtuigen, krijgen de voormalige Bec rijtuigen de aanduiding Ce8c. De voormalige tweede klas rijtuigen hebben 8 ramen in plaats van 9, zoals bij de Cec rijtuigen.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
Ce8c 8595 Bec 8507
Ce8c 8596 Bec 8508
Ce8c 8597 Bec 8509
Ce8c 8598 Bec 8510
Ce8c 8599 Bec 8511
Ce8c 8600 Bec 8512

Om het verschil aan te geven tussen de oorspronkelijke ABec rijtuigen met midden in stap en de uit Aec ontstane ABec rijtuigen, werden de oorspronkelijke ABec rijtuigen in 1940 vernummerd en kregen zij de toevoeging m, zodat het ABecm rijtuigen werden. De m werd toegevoegd om de midden instap te benadrukken.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
ABecm 8551 ABec 8501 ABecm 8557 ABec 8507
ABecm 8552 ABec 8502 ABecm 8558 ABec 8508
ABecm 8553 ABec 8503 ABecm 8559 ABec 8509
ABecm 8554 ABec 8504 ABecm 8560 ABec 8510
ABecm 8555 ABec 8505 ABecm 8561 ABec 8511
ABecm 8556 ABec 8506

De Ce8c rijtuigen worden in 1940 nogmaals vernummerd.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
Ce8c 8588 Ce8c 8595
Ce8c 8589 Ce8c 8596
Ce8c 8590 Ce8c 8597
Ce8c 8591 Ce8c 8598
Ce8c 8592 Ce8c 8599
Ce8c 8593 Ce8c 8600

Tussen 1941 en 1949 worden 26 mBD rijtuigen verbouwd en gedeklasseerd tot mCD rijtuigen. De rijtuigen behouden hun oorspronkelijke nummer, maar de aanduiding wijzigt van mBD naar mCD.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
mCD 9101 mBD 9101 mCD 9115 mBD 9115
mCD 9102 mBD 9102 mCD 9116 mBD 9116
mCD 9103 mBD 9103 mCD 9117 mBD 9117
mCD 9104 mBD 9104 mCD 9118 mBD 9118
mCD 9105 mBD 9105 mCD 9119 mBD 9119
mCD 9106 mBD 9106 mCD 9120 mBD 9120
mCD 9107 mBD 9107 mCD 9121 mBD 9121
mCD 9108 mBD 9108 mCD 9122 mBD 9122
mCD 9109 mBD 9109 mCD 9123 mBD 9123
mCD 9110 mBD 9110 mCD 9124 mBD 9124
mCD 9111 mBD 9111 mCD 9125 mBD 9125
mCD 9113 mBD 9113 mCD 9126 mBD 9126
mCD 9114 mBD 9114 mCD 9127 mBD 9127

Ook de mB4D werden vanaf 1946 gedeklasseerd naar mC4D rijtuigen. De rijtuigen behielden hun oorspronkelijke volgnummers.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
mC4D 9151 mB4D 9151
mC4D 9152 mB4D 9152
mC4D 9153 mB4D 9153
mC4D 9154 mB4D 9154
mC4D 9155 mB4D 9155
mC4D 9156 mB4D 9156
mC4D 9157 mB4D 9157
mC4D 9158 mB4D 9158
mC4D 9160 mB4D 9160
mC4D 9161 mB4D 9161

Na de ombouw tot mCD rijtuig, worden de drie resterende mBD rijtuigen vanaf 1948 in een aaneengesloten serie vernummerd.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
mBD 9171 mBD 9128
mBD 9172 mBD 9126
mBD 9173 mBD 9130

Tussen 1946 en 1949 zijn de laatste drie Bec rijtuigen verbouwd tot Ce8c rijtuigen.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Datum
Ce8c 8581 Bec 8501 1946
Ce8c 8586 Bec 8506 1949
Ce8c 8587 Bec 8513 1946




In 1957 werden de drie al verbouwde motorkonvooiwagens vernummerd. Door wijziging van de type-aanduiding volgde in 1958 nogmaals een nummerwijziging plaats.

Oorspronkelijk nummer Nieuw nummer 1957 Nieuw nummer 1958
mK 9301 mK 169301 mDW 169301
mK 9302 mK 169302 mDW 169302
mK 9303 mK 169303 mDW 169303


Montagewagens

Oorspronkelijk nummer Nieuw nummer 1968 Nieuw nummer 1986
270 119 30 84 979 1 505-5 80 84 979 1 505-4
270 120 30 84 979 1 506-3


Schadegevallen

  • Op 15 oktober 1927 botsen de mC 9005 en mC 9027 bij Rijswijk op elkaar.
  • Op 16 december 1940 botst trein 1105, bestaande uit een negenwagentrein Blokkendozen (mBD 9121 + ), tegen goederentrein 7008, bestaande uit drie Blokkendozen ( + + ) en 50 kolenwagens. Trein 1105 is onderweg van Amsterdam naar Den Haag. Trein 7008 is onderweg van Rotterdam Zuid naar . Het ongeluk gebeurt tussen Voorschoten en Den Haag, ter hoogte van blokpost 65A. Van de kolentrein breekt een koppeling, vermoedelijk veroorzaakt door het losraken van een wielband van de Belgische kolenwagon 111.173. De laatste vijf wagons van de kolentrein blijven staan en versperren daarmee het tegenspoor. Op dit spoor rijdt trein 1105. Door slecht zicht ziet de machinist de versperring te laat en botst tegen de kolenwagons. De mBD 9121 valt van de spoordijk en komt in de naastgelegen spoorsloot terecht. Het tweede rijtuig, de , valt ook van de spoordijk, maar blijft voor de sloot steken. Het derde rijtuig ontspoort. De overige rijtuigen blijven in het spoor. Ook de spoorbaan loopt schade op. Zo zijn er twee bovenleidingsmasten, rijdraden en talud beschadigd. Bij dit ongeval komt de machinist om het leven en raken enkele reizigers licht gewond. Het rijtuig wordt geborgen en naar Haarlem overgebracht. Hier wordt het rijtuig hersteld.
  • Op 11 december 1941 is de mBD 9121 betrokken bij een ongeval te Kethel en raakt in het water. Het rijtuig wordt geborgen en naar Haarlem overgebracht voor herstel. Bij gebrek aan tractiemotoren wordt het rijtuig opgebouwd als CD en wordt opgeborgen in de oude locomotiefloods te Haarlem. In 1946 en 1947 doet het rijtuig dienst als tussenrijtuig.
  • Op 24 november 1943 botst een werklieden trein bij Nieuwlandsche Polder op de betonnen tankversperring. De trein bestaat uit 8 rijtuigen Materieel'24 (mCd 9442 + ABec 8543 + Cesc 8107 + mCd 9402 + Cec 8552 + Cec 8531 + ABec 8553 + mC 9028) en was onderweg naar Rotterdam. Deze versperring was nog niet van het spoor gedraaid. Het rijtuig mCd 9442 raakt hierbij zwaar beschadigd. Ook de andere rijtuigen lopen aanzienlijke schade op. Alle rijtuigen worden hersteld en komen weer in dienst. Er komen twee mensen om het leven en 11 mensen raken gewond.


  • Op 19 februari 1948 loopt rijtuig mBD 9105 ernstige brandschade op als gevolg van . Het rijtuig wordt daarop naar Budel overgebracht. Hier staan 14 rijtuigen, die beschadigd uit Duitsland zijn teruggekeerd. Eind 1950 wordt het rijtuig vernummerd in mCD 9105, maar het rijtuig keert niet terug in de reizigersdienst. In 1953 wordt het rijtuig verbouwd tot werkwagen 177107 voor . Op wordt het rijtuig afgeleverd.



  • Op 2 juni 1961 botst de mP 9224 te Rotterdam Feijenoord met de . Het mP rijtuig was onderweg als trein 4631 en de als trein 4034. De schade aan de mP 9224 was dermate groot, dat het niet meer voor herstel in aanmerking kwam en werd gesloopt.



  • Op 10 mei 1966 rijdt de mP 9227 in Sittard op een stootjuk. De mP was onderweg als trein 87804 van naar Sittard, toen het bij binnenkomst . Vanwege de naderende afvoer van de motorpostrijtuigen, werd het niet meer hersteld en afgevoerd voor sloop.





Afvoer

De eerste rijtuigen die worden afgevoerd en gesloopt, zijn de niet afgenomen rijtuigen Bec 8524 en Bec 8525. Zij zijn in september 1926 verwoest door brand.


De getrokken rijtuigen worden tussen 1960 en 1972 afgevoerd. Tussen 1960 en 1968 worden in totaal 90 rijtuigen afgevoerd. Na hun afvoer worden de rijtuigen AB 5617 en AB 5617 op de Watergraafsmeer neer gezet in afwachting van hun sloop. De rijtuigen A 5504, B 5102, B 5105 en B 5110 komen na hun afvoer terecht in Leidschendam. Na hun afvoer hebben de rijtuigen A 5504 en B 5105 in Leidschendam gediend als kantoor. Hier was tijdelijk behoefte aan kantoorruimte vanwege een verbouwing. De rijtuigen zijn hierbij gedeeltelijk wit geschilderd. Ook het rijtuig Bz 5834 wordt in Leidschendam neer gezet en gedeeltelijk wit geschilderd. Na te zijn gebruikt als kantoor, werd het rijtuig ingericht als onderkomen voor de modelbouwclub van de lijnwerkplaats.


In 1971 en 1972 worden de laatste 30 rijtuigen afgevoerd.

Op 11 februari 1971 is het rijtuig B 5102 in Haarlem terzijde gesteld. Op 10 maart 1971 wordt het rijtuig B 5221 terzijde gesteld in Haarlem. Op 23 april 1971 wordt het rijtuig B 5221 naar de Staatsmijnen in Lutterade overgebracht. In juni 1971 komt het rijtuig B 5105 aan op de Watergraafsmeer, nadat de verbouwing van de werkplaats is afgerond. Ook de A 5504 wordt bedankt voor bewezen diensten en wordt naar de Rietlanden overgebracht. In juli 1971 staan de rijtuigen B 5706 en B 5709 opgesteld in Haarlem in afwachting van onttakeling. Op 22 juli 1971 wordt de B 5355 terzijde gesteld en voegt zich bij de rijtuigen B 5706 en B 5709 in Haarlem in afwachting van hun toekomst. Op 28 september 1971 komt de beschadigde B 5711 aan in Haarlem. De B 5706 wordt op 30 september 1971 van Haarlem naar de Zaanstraat overgebracht. In oktober 1971 arriveren de rijtuigen B 5214, B 5266 en B 5705 op de Watergraafsmeer. In december 1971 wordt het rijtuig B 5227 afgevoerd. In maart 1972 wordt rijtuig naar de Rietlanden overgebracht. Op 10 mei 1972 komt rijtuig B 5708 aan in de Haarlemse werkplaats.

Medio mei 1972 komt rijtuig B 5235 aan op de Watergraafsmeer om onttakeld te worden.




In januari 1998 wordt het rijtuig echter afgevoerd voor sloop, nadat het rijtuig geheel geplukt was.


Sloop

Als eerste rijtuigen zijn de door brand verwoestte rijtuigen Bec 8524 en Bec 8525 gesloopt in 1926.



Rond 23 september 1969 is de B 5238 van de Watergraafsmeer naar Uithoorn overgebracht. Op 24 september 1969 zijn de afgevoerde rijtuigen A 5501, A 5508 en A 5510 van de wagenwerkplaats in Blerick naar de Watergraafsmeer overgebracht. Op 3 oktober 1969 is de A 5508 van de Watergraafsmeer naar Uithoorn overgebracht. Op 24 oktober 1969 zijn de rijtuigen A 5501 en A 5510 van de Watergraafsmeer naar overgebracht.

Medio juli 1971 is het rijtuig B 5102 gesloopt bij sloper Koek in Mijdrecht.

Op 23 augustus 1971 verlaat de B 5709 de Haarlemse werkplaats en wordt naar de sloper overgebracht. Op 21 december 1971 worden de rijtuigen B 5355 en B 5711 naar de sloper overgebracht. In mei 1972 worden de rijtuigen B 5221 en B 5227 vanaf de Rietlanden naar Mijdrecht overgebracht voor sloop. Op 11 mei 1972 is rijtuig B 5221 in de brand gestoken. Eind mei 1972 wordt het rijtuig B 5235 gesloopt bij sloper Koek. Op 6 juli 1972 wordt het uit Haarlem afkomstige rijtuig B 5708 in Uithoorn gezien. Op 7 juli 1972 komen de rijtuigen B 5216, B 5233 en B 5843 naar Uithoorn. Medio juli 1972 worde de drie rijtuigen gesloopt. Op 9 augustus 1972 wordt het rijtuig B 5708 naar Mijdrecht gesleept. In november 1972 wordt het rijtuig B 5707 naar Mijdrecht overgebracht voor sloop.



Op 22 januari 1998 wordt het rijtuig 984 0 811 van Leidschendam via het Spoorwegmuseum afgevoerd naar de Watergraafsmeer. Op 29 april 1998 gaat het rijtuig door naar sloper HKS in de Westhaven.


Afvoer en sloop dienstmaterieel

Motorpostrijtuigen en motordienstwagens

Als eerste werd de mP 9224 afgevoerd na een botsing te Rotterdam Feijenoord. Als tweede volgde de mP 9227, nadat het op 10 mei 1966 botste met een stootjuk te Sittard. De eerste afvoergolf kwam in november 1966, toen er 14 motorposten (mP 9201, mP 9202, mP 9203, mP 9204, mP 9205, mP 9209, mP 9210, mP 9212, mP 9213, mP 9223, mP 9225, mP 9226, mP 9231 en mP 9232) terzijde werden gesteld. Op dat moment waren er voldoende nieuwe mP serie 3000 in dienst. De rijtuigen mP 9201, mP 9204, mP 9225 en mP 9225 verlengen hun werkzame leven nog een aantal jaren doordat zij gebruikt als dienstmaterieel. Op zijn de rijtuigen mP 9209, mP 9212, mP 9213 en mP 9231 naar Berkel en Rodenrijs overgebracht in afwachting van verdere ontwikkelingen. In november 1968 zijn de rijtuigen mP 9207 en mP 9231 gesloopt bij Koek in Mijdrecht. In januari 1969 zijn de rijtuigen mP 9205, mP 9208, mP 9210 en mP 9211 van Amersfoort naar de Watergraafsmeer overgebracht. De mP 9206 wordt toegewezen aan de ongevallenkraan van Utrecht. Begin maart 1971 is de mDW 169 307 gesloopt bij Koek in Mijdrecht.


Bovenleidingmontagewagens

In 198 wordt de 80 84 979 1 505-4 afgevoerd. Na zijn afvoer wordt het rijtuig naar Utrecht overgebracht, waar het als onderkomen zal dienen voor NS Watersportvereniging. Het rijtuig wordt hierbij in 1990 vernummerd naar 80 84 987 1 970-3.

Op 14 mei 1980 werd rijtuig 30 84 974 1 028-9, ex-mCv 9405, verkocht aan sloperij Koek. Op 4 december 1980 werd de 30 84 978 1 803-6 'Cathérine' van Utrecht HTMU, waar het zeer lang stond, naar Nieuwersluis gesleept. Nog dezelfde maand werd het rijtuig naar Hollandia in Mijdrecht gebracht voor sloop. Op 12 november 1984 werd de 971 1 618 verkocht aan de sloper. In november 1984 werd de 30 84 984 0 807-6, ex-Ces 8546, van Amsterdam Zaanstraat naar Amersfoort gebracht. Op 6 december 1984 kwam de 30 84 971 1 618-3 aan in Mijdrecht voor sloop. Op 19 december 1984 werden de 80 84 971 1 628-1, ex-mC 9016, 30 84 984 0 805-0, ex-mABD 9002, en 80 84 984 1 934-6, ex-mBD 9010, verkocht aan de sloper. De 971 1 628 en 984 0 805 werden op 23 januari 1985 naar Mijdrecht gebracht en de 984 1 934 volgde op 15 maart 1985. Een maand later, op 15 april 1985, werd rijtuig 984 1 932, ex-mCd 9417, verkocht aan sloperij Koek en in Amersfoort gesloopt. Het rijtuig had bots- en brandschade opgelopen. De 981 1 931 en 981 1 934 werden in Mijdrecht gesloopt. Op 11 juni 1985 werd de 979 1 506 (mC 9001) verkocht aan de sloperij Koek, daarna slijprijtuig 974 1 020, sproeirijtuig 974 1 023 en de 978 1 813 op 24 juni 1985, gevolgd door de 971 1 631 (mC 9020) en 971 1 632 (mCd 9421) op 8 juli 1985 en de 970 1 001 (mC 9021) op 11 juli 1985. Deze zeven rijtuigen werden ook in 1985 buiten dienst gesteld. Rond juli/augustus 1985 kwam het meetrijtuig 30 84 978 1 804-4, ex-Aec 8519, aan in Roosendaal. Op 5 september 1985 komen de 970 1 001, 971 1 631, 971 1 632 en 979 1 506 aan bij Koek in Mijdrecht. Op 3 oktober 1985 werd de 984 0 807 verkocht aan de sloperij. Eén dag later, op 4 oktober 1985, werd het rijtuig vervolgens van Amersfoort naar Mijdrecht gesleept voor sloop. Op 14 april 1986 werd terreinwagen 30 84 984 0 700-3 (ex-mCd 9430) gekocht door Koek. Het stond sinds 1975 bij zanderij Maarn en is ter plekke gesloopt met het afgesloten stuk rails erbij. Op 15 mei 1986 werden het meetrijtuig 30 84 978 1 804-4 en montagewagen 979 1 514, ex-mCv 9429, verkocht aan sloperij Koek. Op 26 mei 1986 werden ze als laatste rijtuig Mat'24 naar Mijdrecht gebracht voor sloop. In augustus 1986 werd montagewagen 30 84 974 1 611-2 (Bec 8522) naar Koek in de Amsterdam Westhaven gebracht. In mei 1987 was montagewagen 974 1 610 (Bec 8530) bij Koek aanwezig, net als de Electrorail-verblijfswagens 979 1 511 (mCd 9441).

Op 27 februari 1992 werden alle rijtuigen die in de Coenhaven stonden verkocht aan sloperij Hollandia. Het betreft de elf rijtuigen 970 1 885 (mCd 9436), 971 1 615 (mBD 9005), 971 1 617 (mBD 9017), 974 1 608 (Bec 8523), 974 1 620 (mCd 9407), 974 1 934 (Bec 8532), 979 1 502 (mC 9032), 979 1 503 (mCd 9403), 979 1 508 (mC 9010), 979 1 512 (mCd 9427) en 979 1 513 (mCd 9428). Verder werd rijtuig 979 1 501 (mC 9033) verkocht. Dit rijtuig stond in Deventer en kwam op 30 juni 1992 naar de Watergraafsmeer voor onttakeling om op 13 juli 1992 naar de andere rijtuigen te gaan. Op 15 april 1992 kwamen de 974 1 934 en 979 1 513 bij de sloperij aan. In augustus 1992 werd begonnen aan de sloop van de overige tien rijtuigen.


Hulpwagen ongevallenkraan

In 1979 wordt de Zwolse ongevallenkraan buiten dienst gesteld. Pas in 1999 worden de twee laatste rijtuigen afgevoerd, als de ongevallenkranen van Utrecht en Eindhoven buiten dienst worden gesteld in januari 1999.


Werkwagens

Begin november 1971 wordt rijtuig 177 174 naar Uithoorn overgebracht, in afwachting van sloop in Mijdrecht. Nog dezelfde maand wordt het rijtuig bij Koek gesloopt.


Gevolgen van de Tweede Wereldoorlog

Bombardementen


Afvoer naar het oosten

In de Tweede Wereldoorlog zijn vele rijtuigen afgevoerd naar het Oostblok. Het overgrote deel hiervan keerde terug naar Nederland, zij het in deplorabele toestand. Begin 1948 kwamen de mC 9011, mC 9014, mC 9032, mBD 9120, mBD 9124, mBD 9125, mBD 9155, mCv 9412, mCv 9419, mCv 9420, mCv 9430, mCv 9433, mCv 9445, B 8503, C 8520 en C 8541 terug in Nederland. De B 8503 was in zeer slechte toestand, terwijl de andere nog relatief goed waren.


  • Het rijtuig Bec 8517 doet na de oorlog dienst in Oost-Duitsland met het nummer DR 60 50 99-28 702-7. Na zijn loopbaan heeft het rijtuig lange tijd in Halberstadt gestaan. In november 1988 werd het rijtuig gesloopt.


Museummaterieel

In het voorjaar van 1972 wordt rijtuig B 5212 in de Roosendaalse loods opgeborgen. Het rijtuig wordt hier neergezet in afwachting van restauratie als onderdeel van een stam van twee rijtuigen.


De nummering van de bewaarde rijtuigen is gebaseerd op de oorspronkelijke nummering zoals de rijtuigen destijds in dienst zijn gekomen. Door de vele vernummeringen van de rijtuigen blijft het duidelijk waar een rijtuig is gebleven als het naar een andere organisatie is overgegaan.


  • De Rijtuigenloods


mBD 9006

In 2012 wordt het rijtuig overgedragen aan de nieuwe exploitant van de loodsen in Amersfoort, de Rijtuigenloods. Het rijtuig wordt in april 2014 op een spoorsectie geplaatst bij het voormalige Centraal Ketelhuis.

mBD 9021

In 2012 wordt het rijtuig overgedragen aan de nieuwe exploitant van de loodsen in Amersfoort, de Rijtuigenloods.


  • Herik Rail


mBD 9006

In 2009 komt het rijtuig in het bezit van Herik Rail. Het rijtuig is afkomstig van de STIBANS, dat zich zelf opheft. Het rijtuig wordt op 15 januari 2010 van Blerick naar Amersfoort overgebracht, samen met het voormalige ongevallenrijtuig 975 1 512. In 2012 wordt het rijtuig overgedragen aan de nieuwe exploitant van de loodsen in Amersfoort, de Rijtuigenloods


mBD 9021

In 2009 komt het rijtuig in het bezit van Herik Rail. Het rijtuig is afkomstig van de STIBANS, dat zich zelf opheft. Het rijtuig wordt op 15 januari 2010 van Blerick naar Amersfoort overgebracht, samen met de voormalige mP 9204. In 2012 wordt het rijtuig overgedragen aan de nieuwe exploitant van de loodsen in Amersfoort, de Rijtuigenloods


  • Hoogovens Excursie trein

Voor ritten met publiek over het eigen terrein, namen de Hoogovens in totaal zeven rijtuigen over van de NS. De rijtuigen werden genummerd in de serie 76100 - 76105, 76111. De rijtuigen zijn aan de onderzijde groen geschilder en rondom de ramen zijn de rijtuigen crème geschilderd. In 1987 zijn de rijtuigen vervangen door Umbau rijtuigen van de Deutsche Bahn. Van de zeven rijtuigen werden er 3 gesloopt en gingen er 4 naar andere museumbedrijven. Van deze vier werd er uiteindelijk nog een rijtuig gesloopt.

mCd 9409

Bij de Hoogovens voorzien van het nummer 76103. In 19 is het rijtuig gesloopt, nadat het rijtuig de vouwbalgkop, deuren en delen van het interieur heeft afgestaan voor de mC 9002.

mCd 9410

Eind 1974 werd terreinwagen 984 0 501 verkocht. Bij de Hoogovens voorzien van het nummer 76105. Het rijtuig is aangepast tot barrijtuig. De deuren zijn vervangen door hekjes. Op het dak is de dakkoepel behouden gebleven. Deze heeft het rijtuig overgehouden aan zijn tijd als bovenleidingsmontagewagen.

Cec 8506

Bij de Hoogovens voorzien van het nummer 76101. Het rijtuig is voorzien van een stuurstand en van een extra toilet. Na de instroom van de DB rijtuigen is het rijtuig overgegaan naar de SGB, waar het in is gesloopt

Cec 8517

Op 9 juni 1971 is het rijtuig B 5225 vanuit Haarlem naar de Hoogovens gebracht. Bij de Hoogovens voorzien van het nummer 76100. Het rijtuig is geel geschilderd. Na een brand is het rijtuig op 28 december 1987 naar de sloper gebracht.

Cec 8518

Bij de Hoogovens voorzien van het nummer 76111. In 19 is het rijtuig gesloopt.

Cec 8543

Bij de Hoogovens voorzien van het nummer 76102. Na de instroom van de DB rijtuigen is het rijtuig overgegaan naar de SGB, waar het dienst doet als Cec 8543.

Cec 8553

Bij de Hoogovens voorzien van het nummer 76104. Na de instroom van de DB rijtuigen is het rijtuig overgegaan naar het Spoorwegmuseum, waar het dienst doet als Cecr 8553.


  • Marrumer IJzeren Spoorweg Maatschappij

Nabij het voormalige station van Marrum-Westernijkerk

mC 9014

In mei 2017 wordt het rijtuig C147 van de STAR overgenomen. Het is de voormalige mC 9014.


  • Medewerkers Onderhoudsbedrijf Haarlem

Na de afvoer van het rijtuig 30 84 978 2 500-7 in 1981 ontfermen leden van de Stibans en liefhebbers van het rijtuig zich in Eindhoven over deze motordienstwagen. Op 2 november 1990 kwam het rijtuig aan in de Hoofdwerkplaats Haarlem, alwaar zich de hobbyclub van de werkplaats het rijtuig in oude staat zal terugbrengen. In 1997 wordt het rijtuig afgeleverd.

mC 9002

Na de afvoer van het rijtuig als instructie rijtuig voor machinisten in de omgeving van Eindhoven bleef het rijtuig behouden door inspanning van enkele liefhebbers. Op 2 november 1990 werd het rijtuig naar Haarlem overgebracht om weer in oude staat terug gebracht te worden. Het verwijderde interieur en de dichtgemaakte kopwand ten tijde van de verbouwing tot Motorkonvooiwagen werden vervangen. Als donor rijtuig wordt hiervoor de C 9409 aangewezen door het Spoorwegmuseum. Dit rijtuig deed tot dan toe dienst bij de Hoogovens onder het nummer 76103. Van dit rijtuig werd het interieur gebruikt, evenals de vouwbalgkopwand en enkele zijwanddelen. De oorspronkelijke zijwanddelen waar door corrosie zwaar aangetast. Op 1997 vindt de aflevering van de motorwagen plaats. Op 7 mei 1998 vinden er profielmetingen plaats te Maarin Goederen voor de officiële toelating.


In 2009 wordt het rijtuig voorzien van ATB-E, maar pas op 19 september 2012 volgt de goedkeuring door de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Vanaf dat moment is de motorwagen weer toegelaten op het Nederlandse spoorwegnet.


Inzet

Op 26 februari 1998 wordt het rijtuig voor het eerst ingezet als het gebruikt wordt om een delegatie van de Deutsche Bahn van het Haarlemse station naar de werkplaats te brengen. Deze delegatie bezoekt de presentatie van de gereviseerde ligrijtuigen van DB Autozug. Op 27 juli 1998 rijdt het motorrijtuig proefritten met de rijtuigen van het Spoorwegmuseum. Hierbij rijden de mC 9002 en mBD 9107 in treinschakeling. Op 4 september 1998 rijdt het rijtuig een rit naar Enkhuizen. Op 3 oktober 1998 rijdt de combinatie naar Hoorn en wordt achter stoomtram 5 van de SHM naar Medemblik overgebracht.


  • Spoorwegmuseum

Het spoorwegmuseum heeft een driedelige stam rijtuigen in bezit. De stam bestaat uit de mBD 9107 + Cec 8553 + Ces 8104. De eerste plannen voor een rijvaardige stam dateren voor het 150 jarig jubileum van de spoorwegen in 1989. Hiertoe werd een tweedelige stam op de baan gebracht, bestaande uit de mBD 9107 + Ces 8104. Rijtuig Cec 8553 is later toegevoegd.

Op 5 december 2012 is de treinstam weer op de baan verschenen. De rijtuigen hebben anderhalf jaar stilgestaan in verband met een draaistelrevisie. Deze werd uitgevoerd door de firma Reuschling in Hattingen en NedTrain in Haarlem. De rit van 5 december ging van Haarlem naar Leidschendam. Hier werd onderhoud aan de stam uitgevoerd. Op 8 december 2012 zal de stam te zien zijn bij de opening van de Hanzelijn. Vanwege de sneeuw gaan deze ritten niet door. Op 20 december 2012 werd de stam door de SMMR 2225 van Leidschendam naar Blerick overgebracht ter opberging. Op 30 november 2013 is de stam weer in Leidschendam voor onderhoud. Op 7 december 2013 worden de ritten op de Hanzelijn alsnog gereden. Na afloop van de ritten is de stam weer naar Blerick gegaan om daar gestald te worden. Op 12 april 2014 is de stam weer naar Utrecht gesleept door de 1202. Op 6 september 2014 rijdt de stam een rondrit vanuit Utrecht via Rotterdam naar Tilburg, Arnhem en Zwolle in het kader van een besloten rit. Via Lelystad en Hilversum werd Utrecht weer bereikt. De stam wordt op oktober 2014 overgebracht naar Amersfoort in het kader van de Spoorparade voor 175 jaar spoor. Deze werd gehouden van 16 tot en met 21 oktober 2014. Vanwege ruimtegebrek in de grote loods wordt het rijtuig Cec 8553 uitgerangeerd en buiten neergezet. De twee andere rijtuigen staan in de hal. Op 26 oktober 2014 keerde de complete stam weer terug naar het Spoorwegmuseum, nadat de stam door diesellocomotief 2205 van de Stichting Historisch Dieselmaterieel weer onder de draad was gebracht. Op 15 november 2014 rijdt het stel een rondrit vanuit het museum via Amersfoort naar Zwolle. Via de Hanzelijn en Hilversum keert de stam weer terug naar het museum. Op 17 oktober 2015 wordt de stam overgebracht van het museum naar Blerick. Op 21 april 2016 keert de stam weer terug naar het museum, getrokken door de DB Cargo 6417. De stam is in het gezelschap van locomotief 1201 en rijtuig ABv 26-37 618 (DDM-1). Op 1 mei 2016 wordt de stam getrokken door locomotief SMMR 2225 van Utrecht naar Goes, waar het te zien zal zijn tijdens Sporen naar het Verleden. Pas op 12 augustus 2016 wordt de stam opgehaald. Door locomotief 1741 wordt de stam opgehaald in Goes en naar Leidschendam gebracht. Hier krijgt de stam onderhoud en gaat op 15 augustus 2016 naar Utrecht achter de 1741. Op 22 mei 2017 worden de rijtuigen Ces 8104 en Cecr 8553 van Utrecht naar Goes overgebracht door de mP 3031. De rijtuigen worden gebruikt voor het evenement Sporen naar het Verleden bij de SGB. Op mei 2017 keren de rijtuigen weer terug naar Utrecht. Op 24 januari 2018 wordt de mBD 9107 ontdaan van zijn draaistellen. De draaistellen krijgen een onderhoudsbeurt bij Reuschling in Duitsland. Het motorrijtuig is in afwachting daarvan tijdelijk op nooddraaistellen geplaatst. Op 27 november 2018 wordt het motorrijtuig weer op zijn eigen geplaatst.

mBD 9006

In 1998 wordt het voormalige meetrijtuig overgedragen aan de Stibans.

mBD 9007

De mBD 9007 is gerestaureerd uit het instructierijtuig 80 84 974 1 937-0 tot mBD 9107. Een van de koppen is afkomstig van Jim, de voormalige mP 9201, mBD 9016.


Ces 8104

De Ces 8104 is ontstaan uit de oorspronkelijk mC 9411. Na de ombouw tot getrokken rijtuig in de jaren '50 is het na de afvoer terechtgekomen in de tentoontstellingstrein van het Spoorwegmuseum. Na het beëindigen van de tentoontstellingstrein is het rijtuig verbouwd tot stuurstandrijtuig.


Cec 8553

De Cec 8553 is ontstaan uit de Op 22 september 1994 is het rijtuig toegevoegd aan de rijdende collectie en vormt vanaf dat moment een driewagenstel met de twee rijtuigen uit 1989. Op 3 september 2015 rijdt locomotief 1312 samen met de rijtuigen Plan D AB 7709 + Materieel'24 Cec 8553 + Plan E C 6703 + Plan W B 4118 van Utrecht naar Apeldoorn. Door de VSM 2299 wordt de locomotief en de rijtuigen naar Loenen gesleept. De rijtuigen worden gebruikt tijdens Terug naar Toen 2015. Op 7 september 2015 keert locomotief 1312 met de rijtuigen terug naar Utrecht. Op 17 oktober 2015 rijdt locomotief 1312 met de rijtuigen van Plan D + Plan E + Plan W een rit voor de vrijwilligers van het Spoorwegmuseum van Utrecht naar Sittard. Van Sittard werd naar Blerick gereden. Met deze ritten ging ook de stam Blokkendozen en locomotief 1202 mee. Vanuit Blerick werd weer naar Utrecht gereden.

mCd 9410

Naast deze stam rijtuigen heeft het Spoorwegmuseum ook rijtuig mC 9410 in bezit. Na afvoer bij de NS kwam het rijtuig bij de Hoogovens terecht, die het in hun excursietrein liet rijden. Na opheffen van deze trein kwam het rijtuig terecht bij het Rotterdamse station Blaak. Hier werd het ingericht als restaurant. In 1998 kwam het rijtuig in Valkenburg (Zuid Holland) terecht. Het staat hier bij het Nationaal Smalspoor museum. Het rijtuig is een crème wijnrode kleurstelling uitgevoerd.

mC 9014

In 2005 overgedaan aan de STAR.

mCd 9414

In juni 2011 neemt het Spoorwegmuseum het voormalig mCd rijtuig 9414 over van de Stichting 162. Vanwege verbouwingen aan het onderkomen in Blerick, wordt het rijtuig buiten gestald. De conserverende werkzaamheden van de STIBANS ten spijt, raakt het rijtuig steeds verder in verval. Zo vormt zich in het dak een gat, waardoor regen en wind vrij spel krijgen in het rijtuig. Het Spoorwegmuseum heeft verder geen plannen met het rijtuig. Vanwege de slechte staat van het rijtuig, wordt besloten om het rijtuig te slopen. Op 16 februari 2013 wordt het rijtuig in Blerick gesloopt.

Aec 8508

In 1991 verwerft het Spoorwegmuseum de voormalige bovenleidingmontagewagen 30 84 9741 618-7. Het rijtuig blijft tot 1995 in de voormalige wagenwerkplaats van Blerick staat. In 1995 wordt het rijtuig overgedaan aan de SGB in Goes.


  • STIBANS

mBD 9006

Op 9 mei 1998 wordt de mP Jules overgedragen aan de STIBANS. Het rijtuig is als laatste gebruikt als meetrijtuig voor het testen van de ATB en Telerail. Op 22 januari 1998 wordt het rijtuig samen met de 30 84 984 0 811 (ex mCd 9404) van Leidschendam via het Spoorwegmuseum naar de Watergraafsmeer gesleept. De rijtuigen werden getrokken door de locomotieven 1117 en 2207. Als remrijtuig fungeerde Plan W 21-37 513. Door de STIBANS zal het rijtuig gaan gebruiken als opslag- en verblijfsruimte. Het rijtuig is in het voorjaar van 1998 geschilderd in de bruine kleur van het dienstmaterieel.

mBD 9021

In januari 1999 wordt de houtwagen van de Utrechtse ongevallenkraan afgevoerd. Het rijtuig wordt opgenomen in de collectie van de STIBANS. Op 14 april 1999 wordt het rijtuig overgebracht naar de Watergraafsmeer door de mP 3031, samen met de D 60. Op de Watergraafsmeer zal het rijtuig gebruikt gaan worden als werkruimte voor de Werkgroep 162.

mCd 9414

Op 28 mei 2004 wordt de voormalige montagewagen voor de bovenleiding, de 80 84 979 1 505-4 van ElectroRail, door de 2215 van het Spoorwegmuseum en de 1747 van NS Reizigers opgehaald van Utrecht Goederen en naar de Watergraafsmeer gebracht. Het rijtuig staat op het zogenoemde 'bootjesspoor' naast de Kruisvaart aan de Da Costakade. Het rijtuig is daar in 198 neer gezet, nadat het rijtuig buitendienst is gesteld door ElectroRail. Het rijtuig diende als onderkomen voor NS Watersportvereniging. Dit rijtuig was in de vergetelheid geraakt. De STIBANS ontfermd zich over dit rijtuig. De STIBANS wil het rijtuig bewaren in het uiterlijk als montagerijtuig. Uiterlijk verkeerd het rijtuig nagenoeg in originele staat, maar dient wel opgeknapt te worden. Op 29 augustus 2004 wordt het rijtuig naar Blerick overgebracht. Hier wordt het gestald in de voormalige wagenwerkplaats. In het voorjaar van 2005 worden conserverende werkzaamheden aan het rijtuig uitgevoerd. Eind 2009 wordt het rijtuig overgedragen aan de Stichting 162, nadat de STIBANS besluit zich op te heffen.


  • Stichting 162

Na het opheffen van de STIBANS in 2009, kreeg de Stichting 162 de beschikking over het voormalige ElectroRail rijtuig 80 84 979 1 505-4.

mCd 9414

Het rijtuig diende voornamelijk voor opslag van materialen voor het opknappen van locomotief 162. Aan het rijtuig werden zelf nauwelijks werkzaamheden uitgevoerd. Het rijtuig blijft in Blerick staan. In juni 2011 werd het rijtuig overgedragen aan het Spoorwegmuseum.


  • Stichting Stadskanaal Rail (STAR)

In 2005 neemt de STAR het voormalige rijtuig mC 9014 over van het Spoorwegmuseum.

mC 9014

In september 2005 wordt het rijtuig per dieplader van Utrecht naar Veendam overgebracht. In Veendam wordt het rijtuig opgeborgen in de Jonkerloods. Hier wordt het rijtuig opgeknapt en krijgt het rijtuig het nummer C147. Het rijtuig doet sinds 2006 dienst als souvenirrijtuig. In 2008 wordt het rijtuig overbodig, nadat de nieuwe rijtuigloods van de STAR is opgeleverd. In 2011 en 2012 wordt het rijtuig weer gebruikt om souvenirs te verkopen. Het rijtuig wordt in februari 2017 te koop aangeboden, omdat het rijtuig overcompleet is. Na enkele maanden wordt bekend dat het rijtuig is verkocht aan de Marrumer IJzeren Spoorweg Maatschappij


  • Stichting Stoomtrein Tilburg-Turnhout (S.S.T.T.)

De S.S.T.T. huurt tussen 1974 en 1983 in totaal rijtuigen van de NS. Hiermee rijdt zij ritten tussen Tilburg en Turnhout met stoomlocomotief 3737.

Bec 8501

Dit rijtuig wordt gehuurd van 1974 tot 1983. Het rijtuig is genummerd als 5351. In 1984 wordt dit rijtuig verkocht aan de VSM.

Cec 8503

Dit rijtuig wordt gehuurd van 1974 tot 1975. Het rijtuig is genummerd als 5215. In 1976 wordt dit rijtuig verkocht aan de VSM.

Cec 8505

Dit rijtuig wordt gehuurd van 1974 tot 1975. Het rijtuig is genummerd als 5217. In 1976 wordt dit rijtuig verkocht aan de VSM.


  • Stoom Stichting Nederland

mC 9018

Op 14 oktober 1985 wordt dit rijtuig overgenomen door de SSN van NS. Het rijtuig deed als laatst dienst als werkwagen seinwezen met het nummer 971 1 630. Op 1985 is het rijtuig overgebracht naar Rotterdam Spaanse Polder.

In 1997 gaat het rijtuig over naar de VSM.


  • Stoomtram Hoorn - Medemblik (SHM)

De SHM in Hoorn had de beschikking over 2 rijtuigen, welke kortstondig zijn gehuurd. In 1974 zijn beide rijtuigen verkocht aan de VSM.

Cec 8535

De SHM huurt dit rijtuig van de NS van juli tot november 1974. In november 1974 wordt het rijtuig verkocht aan de VSM.

Cec 8536

De SHM huurt dit rijtuig van de NS van juli tot november 1974. In november 1974 wordt het rijtuig verkocht aan de VSM.


  • Stoomtrein Goes - Borssele (SGB)

De Stoomtrein Goes - Borssele in Goes heeft de beschikking over 8 rijtuigen. Hiervan zijn er 5 inzetbaar, waaronder een rijtuig uit de oorspronkelijke serie van 10 stuks uit 1923. De SGB wil graag een stam elektrische Blokkendozen laten rijden over de hoofdlijn. In het najaar van 2014 wordt dit plan opgegeven en worden diverse rijtuigen van de hand gedaan.

Aec 8508

In 1995 verwerft de SGB van het Spoorwegmuseum het voormalige montagerijtuig 3084 9741 618-7, welke in 1991 is afgevoerd bij de NS. Het rijtuig wordt in de collectie opgenomen als A 121. Het werkbordes wordt van het dak gehaald en het rijtuig wordt groen geschilderd. In wordt het rijtuig naar A 8508 vernummerd. In januari 2015 wordt het rijtuig overgedragen aan de VSM. Op 12 januari 2015 gaat het rijtuig op een dieplader naar Beekbergen.

Bd 7507

In 1974 koopt de SGB het rijtuig B 5358. Door de SGB wordt het 20 jaar ingezet als B132. In 1995 wordt begonnen met de restauratie van het rijtuig. Hierbij wordt het rijtuig zoveel mogelijk teruggebracht naar de staat van 1923. Hiertoe wordt het rijtuig geheel uit elkaar gehaald, geconserveerd en weer in elkaar gezet. Het rijtuig is hierbij ontdaan van de later aangebracht elektrische verwarming, dakontluchters en de bekleding van kunstleer op de banken. Het rijtuig is weer voorzien van stoomverwarming, stalen kopdeuren, bekleding van trijp op de banken en nummerplaatjes boven de zitplaatsen. In de zomer van 1998 is het werk aan de bak, het onderstel en draaistellen gereed. In 1999 is het rijtuig officieel in gebruik genomen.

Cec 8506

Het rijtuig is overgenomen van de Hoogovens Excursie trein. Het rijtuig was bij de overname al leeg gehaald. De draaistellen zijn onder de Aec 8508 geplaatst. Voor de rijtuigen van het Spoorwegmuseum heeft het rijtuig nog onderdelen van het interieur, deuren en ramen afgestaan. In 19 is het rijtuig gesloopt.

Cec 8524


Cec 8533


Cec 8543

Op 27 januari 1995 werd het materieelpark van de SGB uitgebreid met 2 rijtuigen. Het eerste rijtuig is de ex Cec 8543 (later B 5704), welke van de Hoogovens werd overgenomen. Het rijtuig was op het moment van overdracht voorzien van interieur en werd in het zelfde jaar al ingezet.

mC 9015


Op 3 december 2015 wordt het rijtuig naar Shunter in de Waalhaven overgebracht voor het afdraaien van de wielbanden.

mCd 9415

Het tweede rijtuig dat op 27 januari 1995 werd overgenomen, is de ex mCd 9415. Het rijtuig werd als laatste gebruikt door Trailstar, een containeroverslag bedrijf in Rotterdam. Het heeft daar in de Spaanse Polder gestaan. Het rijtuig is in Rotterdam Noord voorzien van draaistellen. Een interieur was niet aanwezig. Het rijtuig doet dienst als opslagruimte en krijgt het nummer C139. In april 2016 is het rijtuig verkocht aan een bedrijf in Tilburg. Het rijtuig is op 11 april 2016 naar Tilburg gebracht en naast de Houtloods geplaatst, samen met rijtuig K1 20087 van de Belgische spoorwegen.

mCd 9443

Het rijtuig komt in 19 bij de SGB. Het rijtuig wordt ingericht als restauratierijtuig en krijgt het nummer 136. Het rijtuig rijdt tot ongeveer 2005 mee in de treinen en wordt daarna aan de kant gezet. Dit wordt mede veroorzaakt door dat de horecavoorziening De Goederenloods op het emplacement van Goes wordt geopend. Het rijtuig is aan de zijde van stuurstand voorzien van een grote bar. Deze loopt door tot voorbij het voormalige balkon. In het middendeel is een zitgedeelte gemaakt met banken, afkomstig uit NMBS rijtuigen type CGI. Tussen de banken zijn tafels geplaatst. Aan het andere einde is een kleine bar gemaakt. Boven deze bar hangt een spiegel ter herinnering aan de Dow Stoomexpress. Dit waren ritten die op 30 april en 1 mei 1983 zijn gereden voor de personeelsvereniging van Dow Terneuzen. Deze ritten reden tussen Terneuzen en Sas van Gent. Op 5 september 2014 is het rijtuig overgebracht naar de voormalige hoofdwerkplaats Tilburg, waar het naast de polygonale loods is geplaatst als monument.


  • Veluwsche Stoomtrein Maatschappij (VSM)

De Veluwsche Stoomtrein Maatschappij in Beekbergen heeft de beschikking over 8 rijtuigen. Hiervan zijn er 6 inzetbaar, waaronder een rijtuig dat verbouwd is tot restauratierijtuig.

Aec 8508

Op 12 januari 2015 arriveert het rijtuig bij de VSM, nadat het is overgenomen van de SGB. De VSM wil het rijtuig weer terug gaan brengen naar de oorspronkelijke staat van eerste klas rijtuig. Van diverse collega musea zijn er bruikbare onderdelen gekregen en ook de eigen voorraad is nagelopen op bruikbare onderdelen. De restauratie van dit rijtuig zal enkele jaren duren. Het interieur zal volledig opnieuw moeten worden gemaakt. Hiervoor zijn de originele tekeningen beschikbaar.

Bec 8501

In 1984 neemt de VSM het rijtuig over van de S.S.T.T. Hierbij wordt het rijtuig genummerd naar 5351. In 19 is het rijtuig terug genummerd naar zijn oorspronkelijke nummer, Bec 8501.

Bec 8527

In 1979 neemt de VSM het rijtuig over van de NS. Hierbij wordt het rijtuig genummerd naar B 5110. In 1992 is het rijtuig verbouwd tot restauratie rijtuig en daarbij is het vernummerd naar WR 8527.

Cec 8503

In 1976 neemt de VSM het rijtuig over van de S.S.T.T. Hierbij wordt het rijtuig genummerd naar 491. In 19 is het rijtuig terug genummerd naar zijn oorspronkelijke nummer, Cec 8503.

Cec 8505

In 1976 neemt de VSM het rijtuig over van de S.S.T.T. Hierbij wordt het rijtuig genummerd naar 492. In 1986 is het rijtuig terug genummerd naar zijn oorspronkelijke nummer, Cec 8505.

Cec 8535

In 1974 neemt de VSM het rijtuig over van de SHM. Hierbij wordt het rijtuig genummerd naar 493. In 1985 is het rijtuig terug genummerd naar zijn oorspronkelijke nummer, Cec 8535.

Cec 8536

In 1974 neemt de VSM het rijtuig over van de SHM. Hierbij wordt het rijtuig genummerd naar 494. In 1986 is het rijtuig terug genummerd naar zijn oorspronkelijke nummer, Cec 8536. In 2015 is het rijtuig gereviseerd. Aan de buitenzijde worden slechte stukken vervangen. Onder de ramen en bij de dakrand kwam corrosie voor en is hersteld. Enkele rijen met klinknagels zijn vervangen. Het rijtuig onderging een conserveringsbeurt en de deuren zijn onder handen genomen, waarbij slecht plaatwerk werd vervangen. In het interieur zijn de panelen van de zijwanden onder handen genomen. De banken zijn onder handen genomen. Slecht houtwerk werd vervangen en opnieuw geschilderd of gelakt. De draaistellen zijn gereviseerd, gereinigd en zwart geschilderd. De ramen zijn gangbaar gemaakt en een aantal treeplanken zijn vervangen. Het rijtuig is opnieuw geschilderd. Het rijtuig werd op afgeleverd na de revisie.

mC 9018

In 1997 wordt het rijtuig overgenomen van de SSN.

Op 3 maart 2015 is het rijtuig in Apeldoorn gesloopt. De vrijgekomen onderdelen zullen gebruik gaan worden voor de resterende rijtuigen.


  • Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij (ZLSM)

mC 9029

Het rijtuig komt eind 2005 naar de ZLSM. Het rijtuig is overgenomen van het Spoorwegmuseum. De ZLSM wil graag in de toekomst een modelbaan in het rijtuig bouwen. In 2012 wordt het rijtuig echter het doelwit van vandalisme. Zo zijn de ruiten ingegooid en wordt er diverse malen brand gesticht in het rijtuig. In de zomer van 2013 wordt besloten het rijtuig te slopen. In september 2013 is het rijtuig gesloopt.

Overig

  • Camping de Schaopvolte

Op het voormalige emplacement van het station van Eext worden tussen 1969 en 1972 drie rijtuigen geplaatst bij camping de Schaopvolte. De rijtuigen worden langs de voormalige losplaats neergezet. Deze strook grond wordt van de NS gehuurd door de eigenaar van de camping.

Aec 8514

In 1972 wordt het rijtuig A 5504 naar Eext overgebracht vanuit de werkplaats Leidschendam. Het rijtuig wordt tegenover de mC 9037 geplaatst, waarbij zij samen dienst doen als recreatieruimte. Het rijtuig wordt na aankomst in een bruingele kleur geschilderd. In 20 wordt het rijtuig donkergroen geschilderd met gouden biezen.

Cec 8512

In 1971 wordt het rijtuig B 5222 naar Eext overgebracht vanuit . Samen met rijtuig AB 7544 doet het dienst als bar/kantine “De Halte” op de camping.

mC 9037

Na zijn afvoer in 1967 wordt de voormalige mDW 169309 in 1969 overgebracht naar Eext. Het rijtuig wordt op camping de Schaopvolte neergezet. Het rijtuig wordt na aankomst in een bruingele kleur geschilderd. Het rijtuig doet dienst als kantoor en kampwinkel. Vanaf 1972 doet het rijtuig dienst als recreatieruimte samen met het rijtuig A 5504. In 20 wordt het rijtuig donkergroen geschilderd met gouden biezen.


  • Spoorzone Tilburg

Om de herinneringen aan het de voormalige hoofdwerkplaats Tilburg levend te houden, zijn er twee rijtuigen geplaatst op het voormalige terrein. Deze rijtuigen zijn afkomstig van de SGB in Goes.

mCd 9415

Op 11 april 2016 verhuist het rijtuig mCd 9415 van Goes naar Tilburg. Het rijtuig zal samen met de K1 20087, welke ook van de SGB komt, worden opgesteld bij restaurant de Houtloods.

mCd 9443

Op 5 september 2014 is het rijtuig overgebracht van Goes naar de voormalige hoofdwerkplaats Tilburg, waar het naast de polygonale loods is geplaatst als monument. In 2016 wordt het rijtuig verplaatst naar een ander spoor op het voormalige werkplaatsterrein.


Afleverdata

De afleverdata van de Bec 8524 en Bec 8525 zijn van de nieuw gebouwde rijtuigen, ter vervanging van de door brand verwoestte rijtuigen met de zelfde nummers.

Rijtuigen mABD 9001 tot en met mABD 9003

Nummer Aflevering In dienst In revisie (groot) Uit revisie (groot) Ter zijde Sloop(rit)
mABD 9001 1927
mABD 9002 1927 23 januari 1985
mABD 9003 1927
mABD 9004 1927 november 1966 november 1968


Rijtuigen mBD 9001 tot en met mBD 9030

Nummer Aflevering In dienst In revisie (groot) Uit revisie (groot) Ter zijde Sloop(rit)
mBD 9001 1924 november 1966 augustus 1968
mBD 9002 1924
mBD 9003 1924 1966 november 1968
mBD 9004 1925 november 1966 augustus 1968
mBD 9005 1926 augustus 1992
mBD 9006 28 juli 1926 3 augustus 1926 n.v.t. (De Rijtuigenloods)
mBD 9007 1927 n.v.t. (NSM)
mBD 9008 1927
mBD 9009 1927
mBD 9010 1927 15 maart 1985
mBD 9011 1927
mBD 9012 1927
mBD 9013 1927 november 1966 augustus 1968
mBD 9014 1927
mBD 9015 1927 1987
mBD 9016 1927 1989
mBD 9017 1927 augustus 1992
mBD 9018 1927 Vermist in WO II
mBD 9019 1927
mBD 9020 1927
mBD 9021 1927 n.v.t. (De Rijtuigenloods)
mBD 9022 1927
mBD 9023 1927 Vermist in WO II
mBD 9024 1927
mBD 9025 1927
mBD 9026 1927 1987
mBD 9027 1927 1966 26 december 1968
mBD 9028 1927
mBD 9029 1929
mBD 9030 1929 november 1966 1968


Rijtuigen mB4D 9151 tot en met mB4D 9161

Nummer Aflevering In dienst In revisie (groot) Uit revisie (groot) Ter zijde Sloop(rit)
mB4D 9151 1966 augustus 1968
mB4D 9152 1974 1975
mB4D 9153 1950
mB4D 9154 6 december 1984
mB4D 9155 1966
mB4D 9156 november 1966 augustus 1968
mB4D 9157 1966 augustus 1968
mB4D 9158 december 1980
mB4D 9159 Vermist in WO II
mB4D 9160
mB4D 9161 1961


Rijtuigen mC 9001 tot en met mC 9047

Nummer Aflevering In dienst In revisie (groot) Uit revisie (groot) Ter zijde Sloop(rit)
mC 9001 1924 5 september 1985
mC 9002 2 mei 1924 5 mei 1924 1981 n.v.t. (Medewerkers Onderhoudsbedrijf Haarlem)
mC 9003 maart 1971
mC 9004 1970
mC 9005
mC 9006
mC 9007
mC 9008 mei 1973
mC 9009 Vermist in WO II
mC 9010 augustus 1992
mC 9011
mC 9012 1925
mC 9013
mC 9014 1925 augustus 1973 n.v.t. (STAR)
mC 9015 n.v.t. (SGB)
mC 9016 23 januari 1985
mC 9017 Vermist in WO II
mC 9018 1926 3 maart 2015
mC 9019 Vermist in WO II
mC 9020 5 september 1985
mC 9021 5 september 1985
mC 9022 december 1961
mC 9023
mC 9024 Vermist in WO II
mC 9025 Vermist in WO II
mC 9026
mC 9027
mC 9028
mC 9029 1927 augustus 1973 september 2013
mC 9030
mC 9031 27 januari 1973
mC 9032 augustus 1992
mC 9033 augustus 1992
mC 9034 17 november 1981
mC 9035
mC 9036 4 juli 1985
mC 9037 1967 n.v.t. (De Schaopvolte)
mC 9038 23 september 1988


Rijtuigen mCd 9401 tot en met mCd 9447

Nummer Aflevering In dienst In revisie (groot) Uit revisie (groot) Ter zijde Sloop(rit)
mCd 9401 17 november 1981
mCd 9402
mCd 9403 augustus 1992
mCd 9404 29 april 1998
mCd 9405
mCd 9406
mCd 9407 augustus 1992
mCd 9408
mCd 9409 1928
mCd 9410
mCd 9411 1928 augustus 1973 n.v.t. (NSM)
mCd 9412
mCd 9413 Vermist in WO II
mCd 9414 1928 16 februari 2013
mCd 9415 1928
mCd 9416
mCd 9417 1928 april 1985
mCd 9418
mCd 9419
mCd 9420 januari 1952
mCd 9421 1928 5 september 1985
mCd 9422 7 juli 1972
mCd 9423
mCd 9424 1945
mCd 9425 1991
mCd 9426 Vermist in WO II
mCd 9427 augustus 1992
mCd 9428 15 april 1992
mCd 9429 26 mei 1986
mCd 9430 1986
mCd 9431
mCd 9432 12 mei 1977
mCd 9433
mCd 9434 februari 1973
mCd 9435 Vermist in WO II
mCd 9436 augustus 1992
mCd 9437
mCd 9438
mCd 9439
mCd 9440
mCd 9441 1987
mCd 9442 23 september 1988
mCd 9443 n.v.t. (SGB)
mCd 9444
mCd 9445 23 september 1988
mCd 9446 4 juli 1985
mCd 9447 Vermist in WO II


Rijtuigen Aec 8501 tot en met Aec 8527

Nummer Aflevering In dienst In revisie (groot) Uit revisie (groot) Ter zijde Sloop(rit)
Aec 8501
Aec 8502
Aec 8503
Aec 8504
Aec 8505
Aec 8506
Aec 8507
Aec 8508 1991 n.v.t. (VSM)
Aec 8509
Aec 8510
Aec 8511
Aec 8512
Aec 8513
Aec 8514 n.v.t. (De Schaopvolte)
Aec 8515 Vermist in WO II
Aec 8516 Vermist in WO II
Aec 8517 december 1967
Aec 8518
Aec 8519 26 mei 1986
Aec 8520
Aec 8521
Aec 8522
Aec 8523 1928
Aec 8524 december 1967
Aec 8525 28 december 1987
Aec 8526
Aec 8527


Rijtuigen ABec 8501 tot en met ABec 8511

Nummer Aflevering In dienst In revisie (groot) Uit revisie (groot) Ter zijde Sloop(rit)
ABec 8501
ABec 8502
ABec 8503
ABec 8504
ABec 8505
ABec 8506 1925 Vermist in WO II
ABec 8507 juli 1969
ABec 8508
ABec 8509
ABec 8510
ABec 8511


Rijtuigen Bec 8501 tot en met Bec 8533

Nummer Aflevering In dienst In revisie (groot) Uit revisie (groot) Ter zijde Sloop(rit)
Bec 8501 1924 n.v.t. (VSM)
Bec 8502
Bec 8503 1923 19 december 1923
Bec 8504 1923 6 december 1923
Bec 8505 1924 17 maart 1924 januari1952
Bec 8506 1924 17 maart 1924
Bec 8507 1923 6 december 1923
Bec 8508 1923 6 december 1923 augustus 1973 1978
Bec 8509 1923 8 november 1923 augustus 1973 n.v.t. (SGB)
Bec 8510 1923 8 november 1923
Bec 8511 1923 19 december 1923
Bec 8512 1923 19 december 1923
Bec 8513 22 juli 1971 21 december 1971
Bec 8514 Vermist in WO II
Bec 8515
Bec 8516 1926 november 1968
Bec 8517 Vermist in WO II/november 1988
Bec 8518
Bec 8519 1926
Bec 8520 1926
Bec 8521 1926 december 1967
Bec 8522 1926 augustus 1986
Bec 8523 1926 augustus 1992
Bec 8524 1927
Bec 8525 1927
Bec 8526
Bec 8527
Bec 8528
Bec 8529
Bec 8530 1987
Bec 8531
Bec 8532 1930 15 april 1992
Bec 8533 1930


Rijtuigen Cec 8501 tot en met Cec 8555

Nummer Aflevering In dienst In revisie (groot) Uit revisie (groot) Ter zijde Sloop(rit)
Cec 8501 1924 12 februari 1973
Cec 8502 1924 28 april 1972
Cec 8503 1925
Cec 8504 7 juli 1972
Cec 8505 1925
Cec 8506 1925
Cec 8507
Cec 8508 1925
Cec 8509
Cec 8510
Cec 8511 10 maart 1971 11 mei 1972
Cec 8512 n.v.t. (De Schaopvolte)
Cec 8513 Vermist in WO II
Cec 8514 1927
Cec 8515
Cec 8516 Vermist in WO II
Cec 8517 1927 1971 28 december 1987
Cec 8518
Cec 8519 december 1971 mei 1972
Cec 8520
Cec 8521
Cec 8522
Cec 8523 Vermist in WO II
Cec 8524 1927 n.v.t. (SGB)
Cec 8525
Cec 8526 7 juli 1972
Cec 8527
Cec 8528 mei 1972 mei 1972
Cec 8529
Cec 8530 Vermist in WO II
Cec 8531
Cec 8532 1969
Cec 8533 1928 n.v.t. (SGB)
Cec 8534
Cec 8535 1929 augustus 1973
Cec 8536 1929 augustus 1973
Cec 8537 1930
Cec 8538 1930 Vermist in WO II
Cec 8539 1930
Cec 8540 1930 Vermist in WO II
Cec 8541 1930 11 februari 1971 juli 1971
Cec 8542 1930
Cec 8543 1931
Cec 8544 Vermist in WO II
Cec 8545
Cec 8546 1931 4 oktober 1985
Cec 8547 17 mei 1972 november 1972
Cec 8548 10 mei 1972 9 augustus 1972
Cec 8549 1971 23 augustus 1971
Cec 8550 Vermist in WO II
Cec 8551
Cec 8552 21 december 1971
Cec 8553 1931 augustus 1973
Cec 8554
Cec 8555


Rijtuigen Ces 8101 tot en met Ces 8103

Nummer Aflevering In dienst In revisie Uit revisie Ter zijde Sloop(rit)
Ces 8101 1927 januari 1960 november 1971
Ces 8102 1927
Ces 8103 1927