100 - Rangeerlocomotieven serie 100

Uit Somda RailWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Voor het rangeren van goederenwagons onderzocht de NS diverse locomotieven. Er was inmiddels ervaring met de accumulatorlocomotieven serie 80.

Geschiedenis

Aan het begin van de jaren ’30 kampte de NS met de toenemende concurrentie van het wegverkeer, dat vaak sneller was dan de stoomtrein. Hierdoor nam de populariteit van de trein af. Vrachtwagens konden makkelijker en sneller hun lading vervoeren. Dit was een reden voor de spoorwegen om de nogal trage, lokale goederentreinen met stoomlocomotieven te versnellen. Deze traagheid werd veroorzaakt doordat op elk station goederenwagons in en uit de trein moesten worden gerangeerd. Doordat er al ervaringen waren met verbrandingsmotorrijtuigen (de omBC en omC rijtuigen), werd er onderzocht of deze motor ook in de goederendienst kon worden gebruikt. Deze kon worden gebruikt om te rangeren op de stations, zodat de lokale goederentrein alleen nog maar een korte stop voor het aan- en afhaken van de wagons hoefden te maken. Na de ervaringen met de accumulator locomotieven 81 en 82, welke vanaf 1908 actief waren bij de remise Leidschendam voor het ZHESM-materieel en de sterkere locomotieven 83 en 84 uit 1926, wilde de NS sterkere locomotieven. Deze moesten door een verbrandingsmotor worden aangedreven. Door de eenvoudige bediening hoefde ook geen machinist dienst te doen, maar kon een beperkt bevoegde rangeerder deze locomotief bedienen.

De eerste locomotief, de 101, werd in 1927 afgeleverd door de Berlijnse locomotiefbouwer L. Schwartzkopff. De locomotief is ontworpen door Ir. Labrijn. In 1929 werd door dezelfde fabrikant nog een locomotief afgeleverd. Dit was de 102. De locomotief verschilde op punten van de 101. Zo kreeg de locomotief een grotere radstand en een afdak voor de rangeerder. Doordat de motor van de 101 vermogen te kort kwam bij zware treinen, werd de 102 voorzien van een sterkere benzinemotor, welke een vermogen had van 50 pk. Na de positieve ervaringen met de 102, worden 17 locomotieven besteld bij de Berliner Maschinebau A.G., voorheen L. Schwartzkopff in Berlijn. Zij worden in 1930 afgeleverd. In 1931 worden 11 stuks gebouwd, ditmaal door Werkspoor Amsterdam. Een jaar later worden door Werkspoor Amsterdam nog eens 22 locomotoren gebouwd. Deze waren voorzien van een sterkere motor. Nog sterkere locomotieven werden vanaf 1934 afgeleverd. Zij werden genummerd in de serie 200.


Technische gegevens

101

De locomotor heeft een lengte van 5,00 meter een gewicht van 8,5 ton. De benzinemotor heeft een vermogen van 30 pk en is gebouwd door . De maximumsnelheid is 10 kilometer per uur.


102

De locomotor heeft een lengte van 5,78 meter een gewicht van 12,5 ton. De benzinemotor heeft een vermogen van 30 pk en is gebouwd door . De maximumsnelheid is 30 kilometer per uur.


103 - 152

De locomotor heeft een lengte van 5,78 meter een gewicht van 12,5 ton. De benzinemotor heeft een vermogen van 50 pk en is gebouwd door . De maximumsnelheid is 30 kilometer per uur.


Uitvoering

101


102


103 - 152


De aandrijving van de wielen geschied mechanisch.


De locomotoren 103 - 130 worden in het appelgroen geschilderd. De 131 - 152 krijgen een donkere kleur groen aangemeten.


Inzet

De locomotoren werden na hun aflevering voornamelijk ingezet in de rangeerdienst.


In de latere jaren worden de locomotoren voornamelijk ingezet voor het seizoensvervoer. Hieronder vallen de wagons voor de bietentreinen in Roosendaal en Nuth.


Op 28 januari 1950 rangeert locomotor 132 voor het laatst bij de Centrale werkplaats Amersfoort.


Revisie

Bijzondere uitvoeringen

Wijzigingen

  • In 1935 worden enkele wijzigingen doorgevoerd aan de locomotoren. De lantaarnhouders worden verplaatst, aan de achterzijde worden aan het dak van de cabine sluitseinijzers geplaatst. Voor de motorkoeling wordt een rolgordijn in de motorhuif geplaatst.


Vernummeringen

Schadegevallen

Afvoer

In 1942 wordt locomotor 110 afgevoerd. Het onderstel word gebruikt om twee tanks op te plaatsen voor het reinigings- en koelwater voor de antracietgasgenerator voor locomotor 287.


De laatste locomotoren zijn in 1950 afgevoerd. De komst van de nieuwe locomotoren 322 - 353 en 358 - 366 zorgt er voor dat de laatste locomotor aan de kant kan. Locomotor 132 is de laatste die nog dienst doet. In februari 1950 wordt de locomotief afgevoerd en verkocht.


Gevolgen van de Tweede Wereldoorlog

In 1940 raakt locomotor 110 beschadigd. De locomotor wordt niet hersteld en terzijde gesteld. In 1942 wordt de locomotor afgevoerd. Het onderstel wordt gebruikt om tanks op te plaatsen voor de antracietgasgenerator van locomotor 287.

Bombardementen


Afvoer naar het oosten


Na de oorlog bleven de 145 vermist in het oosten. In 1950 werden deze locomotoren administratief afgevoerd.


Verkoop

Na hun afvoer zijn een aantal locomotoren verkocht aan bedrijven en particulieren.

  • Locomotor 103 wordt in 1948 verkocht aan de NV Staalwerken 'De Maas' te Maastricht. Hier doet de locomotor tot in de jaren '70 dienst, alvorens hij defect raakt. De locomotor wordt aan de SGB in Goes geschonken.
  • Locomotor 107 wordt in 1939 verkocht aan Nepakris te Roermond. Dit chemisch bedrijf produceerde natronloog, chloor en waterstof. Rond 1953 gaat de locomotor buiten dienst.
  • Locomotor 122 wordt in 19 verkocht aan Shell in Pernis. De locomotor doet hierbij dienst op het eigen terrein van Shell. De locomotor is actief met het verplaatsen met volle en lege ketelwagons. In 19 wordt de locomotor nogmaals verkocht. Via sloperij Peet Baris in Spijkenisse wordt de locomotor verkocht aan handelsonderneming NV Sobemai in Maldegem. Deze onderneming verkoop de locomotor uiteindelijk aan de Suikerfabriek Vlaanderen in Moerbeke. De locomotor kreeg hierbij de status van reserve voor de overige locomotieven die de suikerfabriek al in dienst heeft. De locomotor werd door de fabriek aangepast. Zo is het machinistenhuis aan de zijkant dichtgemaakt. De treeplanken aan de zijkant zijn verwijderd. Om te voorkomen dat de locomotor niet meer gebruikt zou kunnen worden door de lange stilstand, is de locomotor regelmatig gebruikt voor het slepen van bietenwagens. De locomotor werd tot in de jaren '90 gebruikt.
  • In 1942 is er sprake van verkoop van de 132 aan de Utrechtse Gasfabriek. De locomotor wordt op dat moment al gehuurd van de NS. De directeur van de gasfabriek wil de locomotor kopen voor ƒ 10.000. Het college van B&W van Utrecht gaat akkoord met de aanschaf van de locomotor. Het Duitse gezag echter niet, zodat de koop niet doorgaat.
  • Locomotor 132 wordt in februari 1950 verkocht aan een particulier.
  • Locomotor 137 wordt in 1947 of 1948 verkocht aan de Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken in Beverwijk. In 19 wordt de locomotor verkocht aan motorenfabriek Thomassen in De Steeg. In 19 wordt de benzinemotor vervangen door een dieselmotor. In 1985 wordt de locomotor geschonken aan het Spoorwegmuseum.
  • Locomotor 146 wordt in 19 verkocht aan Shell in Pernis. De locomotor doet hierbij dienst op het eigen terrein van Shell. De locomotor is actief met het verplaatsen met volle en lege ketelwagons.
  • Locomotor 152 wordt in 1948 verkocht aan de Utrechtse Gasfabriek. In 1954 wordt de benzol-motor vervangen door een gebruikte dieselmotor van Kromhout. In 1956 wordt deze vervangen door een Perkins-dieselmotor.


Verkoop aan Spoorijzer

Na afvoer zijn er in 1950 elf locomotoren door de NS verkocht aan de firma Spoorijzer in Delft. Dit bedrijf verwierf de locomotoren . Spoorijzer haalde de locomotoren na de koop geheel uit elkaar en reviseerde de losse onderdelen. Hiermee werden weer complete locomotoren verkregen. De benzinemotor werd hierbij vervangen door een dieselmotor van Detroit Diesel (General Motors), type . Deze motor heeft een vermogen van 65 pk. De opgeknapte locomotoren werden vervolgens verkocht aan diverse bedrijven. Door een brand bij het bedrijf in 19 gaat het archief verloren, zodat niet meer met zekerheid te achterhalen valt welk NS nummer de locomotoren oorspronkelijk hebben gehad.


Sloop

Museumlocomotieven

Van de in totaal 52 gebouwde locomotoren zijn er bewaard bij diverse musea.

  • Museum Buurt Spoorweg (MBS)

De Museum Buurt Spoorweg te Haaksbergen heeft de beschikking over de 125 en 145

125


De locomotief is nog in de gele kleurstelling uitgevoerd van de vorige eigenaar, IJsselcentrale in Zwolle. In de winter van 2016/2017 wordt de locomotor in oorspronkelijk uitvoering gebracht. De motorhuif en accubak worden gereconstrueerd.

145

De locomotief kwam in bij de MBS. De 145 is niet het oorspronkelijke nummer van de locomotief. Dit nummer is door Spoorijzer toegekend. De originele 145 is in de Tweede Wereldoorlog vermist geraakt in Duitsland. Voor de komst naar de MBS werd de locomotief ingezet bij suikerfabriek Breda. Hierbij is de locomotor in het donkergroen geschilderd. Op 4 april 2003 wordt de locomotor samen met het gerestaureerde rijtuig C 905 op een stuk spoor bij de steefabriek in Losser geplaatst. Dit gebeurdt in het kader van de Landesgartenschau. Deze duurt tot oktober 2003.


  • Nederlands Spoorwegmuseum

Het Nederlands Spoorwegmuseum te Utrecht heeft de beschikking over de 103 en 137.

103

In 198 wordt de 103 van de SGB overgedragen aan het Spoorwegmuseum in Utrecht. In het Revisiebedrijf te Tilburg wordt de benzinemotor vervangen door een dieselmotor van DAF. De mechanische aandrijving wordt tegelijkertijd vervangen door een hydrostatische aandrijving. De locomotor wordt geschilderd in de oorspronkelijke, appelgroene kleur. De locomotor wordt vanaf 1989 gebruikt voor rondritten door het museum, samen met twee tramrijtuigen. In de 1996 raakt de dieselmotor defect en komt de locomotief buiten dienst te staan. In het najaar van 2017 ondergaat de locomotor een schilderbeurt. De locomotor zal hierbij in het grasgroen worden geschilderd. De locomotor zal een statische rol vervullen.

137

In 1985 schenkt de motorenfabriek Thomassen in De Steeg Locomotor 137 aan het Spoorwegmuseum. De locomotor is op de dieselmotor na nog in oorspronkelijke toestand. De oorspronkelijk benzinemotor is in 19 vervangen door een dieselmotor. In 1995 wordt de locomotor voorzien van een hydrostatische transmissie van Denison. De hydropomp drijft via de originele kettingen de wielassen aan. Door het gebruik van deze transmissie is de maximumsnelheid vastgesteld op 7 kilometer per uur. Om deze snelheid te bereiken moet de dieselmotor een hoog toerental maken. Door het hoge toerental en het gebruik is de motor versleten. In 2005 is de locomotief voorlopig terzijde gesteld en niet meer rijvaardig. De locomotor verblijft in de loods in Blerick. Op 28 november 2014 is de locomotor van Blerick overgebracht naar Goes. In Goes zal de locomotor een optische opknapbeurt krijgen. De aangebrachte tramkoppeling zal verwijderd worden. De locomotor zal in het donkergroen geschilderd gaan worden. De locomotief zal in de zomer van 2015 gereed zijn. Op 11 november 2015 is de locomotor van Goes naar Utrecht gebracht. De locomotief is niet rijvaardig.


  • Stoomtrein Goes – Borssele (SGB)

De Stoomtrein Goes Borssele in Goes heeft de beschikking heeft de beschikking over de 122. In het verleden beschikte de SGB ook over de 103.

103

In de jaren '70 wordt de locomotor geschonken aan de SGB door de NV Staalwerken 'De Maas' te Maastricht. De locomotor is defect en wordt niet hersteld door de SGB vanwege andere prioriteiten. De locomotor werd uiterlijk wel opgeknapt en werd voorzien van de naam 'Beer'. In 198 wordt de locomotor overgedragen aan het Spoorwegmuseum in Utrecht.

122

In februari 2000 wordt locomotor 122 na grondig researchwerk ontdekt door de voorzitter van Stichting de Locomotor. De locomotor stond bij de Suikerfabriek N.V. in het Belgische Moerbeke. De locomotor stond op het punt om gesloopt te worden. Het fabrieksterrein zou vernieuwd worden en alles wat overbodig was, zou gesloopt gaan worden. De locomotor vervulde een reserverol en was overbodig. Nadat de koop rond was, (de locomotor was al aan een sloper verkocht), werd contact gezocht met diverse organisaties. De Stoomtrein Goes – Borssele was bereid om de locomotor in de collectie op te nemen. Enkele maanden arriveert de locomotor in Goes. De locomotor zal rijvaardig gerestaureerd worden door de medewerkers van de Stoomtrein Goes – Borssele en Stichting de Locomotor. Hierbij zal de locomotor worden gebracht zoals hij in 1935 was. Voor de restauratie van de locomotor is zijn een nieuwe motorhuif en machinistenhuis gemaakt. Deze delen zijn van de 122 te sterk verbouwd. Donor 1 had eveneens een slechte huif en machinistenhuis. Nieuwe delen zijn besteld en als een bouwpakket aan elkaar geklonken. Voor de details is wel gebruik gemaakt van originele onderdelen. In 2009 is de koppeling in eigen beheer gereviseerd en de schakelkast door een gespecialiseerd bedrijf. De aandrijving is teruggebracht naar de situatie, zoals deze in 195 door Spoorijzer is aangebracht. De aandrijving gebeurd via een tandwielkast, die via kettingen de beide assen aandrijft. Gedurende de tijd dat de locomotor in België reed, was de aandrijving veranderd. Het in oorspronkelijke staat terugbrengen van de aandrijving kostte veel tijd. In de zomer van 2013 is men begonnen met de opbouw van de locomotor. De locomotor is voorzien van de automatische koppelingen, waarmee de locomotoren rondreden. De locomotor is in het grasgroen geschilderd.

Tijdens Sporen naar het Verleden 2014 (van 29 mei tot en met 1 juni) rijdt de locomotor voor het eerst weer op eigen kracht. Op 13 oktober 2014 is de locomotief op een dieplader naar de voormalige wagenwerkplaats in Amersfoort overgebracht voor de spoorparade ter gelegenheid van 175 jaar spoorwegen in Nederland.


  • Veluwsche Stoomtrein Maatschappij

De Veluwsche Stoomtrein Maatschappij in Beekbergen heeft de beschikking over de 116

116


In 2015 is de locomotor rijvaardig gemaakt en donkergroen geschilderd. Eind juli 2015 is de schilderbeurt afgerond. Eerder in de zomer is de locomotor voorzien van nieuw glas in de cabine. De locomotor is ook voorzien van nieuwe nummerplaten op de cabine. De locomotor was op 4 september 2015 voor het eerst te bewonderen tijdens de parade in het kader van 40 jaar VSM, waarbij de locomotor op eigen kracht van Beekbergen naar Loenen reed. Op 7 mei 2016 rijdt de locomotor van Beekbergen naar Eerbeek om daar te rangeren met een goederenwagon, type CHRP van de VSM. Deze rangeerbeweging wordt uitgevoerd in het kader van de dieseldag die bij de VSM is georganiseerd.


  • Monument


  • Particulier


Afleverdata

Nummer Aflevering In dienst Terzijde Sloop(rit)
101 1927
102 1929 1947
103 1930 1948 n.v.t. (NSM)
104 1930
105 1930
106 1930
107 1930 1939
108 1930
109 1930
110 1930 1940
111 1930
112 1930
113 1930
114 1930
115 1930
116 1930 n.v.t. (VSM)
117 1930 1948
118 1930
119 1930
120 1931
121 1931
122 1931 n.v.t. (SGB)
123 1931
124 1931
125 1931 n.v.t. (MBS)
126 1931
127 1931
128 1931
129 1931
130 1931
131 1932
132 1932
133 1932 februari 1950
134 1932
135 1932
136 1932
137 1932 1947 n.v.t. (NSM)
138 1932
139 1932
140 1932
141 1932
142 1932
143 1932
144 1932
145 1932 n.v.t. (MBS)
146 1932
147 1932
148 1932
149 1932
150 1932
151 1932
152 1932